Klimaten en het klimaatsysteem van Koeppen: klimaatgrafieken lezen
Op deze pagina leer je hoe het klimaatsysteem van Koeppen werkt en hoe je met een klimaatgrafiek de juiste klimaatcode bepaalt. Je leert wat de hoofdletters A tot E betekenen, wat de tweede en derde letter toevoegen, welke klimaatfactoren het klimaat van een plek bepalen en hoe je stap voor stap een grafiek analyseert.
Inhoudsopgave
Samenvatting
Het klimaatsysteem van Koeppen verdeelt de aarde in klimaatgebieden op basis van temperatuur en neerslag, met als achterliggend idee dat de natuurlijke vegetatie het klimaat verraadt. Elk klimaat krijgt een code van twee of drie letters. De hoofdletter geeft de hoofdgroep: A is tropisch, B is droog, C is gematigd, D is landklimaat en E is polair. De tweede letter zegt iets over de neerslagverdeling en de derde over de temperatuur. Met een klimaatgrafiek en een beslisboom kun je van elke plek de code bepalen, en dat is een vaardigheid die op elk examen terugkomt.
Weer en klimaat zijn niet hetzelfde
Weer is de toestand van de atmosfeer op een bepaald moment: het regent nu, het is achttien graden. Klimaat is het gemiddelde weer over een lange periode, meestal dertig jaar. Een koude zomer verandert het klimaat dus niet, en een enkele hete dag zegt niets over klimaatverandering.
Voor klimaat gebruik je twee gegevens: de gemiddelde maandtemperatuur en de gemiddelde maandneerslag. Uit die twaalf paar getallen kun je alles afleiden wat je over het klimaat van een plek moet weten.
Wat bepaalt het klimaat van een plek?
Voordat je met codes werkt, moet je weten waarom het klimaat van plek tot plek verschilt. Die oorzaken heten klimaatfactoren en er zijn er zes die je moet kennen.
| Klimaatfactor | Wat het doet | Voorbeeld |
| Breedteligging | Bij de evenaar valt het zonlicht steiler in, dus is het warmer. Naar de polen toe valt het schuiner in over een groter oppervlak, dus is het kouder. | Singapore is het hele jaar warm, Reykjavik nooit. |
| Hoogte | Per honderd meter stijging daalt de temperatuur ongeveer 0,6 graden. | Quito ligt op de evenaar maar heeft door zijn hoogte een mild klimaat. |
| Afstand tot de zee | Water warmt langzaam op en koelt langzaam af, land doet beide snel. Bij de kust zijn de verschillen daarom kleiner. | Vlissingen heeft mildere winters dan Winterswijk. |
| Zeestromen | Een warme zeestroom verwarmt de lucht erboven, een koude koelt af. | De Noord-Atlantische Drift maakt West-Europa warmer dan Labrador op dezelfde breedte. |
| Ligging ten opzichte van gebergte | Aan de windzijde valt veel regen, aan de lijzijde blijft het droog. | De regenschaduw achter de Andes maakt Patagonië droog. |
| Overheersende windrichting | De wind bepaalt of er vochtige zeelucht of droge landlucht wordt aangevoerd. | Nederland krijgt met de zuidwestenwind vochtige oceaanlucht. |
Deze zes factoren zijn het antwoord op elke vraag die begint met waarom is het in plaats X warmer, kouder, droger of natter dan in plaats Y. Bij zulke vragen levert het punten op als je twee of drie factoren benoemt in plaats van een.
Het systeem van Koeppen
De Duits-Russische klimatoloog Wladimir Köppen bedacht rond 1900 een indeling die vertrekt vanuit de vegetatie. Zijn gedachte was: waar dezelfde soort plantengroei van nature voorkomt, is het klimaat vergelijkbaar. Daarom liggen de grenzen tussen zijn klimaten precies bij de temperatuur- en neerslagwaarden waarbij de vegetatie verandert.

| Letter | Hoofdgroep | Criterium | Natuurlijke vegetatie |
| A | Tropisch | elke maand gemiddeld boven 18 graden | regenwoud, savanne |
| B | Droog | verdamping is groter dan de neerslag | steppe, woestijn |
| C | Gematigd | koudste maand tussen -3 en 18 graden | loofbos, mediterrane vegetatie |
| D | Landklimaat | koudste maand onder -3, warmste boven 10 graden | naaldbos, taiga |
| E | Polair | warmste maand onder 10 graden | toendra of geen vegetatie |
Let op de plek van B in dit rijtje. A, C, D en E zijn ingedeeld op temperatuur en volgen elkaar netjes op van warm naar koud. B valt daarbuiten, want die groep is ingedeeld op neerslag. Een droog klimaat kan zowel heet als koud zijn: de Sahara en de Gobi vallen beide onder B.
