Urbanisatie, suburbanisatie en agglomeraties: hoe steden groeien

ToetsMij
7m leestijd
Laatst gewijzigd 7 sep 2026

Op deze pagina leer je hoe steden groeien en veranderen. Je leert het verschil tussen urbanisatie, suburbanisatie, desurbanisatie en re-urbanisatie, wat een agglomeratie en een stedelijk netwerk zijn, welke push- en pullfactoren mensen naar de stad brengen en waarom de verstedelijking in lagelonenlanden anders verloopt dan in rijke landen.

Samenvatting

Verstedelijking verloopt in vier fasen die elkaar opvolgen. Bij urbanisatie trekken mensen van het platteland naar de stad en groeit het stadscentrum. Bij suburbanisatie verlaten vooral gezinnen het centrum voor de randgemeenten, waardoor de stad ruimtelijk uitdijt tot een agglomeratie. Bij desurbanisatie trekken mensen verder weg naar kleinere kernen. Bij re-urbanisatie komen bepaalde groepen terug naar het opgeknapte centrum. De achterliggende oorzaken zijn push- en pullfactoren: redenen om ergens weg te gaan en redenen om ergens naartoe te trekken.

Wat is een stad?

Aardrijkskunde definieert een stad niet met een vast inwonertal, want dat verschilt per land. Een stad wordt gekenmerkt door een hoge bebouwingsdichtheid, een bevolking die vooral in de dienstensector en de industrie werkt, en een verzorgingsfunctie voor het omliggende gebied.

BegripBetekenis
StadAaneengesloten bebouwd gebied met een hoge dichtheid en een verzorgende functie.
AgglomeratieEen stad met de aangrenzende gemeenten die er ruimtelijk aan vastgebouwd zijn.
StadsgewestDe agglomeratie plus het gebied dat er functioneel op gericht is, bijvoorbeeld door woon-werkverkeer.
ConurbatieMeerdere agglomeraties die aan elkaar zijn gegroeid tot een geheel.
MetropoolEen zeer grote stad met een internationale functie.
MegastadEen stad met meer dan tien miljoen inwoners.
WereldstadEen stad met invloed op de wereldeconomie, zoals New York, Londen of Tokio.
Stedelijk netwerkMeerdere steden die samen functioneren en elkaar aanvullen, zonder een duidelijk centrum.

Het verschil tussen een agglomeratie en een stadsgewest wordt vaak gevraagd. Een agglomeratie is ruimtelijk begrensd: het gaat om de aaneengesloten bebouwing. Een stadsgewest is functioneel begrensd: het gaat om waar de mensen wonen die op de stad zijn gericht, ook als er tussen hun woonplaats en de stad nog groen ligt.

De Randstad is een bijzonder geval. Het is geen agglomeratie, want de vier grote steden zijn niet aan elkaar gebouwd, en er is geen dominant centrum. Het is een stedelijk netwerk: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht vullen elkaar aan en het Groene Hart ligt er middenin. Dat wordt ook wel een polycentrische structuur genoemd, in tegenstelling tot de monocentrische structuur van Parijs of Londen.

De vier fasen van verstedelijking

/media/Longreads/AK/01-Vier-fasen-van-verstedelijking-ToetsMij.jpg
FaseWat er gebeurtWaar de bevolking groeitWaar de bevolking daalt
Urbanisatietrek van platteland naar stadde stad en vooral het centrumhet platteland
Suburbanisatietrek van de stad naar de randgemeentende rand van de stad en de randgemeentenhet stadscentrum
Desurbanisatietrek van de agglomeratie naar kleinere kernen verder wegkleinere steden en dorpen op afstandde hele agglomeratie
Re-urbanisatieterugkeer naar het opgeknapte stadscentrumhet stadscentrumsoms de suburbane zone

Urbanisatie

Urbanisatie is de toename van het aandeel van de bevolking dat in steden woont. In Nederland vond dat vooral plaats in de negentiende en begin twintigste eeuw, toen de industrie werk in de steden bood en de landbouw door mechanisatie minder mensen nodig had.

