21. De protestantse Reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had.
25. Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.
27. Rationeel optimisme en ‘’verlicht denken’’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.
29. Uitbouw van de Europese overheersing met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel en de opkomst van het abolitionisme.
30. De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap.
31. De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving.
32. Discussies over de ‘sociale kwestie’.
33. De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie.
34. De opkomst van emancipatiebewegingen.
35. Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces.
36. De opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme.
Toets Geschiedenis
Memo Examenkatern MAX
Online maken
Toets afdrukken
Het idee dat de machten van de overheid gescheiden moeten worden in ten minste drie componenten. De wettelijke, uitvoerende en rechterlijke macht. Een Engelse handelscompagnie die gericht was op de handel met West-Afrika. Een beweging die opkwam en vond dat de slavernij moest worden afgeschaft.Versterkte handelsposten waar Engelse en inlandse handelaren zaken met elkaar deden en waar de compagnie haar handelswaar opsloeg. Een politieke beweging gestart door hoogopgeleide Indiërs. Een spinnewiel dat zestien draden tegelijk kon spinnen. Het is vaak het bekendste voorbeeld hoe de industrialisatie tot schaalvergroting leidt. Een wet die met name ervoor zorgde dat industriële ondernemers meer invloed kregen in het landelijke beleid. Dit is een typische kennisvraag. Er zijn vaak verschillende redenen waarom mensen van plek A naar plek B verhuizen/verplaatsen. Deze redenen worden vaak verder onderverdeeld in economisch, sociaal, politiek etc. Dit is tevens een handige methode om zaken te leren/te onthouden. In dit geval wordt er al verteld welke redenen je moet geven. Ga overzichtelijk te werk in je antwoord en zorg ervoor dat het super duidelijk is welke reden je geeft.
Een economische reden waarom groepen mensen vanuit Engeland naar de koloniën trokken is vanwege het land dat hen werd aangeboden. De Engelse handelscompagnieën boden een stuk landbouwgrond aan, aan hen die verhuisden. Dit was vooral aantrekkelijk voor de armere bevolkingslagen in Engeland. Een religieuze reden is dat, met name, protestanten zich niet veilig voelden in Engeland. In Engeland hadden ze kritiek op de Anglicaanse kerk en daardoor werden zij vervolgd. In Amerika wilden zij een hele nieuwe samenleving opbouwen. Dus uit angst voor vervolgingen en de kans om een protestantse maatschappij te creëren zorgden ervoor dat veel mensen naar de koloniën verhuisden. Liberale burgers (fabrikanten) en socialisten (arbeidersklassen) woonden in de steden en die waren in het kiesstelsel heel slecht vertegenwoordigd vanwege het geldende districtenstelsel. De districten waren namelijk nooit aangepast, zodat het conservatieve landadel overwicht had in de politiek terwijl het platteland leegliep, want veel mensen trokken naar de stad.
Toelichting: Je moet hier goed nadenken over de veranderende samenleving. Bij de agrarische samenleving lag het zwaartepunt van de bevolking in de landbouw. Op basis daarvan was het kiesstelsel ingevoerd. Door de industriële revolutie is de samenleving ‘’op zijn kop’’ gezet. Waardoor het zwaartepunt ineens in de steden lag. Aan de hand van deze informatie moet je de vraag beantwoorden. Er wordt hier duidelijk gevraagd om drie oorzaken. Maak het jezelf makkelijk door systematisch te werk te gaan. Creëer overzicht door bij elke oorzaak een streepje, of nummer te zetten. Er zijn meerdere oorzaken te benoemen. Kies voor diegene waarvan jij zelf het meest zeker bent.
Een eerste oorzaak heeft te maken met de opkomende industrie in Groot Britannië. Door de veroveringen waren zij zeker van goedkope grondstoffen. Een tweede oorzaak is dat India werd gezien als nieuwe afzetmarkt voor de industriële producten.Een derde oorzaak was dat een groot overzees rijk politiek en militair aanzien gaf. Een vierde oorzaak kwam voort uit oprechte bedoelingen, al kwamen deze vaak voort uit een gevoel van superioriteit. Groot Brittannië wilde de Europese beschaving brengen aan de rest van de wereld. Ze wilden hen leren lezen, schrijven, werken en geloven zoals dat in Europa gebeurde. Je kan bij deze vraag twee kanten op gaan. De eerste, logische, kant is dat je gaat nadenken over de manier waarop een Romein leefde. Een tweede kant is dat je bedenkt wat een Romein allemaal om zich heen ziet. Beschrijf hier jouw antwoord stapsgewijs. Hoe leefde de Romein, hoe valt dat te rijmen met een samenleving voor de industriële revolutie en hoe erna?
De Romeinse samenleving was agrarisch-urbaan. Er waren wel steden, maar deze waren afhankelijk van de landbouw. Daar woonden dan ook de meeste mensen. Dit blijft eigenlijk hetzelfde tot en met de industriële revolutie. Er zijn wel een aantal zaken veranderd, maar de Romein zou de omgeving en manier van leven nog wel herkennen. Na de industriële revolutie is dit anders. De meeste mensen wonen in de steden. Er zijn ineens grote fabrieken en machines die de stad vervuilen. Transportmiddelen zijn veranderd. Er zijn ineens grote schepen, treinen en later zelfs auto’s. Het paard, de motor van de Romeinse landbouw, is overbodig geworden. Bij deze vraag moet je eerst het kapitalistische economische belang uitleggen. Daarna moet je dit belang koppelen aan de ideeën van Adam Smith. Als je dat hebt gedaan moet je het belang en de ideeën van Smith toetsen aan de manier waarop slavernij plaatsvindt.