Dat betekent ook iets voor de volgorde waarin je een code bepaalt: je moet altijd eerst controleren of het gebied droog is, want dat gaat voor op de temperatuurindeling.
De tweede en derde letter
De hoofdletter is nooit genoeg. De tweede letter zegt bij A, C en D iets over de neerslagverdeling en bij B over de mate van droogte. Bij C en D komt er nog een derde letter bij voor de temperatuur van de zomer of winter.
| Code | Naam | Kenmerken |
| Af | Tropisch regenwoudklimaat | elke maand meer dan 60 mm neerslag, geen droge tijd |
| Am | Tropisch moessonklimaat | korte droge tijd, maar een zeer hoge jaartotaal |
| Aw | Savanneklimaat | duidelijke droge tijd in de winter |
| BS | Steppeklimaat | halfdroog, wel enige neerslag, grassen mogelijk |
| BW | Woestijnklimaat | zeer droog, nauwelijks vegetatie |
| Cf | Gematigd zeeklimaat | het hele jaar neerslag, milde winter, koele zomer |
| Cs | Mediterraan klimaat | droge zomer, natte winter |
| Cw | Gematigd klimaat met droge winter | natte zomer, droge winter |
| Df | Landklimaat met neerslag in alle seizoenen | koude winter, warme zomer, groot jaarverschil |
| Dw | Landklimaat met droge winter | zeer koude droge winter, zoals in Siberië |
| ET | Toendraklimaat | warmste maand tussen 0 en 10 graden, korte groeitijd |
| EF | Sneeuwklimaat | elke maand onder 0 graden, permanent ijs |
De kleine letters die de neerslag aangeven, hebben een vaste betekenis die je kunt onthouden: f van feucht betekent het hele jaar vochtig, s van sommertrocken betekent droge zomer, w van wintertrocken betekent droge winter en m staat voor moesson.
Bij B en E werken de tweede letters anders: daar geven ze een subtype aan in plaats van een neerslagverdeling. BW is de woestijn, BS de steppe, EF het permanente ijs en ET de toendra.
Een klimaatgrafiek lezen
Een klimaatgrafiek zet twee gegevens in een figuur. De neerslag staat als blauwe staven en hoort bij de rechteras in millimeters. De temperatuur staat als rode lijn en hoort bij de linkeras in graden Celsius. Op de horizontale as staan de twaalf maanden.

Lees eerst altijd de assen. Er zijn twee assen met verschillende eenheden en de meest gemaakte fout op een toets is dat leerlingen de neerslag van de temperatuuras aflezen of omgekeerd. Controleer ook of de assen bij nul beginnen, want dat is niet altijd het geval en het beïnvloedt de indruk die de grafiek geeft.
| Wat je uit de grafiek haalt | Hoe |
| Gemiddelde temperatuur van de warmste maand | hoogste punt van de rode lijn |
| Gemiddelde temperatuur van de koudste maand | laagste punt van de rode lijn |
| Jaarlijkse temperatuuramplitude | warmste maand min koudste maand |
| Jaarlijkse neerslag | alle twaalf staven bij elkaar optellen |
| Aantal droge maanden | aantal maanden onder een bepaalde grens, vaak 60 mm bij tropische klimaten |
| Welk halfrond | ligt de warmste maand in juli, dan noordelijk; in januari, dan zuidelijk |
Dat laatste is een handige controle die veel leerlingen vergeten. Op het zuidelijk halfrond zijn de seizoenen omgekeerd, dus een grafiek met de hoogste temperatuur in januari hoort bij een plek onder de evenaar. Bij een tropisch klimaat werkt die truc niet, want daar is de temperatuur het hele jaar vrijwel gelijk.
Twee assen, twee eenheden
De rode lijn is temperatuur en hoort bij de linkeras in graden. De blauwe staven zijn neerslag en horen bij de rechteras in millimeters.
Lees altijd eerst de assen voordat je een waarde afleest. Dit is de fout die op klimaatgrafiekvragen het vaakst punten kost.
Stappenplan: van grafiek naar Koeppen-code
Loop deze stappen altijd in dezelfde volgorde af. Sla stap 1 niet over, want die gaat voor alle andere.