Rond 2007 gebeurde er iets belangrijks op wereldschaal: voor het eerst woonde meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. Inmiddels ligt dat aandeel boven de vijftig procent en het blijft stijgen, vooral in Afrika en Azië.

/media/Longreads/AK/02-De-wereld-werd-stad-ToetsMij.jpg

Suburbanisatie

Suburbanisatie is de trek uit de stad naar de aangrenzende gemeenten, terwijl mensen wel op de stad blijven gericht voor werk en voorzieningen. In Nederland begon dit in de jaren zestig en zeventig en het is de reden dat de bevolking van Amsterdam en Rotterdam in die periode daalde terwijl de regio groeide.

Oorzaak van suburbanisatieUitleg
Ruimte en woningkwaliteitBuiten de stad kun je voor hetzelfde geld groter en met een tuin wonen.
Toename van autobezitWoon-werkafstand werd minder belangrijk toen bijna elk gezin een auto had.
Woningnood in de stadEr waren simpelweg te weinig geschikte gezinswoningen in de stad.
OverheidsbeleidGroeikernen zoals Almere, Purmerend en Zoetermeer werden bewust aangewezen en gebouwd.
LeefomgevingMinder overlast, minder criminaliteit, meer groen en scholen met een ander leerlingenbestand.

Suburbanisatie is selectief, en dat is een belangrijk punt. Vooral gezinnen met kinderen en een middeninkomen vertrokken. Achter bleven ouderen, eenpersoonshuishoudens en mensen met lage inkomens. Daardoor veranderde de bevolkingssamenstelling van de oude wijken sterk en kwamen voorzieningen en woningkwaliteit daar onder druk.

Desurbanisatie

Bij desurbanisatie trekken mensen niet naar de randgemeente maar naar kleinere kernen verder weg, soms tot ver buiten het stadsgewest. Mogelijk gemaakt door snelwegen, betere treinverbindingen en, recenter, door thuiswerken. In Nederland zie je dit in de groei van dorpen in Gelderland, Overijssel en Friesland.

Re-urbanisatie

Sinds de jaren negentig groeien de centra van Nederlandse steden weer. Dat komt door stadsvernieuwing, door de aantrekkelijkheid van de stad voor jongeren, studenten en tweeverdieners zonder kinderen, en door de omvorming van oude haven- en industriegebieden tot woonwijken, zoals het Oostelijk Havengebied in Amsterdam en Katendrecht in Rotterdam.

Aan re-urbanisatie hangt een discussie vast: gentrificatie. Als een wijk opknapt, stijgen de huren en woningprijzen, en dan kunnen de oorspronkelijke bewoners er niet meer blijven. Er is dus een spanning tussen het opknappen van een wijk en het verdringen van de mensen voor wie dat opknappen bedoeld leek.

De vier fasen in een zin

Urbanisatie: naar de stad. Suburbanisatie: naar de rand. Desurbanisatie: verder weg. Re-urbanisatie: terug naar het centrum.

De fasen vervangen elkaar niet volledig. In Nederland lopen re-urbanisatie en suburbanisatie nu tegelijk, alleen voor verschillende groepen mensen.

Push- en pullfactoren

Achter elke migratie zitten twee soorten redenen. Pushfactoren duwen mensen weg van hun huidige plek, pullfactoren trekken ze naar een nieuwe plek. Bij een examenvraag over migratie levert het punten op om ze allebei te benoemen.

Pushfactoren van het plattelandPullfactoren van de stad
Werkweinig werk, mechanisatie in de landbouw, kleine bedrijfsomvangmeer en beter betaald werk in industrie en diensten
Voorzieningensluitende scholen, winkels en zorgonderwijs, ziekenhuizen, winkels, cultuur
Sociaalweinig anonimiteit, weinig keuze in partners en vriendenvrijheid, anonimiteit, ontmoetingsmogelijkheden
Fysiekdroogte, bodemuitputting, overstromingen, conflictveiligheid en betere infrastructuur

Bij verstedelijking in lagelonenlanden zijn de pushfactoren meestal sterker dan de pullfactoren. Mensen komen niet naar de stad omdat er banen zijn, maar omdat er op het platteland geen bestaan meer mogelijk is. Dat verschil verklaart waarom veel steden daar sneller groeien dan de werkgelegenheid en de infrastructuur bijhouden.

