Werkwoord, koppelwerkwoord, hulpwerkwoord: Uitleg & Oefenen

In het Nederlands kennen we verschillende soorten werkwoorden. Wat is het verschil tussen de drie verschillende soorten werkwoorden en hoe herken je ze? We geven je uitleg en voorbeelden.

Wat is een werkwoord en hoe vind je die in een zin?

Een werkwoord is een woord dat aangeeft wat iemand doet, wat er gebeurt of in welke staat/toestand iets is. Ook geven werkwoorden aan in welke tijd een zin staat. Hiervoor kunnen werkwoorden vervoegd worden. 

Een zin kan één of meerdere werkwoorden bevatten. Als er één werkwoord in een zin staat, is dat altijd de persoonsvorm, maar niet per se een zelfstandig werkwoord. Staan er meerdere werkwoorden in een zin? Dan is één van die woorden het hoofdwerkwoord. Het hoofdwerkwoord is het belangrijkste werkwoord in een zin.

Als je het hoofdwerkwoord zoekt, volg je onderstaande stappen.

  • Zoek alle werkwoorden uit de zin. Is er maar één werkwoord en geeft dit een handeling of toestand aan? Dan heb je het hoofdwerkwoord meteen gevonden.
    • De kinderen wandelen.
  • Staan er meerdere werkwoorden in de zin? Streep dan hulpwerkwoorden weg totdat je het hoofdwerkwoord overhoudt. Dit is het werkwoord dat onmisbaar is in de zin. Je mag het werkwoord hiervoor wel vervoegen.
    • De kinderen hebben gewandeld.
  • Staat er één werkwoord in een zin en geeft dit geen handeling/toestand aan? Dan kan het een koppelwerkwoord zijn. Let daar dus goed op.
    • De kinderen zijn moe. 

Wat is een koppelwerkwoord en hoe vind je die in een zin?

Koppelwerkwoorden beschrijven zelf geen handeling of toestand, maar koppelen het onderwerp aan een eigenschap, toestand of functie. Er zijn in het Nederlands maar een beperkt aantal echte koppelwerkwoorden, namelijk:

  • zijn
  • worden
  • blijven
  • blijken
  • lijken
  • schijnen
  • heten
  • dunken (met de betekenis ‘lijken’)
  • voorkomen (met de betekenis ‘lijken’)

Naast deze echte koppelwerkwoorden zijn er ook nog vervangende koppelwerkwoorden. Als ze als koppelwerkwoord functioneren, kun je ze door ‘worden’ of ‘zijn’ vervangen. Zo herken je ze in een zin. De echte koppelwerkwoorden herken je doordat ze het onderwerp van de zin aan iets anders koppelen, zonder dat ze zelf een handeling of toestand beschrijven.

Wat is een hulpwerkwoord en hoe vind je die in een zin?

Hulpwerkwoorden voegen samen met een hoofdwerkwoord betekenis toe aan een zin. Ze kunnen een tijd aangeven, maar ze kunnen de zin ook in een lijdende vorm zetten. Ook zijn er hulpwerkwoorden die aangeven of het hoofdwerkwoord bijvoorbeeld wenselijk, (on)mogelijk of waarschijnlijk is. 

Je herkent hulpwerkwoorden doordat ze iets van betekenis toevoegen aan een ander werkwoord. Kijk maar naar de volgende zinnen.

  • Zij eet haar brood → Zij heeft haar brood gegeten.
  • Hij plakt de fietsband → Hij moet de fietsband plakken. 

Onthoud als ezelsbruggetje dat een hulpwerkwoord in feite een ander werkwoord helpt.

Oefenen met werkwoorden, koppelwerkwoorden en hulpwerkwoorden met voorbeelden

De beste manier om de verschillen tussen de drie soorten werkwoorden te leren kennen, is door veel te oefenen. Dat kan bijvoorbeeld met onderstaande voorbeelden. Haal uit deze zinnen de werkwoorden en geef aan om welk type werkwoord het gaat.

  1. Roan heeft een boek geschreven
  2. De kinderen zijn vandaag erg blij.
  3. Lisanne is moe, omdat ze hard gefietst heeft.

Antwoorden:

  1. heeft (hulpwerkwoord), geschreven (hoofdwerkwoord)
  2. zijn (koppelwerkwoord)
  3. is (koppelwerkwoord), gefietst (hoofdwerkwoord), heeft (hulpwerkwoord).

Wil je nog meer oefenen met de verschillende soorten werkwoorden? 
Gebruik dan onze handige oefentoetsen voor Nederlands.