| Stap | Vraag | Als het antwoord ja is |
| 1 | Is de verdamping groter dan de neerslag? Kijk of de jaarneerslag laag is en de temperatuur hoog. | Het is een B-klimaat. Ga naar stap 5. |
| 2 | Is elke maand gemiddeld warmer dan 18 graden? | Het is een A-klimaat. Ga naar stap 6. |
| 3 | Is de warmste maand kouder dan 10 graden? | Het is een E-klimaat. Ga naar stap 8. |
| 4 | Is de koudste maand kouder dan -3 graden? | Het is een D-klimaat. Zo niet, dan een C-klimaat. Ga naar stap 7. |
| 5 | Is er nog wel wat neerslag en groeien er grassen? | BS steppeklimaat. Bij vrijwel geen neerslag BW woestijnklimaat. |
| 6 | Heeft elke maand meer dan 60 mm neerslag? | Af regenwoudklimaat. Bij een korte droge tijd Am, bij een duidelijke droge tijd Aw. |
| 7 | Wanneer valt de neerslag? | Het hele jaar door is f, droge zomer is s, droge winter is w. |
| 8 | Is de warmste maand warmer dan 0 graden? | ET toendraklimaat. Zo niet, dan EF sneeuwklimaat. |
Op een examen krijg je bij dit soort vragen bijna altijd een tabel met de precieze grenswaarden mee, of je gebruikt de Grote Bosatlas. Je hoeft de exacte formules voor de droogtegrens dus niet uit je hoofd te kennen, maar de volgorde van de stappen wel.
Vier klimaten naast elkaar
De beste manier om het systeem te leren is door grafieken te vergelijken. Deze vier voorbeelden dekken de belangrijkste typen.

| Kenmerk | Manaus, Brazilië | Caïro, Egypte | De Bilt, Nederland | Tromsø, Noorwegen |
| Koudste maand | ongeveer 26 graden | ongeveer 14 graden | ongeveer 3 graden | ongeveer -4 graden |
| Warmste maand | ongeveer 28 graden | ongeveer 29 graden | ongeveer 18 graden | ongeveer 12 graden |
| Amplitude | ongeveer 2 graden | ongeveer 15 graden | ongeveer 15 graden | ongeveer 16 graden |
| Jaarneerslag | ongeveer 2.200 mm | ongeveer 25 mm | ongeveer 850 mm | ongeveer 1.000 mm |
| Neerslagverdeling | het hele jaar veel | vrijwel niets | het hele jaar gespreid | het hele jaar, meer in de herfst |
| Koeppen-code | Af | BW | Cfb | Dfc of ET afhankelijk van de meetreeks |
Kijk vooral naar de amplitude, dus het verschil tussen de warmste en de koudste maand. Manaus heeft er nauwelijks een, en dat is typisch voor de tropen: de zonnestand verandert er weinig. De Bilt en Tromsø hebben een vergelijkbare amplitude maar een heel ander niveau, wat het effect van de breedteligging laat zien.
Nederland heeft de code Cfb: gematigd, het hele jaar neerslag, met een koele zomer. De b in de derde positie betekent dat de warmste maand onder 22 graden blijft. Zou de zomer warmer zijn, zoals in het zuiden van Frankrijk, dan werd het Cfa.
Fouten die op toetsen het vaakst voorkomen
| Fout | Correct |
| De neerslag van de temperatuuras aflezen. | Kijk altijd naar de eenheid: graden hoort bij de lijn, millimeters bij de staven. |
| Eerst de temperatuur bekijken en de droogte overslaan. | Controleer altijd eerst of het een B-klimaat is, want die vraag gaat voor. |
| Denken dat een B-klimaat altijd heet is. | B gaat over droogte, niet over temperatuur. De Gobi is een koud woestijnklimaat. |
| Aannemen dat de warmste maand juli is. | Op het zuidelijk halfrond is dat januari. Gebruik dit als controle op de ligging. |
| Klimaat en weer door elkaar halen. | Klimaat is het gemiddelde over dertig jaar, weer is een moment. |
| Alleen de breedteligging noemen bij een verklaring. | Noem twee of drie klimaatfactoren, bijvoorbeeld ook de afstand tot de zee of een zeestroom. |
Veelgestelde vragen
Wat is het klimaatsysteem van Koeppen?
Het klimaatsysteem van Koeppen verdeelt de aarde in klimaatgebieden op basis van temperatuur en neerslag, met de natuurlijke vegetatie als uitgangspunt. Elk klimaat krijgt een code van twee of drie letters, waarbij de hoofdletter de hoofdgroep aangeeft: A tropisch, B droog, C gematigd, D landklimaat en E polair.
Wat betekenen de letters in een Koeppen-code?
De hoofdletter geeft de hoofdgroep aan. De tweede letter zegt bij A, C en D iets over de neerslagverdeling: f betekent het hele jaar vochtig, s een droge zomer en w een droge winter. Bij B en E geeft de tweede letter een subtype: BW woestijn, BS steppe, ET toendra, EF sneeuwklimaat. Bij C en D volgt soms een derde letter voor de zomertemperatuur.
Hoe lees je een klimaatgrafiek?