De ruimtelijke opbouw van een stad

Een westerse stad heeft een herkenbare opbouw in ringen, die de bouwgeschiedenis weerspiegelt. Van binnen naar buiten wordt de bebouwing over het algemeen ruimer en jonger.

/media/Longreads/AK/03-Opbouw-van-een-westerse-stad-ToetsMij.jpg
ZoneBouwperiodeKenmerkenFunctie nu
Historische kernvoor 1850smalle straten, kleine panden, hoge dichtheidwinkels, horeca, toerisme, duurdere woningen
Centraal zakendistrictvaak deels vernieuwdkantoren, hoogbouw, weinig inwonerswerk, winkels, vervoersknooppunt
Negentiende-eeuwse gordel1850 tot 1900dichte etagebouw voor arbeiders, weinig groenvaak stadsvernieuwing en gentrificatie
Vooroorlogse wijken1900 tot 1940ruimere opzet, portiekwoningen, meer groengemengd wonen
Naoorlogse wijken1945 tot 1975hoogbouw in stroken, veel groen tussen de blokkensociale huur, kwetsbaar bij verval
Suburbane rand1975 tot nulaagbouw met tuin, autogerichtgezinswoningen

Deze opbouw verklaart veel stedelijke problemen. Juist de negentiende-eeuwse gordel en de naoorlogse wijken hebben verouderde woningen, en het zijn dan ook deze zones waar stadsvernieuwing zich op richt. In de naoorlogse wijken ging het bovendien vaak om hoogbouw met veel sociale huur, waardoor bewoners met lage inkomens zich er concentreerden.

Segregatie

Segregatie is de ruimtelijke scheiding van bevolkingsgroepen binnen een stad. Die kan naar inkomen, etniciteit of leeftijd zijn. Segregatie ontstaat deels door keuze en deels doordat er geen keuze is: waar de goedkope woningen staan, wonen de mensen met de laagste inkomens.

Segregatie wordt problematisch als er een concentratie van achterstanden ontstaat: lage inkomens, werkloosheid, slechte woningen en scholen met veel leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, allemaal in dezelfde wijk. Beleid richt zich daarom op menging: sloop van eenzijdige woningvoorraad en nieuwbouw in verschillende prijsklassen.

Verstedelijking in lagelonenlanden

De verstedelijking in Afrika, Azië en Latijns-Amerika verloopt anders dan in Europa, en dat verschil is een centraal examenonderwerp.

/media/Longreads/AK/04-Verstedelijking-rijk-tegenover-arm-ToetsMij.jpg
 Rijke landenLagelonenlanden
Snelheidover ongeveer twee eeuwenin enkele decennia
Aanleidingindustrialisatie trok mensen naar de stadvooral pushfactoren van het platteland
Werkde industrie leverde banente weinig formele banen, dus veel informele sector
Huisvestinggrotendeels planmatig gebouwdveel zelfgebouwde informele nederzettingen
Infrastructuurkon meegroeienloopt achter op de bevolkingsgroei
Huidige fasesuburbanisatie en re-urbanisatievooral nog urbanisatie

Het belangrijkste verschil is de verhouding tussen bevolkingsgroei en werkgelegenheid. In Europa waren er banen in de fabrieken toen de mensen kwamen. In veel lagelonenlanden komen de mensen zonder dat er formeel werk voor ze is, en dan ontstaat de informele sector: straathandel, kleine reparatiebedrijfjes, afvalverwerking, vervoer. Die sector is geen randverschijnsel maar vaak de grootste werkgever van de stad.

Ook de huisvesting groeit informeel. Mensen bouwen zelf op grond die ze niet bezitten, eerst met golfplaat en later met steen als het gedoogd wordt. Zulke wijken hebben aan het begin geen riolering, drinkwater of elektriciteit, maar ze verbeteren over de jaren wel, vooral als de overheid bewoningsrechten toekent en op de nutsvoorzieningen aansluit. Dat laatste is het argument voor opwaardering in plaats van sloop.

