Lidwoord: Uitleg & Oefenen
Wat is de betekenis van een lidwoord, welk lidwoord gebruik je en hoe herken je lidwoorden in een zin? We geven je uitleg en geven je voorbeelden.
Wat is een lidwoord?
In het Nederlands kennen we drie verschillende lidwoorden, namelijk ‘de’, ‘het’ en ‘een’. Ondanks dat deze woordsoort uit slechts drie verschillende woorden bestaat, kan het nog best lastig zijn om lidwoorden goed te gebruiken. Een lidwoord is een woord dat bij een zelfstandig naamwoord hoort.
Er zijn in het Nederlands bepaalde en onbepaalde lidwoorden. ‘De’ en ‘het’ zijn bepaalde lidwoorden. Ze verwijzen naar iets specifieks, dat voor de spreker/schrijver en luisteraar/lezer al bekend is. ‘Een’ is het onbepaalde lidwoord. Hiermee geef je aan dat iets niet specifiek of bekend is. Kijk maar naar onderstaande voorbeelden.
- Er loopt een hond in de tuin.
- Het is onbekend welke hond dit is. Het kan zomaar elke hond zijn.
- De hond loopt in de tuin.
- Het gaat om een specifieke hond, die je al kent.
Hoe vind je een lidwoord in een zin?
Het herkennen van een lidwoord in een zin is niet zo heel moeilijk. Er zijn namelijk maar drie lidwoorden waar je op hoeft te letten. Zodra je ‘de’, ‘het’ of ‘een’ in een zin ziet staan, heb je het lidwoord al gevonden.
Lidwoorden staan voor zelfstandige naamwoorden. Als je een zelfstandig naamwoord in een zin zoekt, is het daarom goed om naar de lidwoorden te zoeken. Zo herken je veel zelfstandige naamwoorden snel.
Lidwoord oefenen met voorbeelden
Hoewel het herkennen van lidwoorden niet zo heel moeilijk is, kan het wel lastig zijn om te bepalen welk lidwoord je in een zin moet gebruiken. Ook is het goed om te oefenen met het herkennen van bepaalde en onbepaalde lidwoorden. Onthoud bij het oefenen met lidwoorden een paar dingen.
- ‘De’ en ‘het’ zijn bepaalde lidwoorden, ‘een’ is het enige onbepaalde lidwoord.
- Als het zelfstandig naamwoord mannelijk of vrouwelijk is, gebruik je ‘de’. De meeste woorden zijn hierdoor ‘de-woorden’.
- Alle meervouden zijn ‘de-woorden’.
- Verkleinwoorden zijn altijd ‘het-woorden’.
- Bij sommige woorden kun je niet zien of je ‘de’ of ‘het’ moet gebruiken. Dat zul je uit je hoofd moeten leren.
Enkele oefeningen met lidwoorden
Haal uit de volgende zinnen alle lidwoorden en geef aan of ze bepaald of onbepaald zijn.
- Het meisje ziet een vogel in de tuin.
- De kinderen rennen met de bal over het schoolplein.
- Een verjaardagsfeest in de tuin is altijd gezellig.
Vul bij de volgende zinnen het juiste lidwoord in. Er staat of het om een bepaald of onbepaald lidwoord gaat.
- [..bepaald..] jongen rent over het voetbalveld.
- [..onbepaald..] meisje wint [..bepaald..] kleurwedstrijd.
- Elke ochtend maakt [..bepaald..] moeder ontbijt voor [..bepaald..] kinderen.
Antwoorden:
- Het (bepaald), een (onbepaald), de (bepaald).
- De (bepaald), de (bepaald), het (bepaald).
- Een (onbepaald), de (bepaald).
- De
- Een, de
- de, de
Wil je nog meer oefenen met het herkennen van lidwoorden en andere woordsoorten?
Onze oefentoetsen voor Nederlands helpen je hierbij.