Lees eerst de assen. De rode lijn is de gemiddelde maandtemperatuur en hoort bij de linkeras in graden Celsius, de blauwe staven zijn de gemiddelde maandneerslag en horen bij de rechteras in millimeters. Daarna bepaal je de warmste en koudste maand, de amplitude en het jaartotaal van de neerslag.
Welk klimaat heeft Nederland volgens Koeppen?
Nederland heeft een Cfb-klimaat: gematigd (C) met neerslag in alle seizoenen (f) en een koele zomer waarin de warmste maand onder 22 graden blijft (b). In het dagelijks gebruik heet dat een gematigd zeeklimaat.
Welke klimaatfactoren bepalen het klimaat van een plek?
Zes factoren: de breedteligging, de hoogte boven zeeniveau, de afstand tot de zee, de zeestromen, de ligging ten opzichte van gebergte en de overheersende windrichting. Bij een verklaringsvraag levert het punten op om er twee of drie te noemen.
Waarom staat B niet tussen A en C in het systeem?
Omdat A, C, D en E op temperatuur zijn ingedeeld en B op neerslag. Een droog klimaat kan zowel heet als koud zijn, dus B valt buiten de temperatuurreeks. Daarom controleer je bij het bepalen van een code altijd eerst of het gebied droog is.
Deel deze pagina met je vrienden
Dit zeggen leerlingen en ouders
Toetsmij: de steun in de rug die elk kind verdient
Als ouder wil je maar één ding: dat je kinderen gezien worden, uitgedaagd worden en het vertrouwen krijgen dat ze méér kunnen dan ze zelf soms denken. Voor ons is Toetsmij daarin een gamechanger geweest.
Onze oudste dochter begon ooit op mavo-kader. Een lieve, slimme meid, maar soms onzeker en zoekend naar structuur. Dankzij de toetsen van Toetsmij.....helder, betrouwbaar, precies op niveau en altijd met ruimte om te groeien kreeg ze stap voor stap het vertrouwen dat ze het wél kon.
En hoe.
Ze stroomde door naar de havo, haalde haar diploma en volgt nu op eigen kracht de lerarenopleiding. Dat is niet alleen haar verdienste, maar ook het resultaat van materialen die haar serieus namen en haar lieten zien waar ze stond en waar ze naartoe kon.
Ook onze jongste dochter profiteert nu van Toetsmij. Ze doet op school al een aantal vakken op hoger niveau, en juist daar is Toetsmij een uitkomst. De toetsen sluiten perfect aan, dagen uit zonder te overweldigen en geven precies de feedback die ze nodig heeft om verder te groeien.
Het voelt alsof er iemand meedenkt, iemand die begrijpt dat elk kind anders leert en dat kwaliteit het verschil maakt.
Wat Toetsmij voor ons bijzonder maakt:
- Super betrouwbaar, e weet dat de toetsen kloppen, aansluiten en eerlijk meten.
- Meedenkend, het voelt alsof er altijd iemand achter de schermen staat die begrijpt wat leerlingen nodig hebben.
- Topkwaliteit geen rommel, geen gokwerk, maar echt professioneel materiaal waar scholen jaloers op zouden zijn.
Voor ons is Toetsmij niet zomaar een hulpmiddel. Het is een partner in de ontwikkeling van onze kinderen. Een stille kracht die hen helpt groeien, bloeien en boven zichzelf uitstijgen.
En als trotse ouder kan ik maar één ding zeggen:
Dankjewel, Toetsmij. Jullie maken écht het verschil.
Hele fijne en goede ondersteuning bij…
Hele fijne en goede ondersteuning bij de voorbereiding van de middelbare school toetsen. Havo/vwo brugjaren gebruik gemaakt van Toetsmij. Realistische toetsen. Vraag en antwoorden zijn top. Cijfers zijn omhoog gegaan maar ook het begrip van de stof en hoe een toets is opgebouwd. Goede snelle communicatie met de organisatie. Kortom een aanrader!!!
Eindelijk goede punten!
Mijn dochter heeft vorig jaar haar examen vmbo-GT niet gehaald! Dit jaar was dus extra stress! We zijn gewend en zo liep het nu ook weer dat ze het net op het randje vaak net red. Maarja we wilden geen herhaling van vorig jaar! In de laatste maanden hebben we toen toch gekozen voor toetsmij. Sceptisch maar toch wel te proberen. En nu is ze gewoon geslaagd met hoge punten!!!!!
Ik denk dat dat o.a komt omdat ze geen lezer is en daardoor niets bijblijft. Toetsmij is doen. Ik zeg aanrader!!!!
Zoek in meer dan 10.000 toetsen
Echte toetsvragen, precies aansluitend op jouw lesmethode en leerjaar. Voor alle klassen en alle niveaus