Primaatstad

Een primaatstad is een stad die veel groter is dan de tweede stad van hetzelfde land, vaak meer dan twee keer. Bangkok, Lima, Buenos Aires en Manilla zijn voorbeelden. Zo'n stad trekt alle investeringen, alle bestuurlijke functies en alle migranten aan, waardoor de rest van het land achterblijft. Er ontstaat dan binnen het land een centrum-periferieverhouding: de primaatstad is het centrum en de rest de periferie.

Duurzame verstedelijking

Bijna zeventig procent van de wereldbevolking woont in 2050 naar verwachting in een stad. Hoe die steden groeien bepaalt daarom in hoge mate hoe duurzaam de wereld wordt.

UitdagingAanpak
Ruimtegebrek en aantasting van het landschapverdichten en binnenstedelijk bouwen in plaats van uitbreiden in het groen
Autoafhankelijkheid en uitstootbouwen bij vervoersknooppunten, investeren in fiets en openbaar vervoer
Hittestress in de stadmeer groen en water, minder verharding, lichte dakbedekking
Wateroverlast door verhardingwadi's, groene daken, waterdoorlatende bestrating
Segregatie en ongelijkheidgemengd bouwen, investeren in scholen en voorzieningen in kwetsbare wijken
Woningtekortmeer bouwen, maar ook beter benutten van bestaande woningen en gebouwen

In Nederland speelt daarbij een specifieke afweging. Binnenstedelijk verdichten spaart het landschap en maakt openbaar vervoer rendabel, maar het is duurder en leidt tot minder groen per inwoner. Bouwen in het buitengebied is goedkoper en levert de woningen op waar veel mensen naar vragen, maar het tast het landschap aan en vergroot de autoafhankelijkheid. Dat is een klassieke vraag naar belangenafweging waarbij het antwoord altijd beide kanten moet benoemen.

/media/Longreads/AK/05-Duurzame-verstedelijking-ToetsMij.jpg

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen urbanisatie en suburbanisatie?

Urbanisatie is de trek van het platteland naar de stad, waarbij het aandeel stedelingen toeneemt en vooral het stadscentrum groeit. Suburbanisatie is de trek uit de stad naar de aangrenzende gemeenten, waarbij het centrum bevolking verliest terwijl de agglomeratie als geheel groeit.

Wat is een agglomeratie?

Een agglomeratie is een stad met de aangrenzende gemeenten die er ruimtelijk aan vastgebouwd zijn, zodat er een aaneengesloten bebouwd gebied ontstaat. Een agglomeratie is ruimtelijk begrensd; een stadsgewest is ruimer en omvat ook het gebied dat functioneel op de stad gericht is.

Is de Randstad een agglomeratie?

Nee. De vier grote steden zijn niet aan elkaar gebouwd en er is geen dominant centrum, met het Groene Hart er middenin. De Randstad is een stedelijk netwerk met een polycentrische structuur, waarin Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht elkaar aanvullen.

Wat zijn push- en pullfactoren bij verstedelijking?

Pushfactoren duwen mensen weg van het platteland: weinig werk, sluitende voorzieningen, droogte of conflict. Pullfactoren trekken mensen naar de stad: werk, onderwijs, zorg, winkels en anonimiteit. In lagelonenlanden zijn de pushfactoren meestal sterker dan de pullfactoren.

Waarom verloopt verstedelijking in lagelonenlanden anders?

Omdat het veel sneller gaat en omdat de bevolkingsgroei niet samenvalt met groei van formele werkgelegenheid. In Europa waren er fabrieksbanen toen de mensen kwamen; in veel lagelonenlanden komen mensen vooral door pushfactoren, waardoor de informele sector en informele nederzettingen ontstaan en de infrastructuur achterloopt.

Wat is gentrificatie?

Gentrificatie is het proces waarbij een oude stadswijk wordt opgeknapt en bewoners met hogere inkomens er komen wonen, waardoor huren en woningprijzen stijgen en de oorspronkelijke bewoners worden verdrongen. Het is de keerzijde van re-urbanisatie en stadsvernieuwing.

Wil je oefenen?

Maak nu de voorbeeldtoets aardrijkskunde om te ervaren hoe ToetsMij werkt.