In de 19e eeuw was het voornaamste economische belang het maken van winst.Adam Smith schrijft in zijn werk hoe een vrije economie een voordeel zou zijn voor de samenleving. Hij beschrijft verschillende manieren waarop mensen gemotiveerd kunnen raken om deel te nemen aan het economische proces. Hij benoemt ook redenen waardoor mensen minder hard gaan werken, wat leidt tot een slechter economisch proces. Eén van de redenen waar hij de meeste waarde aan hecht is dat mensen het hardste werken als ze daarvoor beloond worden, door bijvoorbeeld betaald te krijgen. Werken onder dwang zou averechts werken. Vandaar dat Adam Smith tegen slavernij was, een systeem gebaseerd op dwang en onderdrukking. Je moet de bron koppelen aan de stukken tekst die je hebt geleerd. Bedenk eerst voor jezelf welke verschillen er waren tussen de manier waarop de Fransen omgingen met hun koloniale bevolkingen en vervolgens hoe de Engelsen dat deden. Als je dat weet dan kan je de bron veel gerichter lezen, waardoor je de vraag concreter (en beter) kan beantwoorden. Verwijs in je antwoord ook naar de bron.De Fransen hadden een vorm van direct bestuur. Zij voelden zich beter dan de inheemse bevolking, zoals ook uit de bron blijkt: ‘’wij (...) de hoogste graad van beschaving vertegenwoordigen’’. Vandaar dat zij de touwtjes zelf in handen willen houden.De Britten wilden meer toewerken naar zelfstandigheid van de koloniën: “...de uiteindelijke bewerkstelliging van verantwoordelijk bestuur in India als integraal deel van het Britse Rijk.” In de bron lees je dat het aantal Indiërs in elke tak van bestuur toenam. Bij de Britten was er dan ook sprake van indirect bestuur. Bekijk eerst de bron. Welke dingen vallen er meteen op? Waarschijnlijk zie je dat deze man op het continent van Afrika staat. Hij heeft iets vast waarmee hij het noorden en het zuiden van Afrika verbindt. Als je dit weet moet je bedenken welke motieven er waren voor Europese landen om de koloniën te veroveren. Beargumenteer dan voor jou het sterkste motief en verwijs naar de bron!Mogelijke antwoorden zijn:Je kunt beargumenteren dat landen graag een groot aaneengesloten koloniaal rijk willen creëren. In de bron zie je dat Cecil Rhodes de koloniën met elkaar verbindt. Het hebben van een groot en machtig koloniaal rijk zorgt voor aanzien en versterkt het nationalistische gevoel van het Europese land. Een ander motief kan zijn dat Cecil Rhodes heel Afrika wil veroveren, hij staat er letterlijk boven. Zo heeft hij een grote afzetmarkt voor de industriële producten terwijl hij ook zeker is van goedkope grondstoffen. Hier draait het dus om economisch gewin. Bedenk eerst welke verlichtingsideeën je nog weet. Als het goed is zal je terechtkomen bij trias politica, volkssoevereiniteit en een aantal natuurlijke rechten die elk mens zou moeten bezitten. Je kan bij de bron er eventueel twee uithalen. Een eerste mogelijkheid is volkssoevereiniteit. De pagina begint met: ‘’We the people of the United States’’, wat duidt op het feit dat de gewone burgers de hoogste macht hebben, of dat mensen uit hun naam regeren. Een tweede mogelijkheid zijn de natuurlijke rechten van de mensen. Daar wordt in dit stuk duidelijk op gedoeld met een aantal basiszaken waar de overheid voor moet zorgen. Zoals: ‘’General Welfare’’ en ‘’Blessing of liberty’’ Lees eerst de vraag en bekijk de bron. Bedenk welke mogelijke conclusie je hieruit kan trekken. Kijk vervolgens pas naar de antwoordmogelijkheden. Het idee van een meerkeuzevraag is natuurlijk om je in de war te brengen. Als je van tevoren bedenkt wat een mogelijk antwoord is, dan kan je vervolgens kijken of die bij de gegeven antwoordmogelijkheden staat. Kies anders het antwoord dat er het meeste op lijkt! Het correcte antwoord is B.Toelichting:In dit geval gaat het om een Engelse fabrikant die op zijn serviezen een afbeelding plaatst waarbij er duidelijk wordt gevraagd of de slaaf geen gelijke man/broer is. Hij stelt slaven dus duidelijk op eenzelfde voetstuk als hijzelf. Omdat hij strijd voor gelijkheid kan je ervan uitgaan dat hij een abolitionist is (iemand die strijd tegen slavernij). Wat zou duiden op antwoord B.De echte tip naar het juiste antwoord zit echter in het stuk ‘’gebruikte zijn handel om propaganda te maken’’. Aangezien Wedgewood zijn servies laat bewerken kan je duidelijk stellen dat hij zijn handel gebruikte/inzette om de kwestie aan het licht te brengen. Wat zou duiden op antwoord B.
Deze toets bestellen?
Voordeligst
Lidmaatschap ToetsMij
€ 12,99/mnd
Snel nog even wat toetsen oefenen? Kies dan onze meest flexibele optie.