Toetsen ontwikkeld door 200+ vakexperts
Antwoorden, uitwerkingen en toelichtingen
Bewezen resultaat: hogere cijfers, minder stress
ToetsMij

Alle oefentoetsen op ToetsMij worden ontwikkeld door vakexperts met jarenlange ervaring in het voortgezet onderwijs. Het zijn docenten en specialisten die de lesmethodes van binnenuit kennen en dagelijks werken met de boeken en toetsen die leerlingen op school gebruiken. Zij weten als geen ander hoe een goede vraag eruitziet en op welk niveau leerlingen worden getoetst.

Deel deze pagina met je vrienden

Dit zeggen leerlingen en ouders

10

Toetsmij: de steun in de rug die elk kind verdient

Als ouder wil je maar één ding: dat je kinderen gezien worden, uitgedaagd worden en het vertrouwen krijgen dat ze méér kunnen dan ze zelf soms denken. Voor ons is Toetsmij daarin een gamechanger geweest.

Onze oudste dochter begon ooit op mavo-kader. Een lieve, slimme meid, maar soms onzeker en zoekend naar structuur. Dankzij de toetsen van Toetsmij.....helder, betrouwbaar, precies op niveau en altijd met ruimte om te groeien kreeg ze stap voor stap het vertrouwen dat ze het wél kon. 
En hoe. 
Ze stroomde door naar de havo, haalde haar diploma en volgt nu op eigen kracht de lerarenopleiding. Dat is niet alleen haar verdienste, maar ook het resultaat van materialen die haar serieus namen en haar lieten zien waar ze stond en waar ze naartoe kon.

Ook onze jongste dochter profiteert nu van Toetsmij. Ze doet op school al een aantal vakken op hoger niveau, en juist daar is Toetsmij een uitkomst. De toetsen sluiten perfect aan, dagen uit zonder te overweldigen en geven precies de feedback die ze nodig heeft om verder te groeien. 
Het voelt alsof er iemand meedenkt, iemand die begrijpt dat elk kind anders leert en dat kwaliteit het verschil maakt.

Wat Toetsmij voor ons bijzonder maakt:
- Super betrouwbaar, e weet dat de toetsen kloppen, aansluiten en eerlijk meten. 
- Meedenkend, het voelt alsof er altijd iemand achter de schermen staat die begrijpt wat leerlingen nodig hebben. 
- Topkwaliteit geen rommel, geen gokwerk, maar echt professioneel materiaal waar scholen jaloers op zouden zijn. 

Voor ons is Toetsmij niet zomaar een hulpmiddel. Het is een partner in de ontwikkeling van onze kinderen. Een stille kracht die hen helpt groeien, bloeien en boven zichzelf uitstijgen.

En als trotse ouder kan ik maar één ding zeggen: 
Dankjewel, Toetsmij. Jullie maken écht het verschil.

Marco Braspenning
10

Hele fijne en goede ondersteuning bij…

Hele fijne en goede ondersteuning bij de voorbereiding van de middelbare school toetsen. Havo/vwo brugjaren gebruik gemaakt van Toetsmij. Realistische toetsen. Vraag en antwoorden zijn top. Cijfers zijn omhoog gegaan maar ook het begrip van de stof en hoe een toets is opgebouwd. Goede snelle communicatie met de organisatie. Kortom een aanrader!!!

Mea
10

Eindelijk goede punten!

Mijn dochter heeft vorig jaar haar examen vmbo-GT niet gehaald! Dit jaar was dus extra stress! We zijn gewend en zo liep het nu ook weer dat ze het net op het randje vaak net red. Maarja we wilden geen herhaling van vorig jaar! In de laatste maanden hebben we toen toch gekozen voor toetsmij. Sceptisch maar toch wel te proberen. En nu is ze gewoon geslaagd met hoge punten!!!!!

Ik denk dat dat o.a komt omdat ze geen lezer is en daardoor niets bijblijft. Toetsmij is doen. Ik zeg aanrader!!!!

Thera Ploegmakers , Vlijmen

Zoek in meer dan 10.000 toetsen

Echte toetsvragen, precies aansluitend op jouw lesmethode en leerjaar. Voor alle klassen en alle niveaus

Ik zit in het
en doe
ik wil beter worden in