Urbanisatie, suburbanisatie en agglomeraties: hoe steden groeien
Op deze pagina leer je hoe steden groeien en veranderen. Je leert het verschil tussen urbanisatie, suburbanisatie, desurbanisatie en re-urbanisatie, wat een agglomeratie en een stedelijk netwerk zijn, welke push- en pullfactoren mensen naar de stad brengen en waarom de verstedelijking in lagelonenlanden anders verloopt dan in rijke landen.
Inhoudsopgave
Samenvatting
Verstedelijking verloopt in vier fasen die elkaar opvolgen. Bij urbanisatie trekken mensen van het platteland naar de stad en groeit het stadscentrum. Bij suburbanisatie verlaten vooral gezinnen het centrum voor de randgemeenten, waardoor de stad ruimtelijk uitdijt tot een agglomeratie. Bij desurbanisatie trekken mensen verder weg naar kleinere kernen. Bij re-urbanisatie komen bepaalde groepen terug naar het opgeknapte centrum. De achterliggende oorzaken zijn push- en pullfactoren: redenen om ergens weg te gaan en redenen om ergens naartoe te trekken.
Wat is een stad?
Aardrijkskunde definieert een stad niet met een vast inwonertal, want dat verschilt per land. Een stad wordt gekenmerkt door een hoge bebouwingsdichtheid, een bevolking die vooral in de dienstensector en de industrie werkt, en een verzorgingsfunctie voor het omliggende gebied.
| Begrip | Betekenis |
| Stad | Aaneengesloten bebouwd gebied met een hoge dichtheid en een verzorgende functie. |
| Agglomeratie | Een stad met de aangrenzende gemeenten die er ruimtelijk aan vastgebouwd zijn. |
| Stadsgewest | De agglomeratie plus het gebied dat er functioneel op gericht is, bijvoorbeeld door woon-werkverkeer. |
| Conurbatie | Meerdere agglomeraties die aan elkaar zijn gegroeid tot een geheel. |
| Metropool | Een zeer grote stad met een internationale functie. |
| Megastad | Een stad met meer dan tien miljoen inwoners. |
| Wereldstad | Een stad met invloed op de wereldeconomie, zoals New York, Londen of Tokio. |
| Stedelijk netwerk | Meerdere steden die samen functioneren en elkaar aanvullen, zonder een duidelijk centrum. |
Het verschil tussen een agglomeratie en een stadsgewest wordt vaak gevraagd. Een agglomeratie is ruimtelijk begrensd: het gaat om de aaneengesloten bebouwing. Een stadsgewest is functioneel begrensd: het gaat om waar de mensen wonen die op de stad zijn gericht, ook als er tussen hun woonplaats en de stad nog groen ligt.
De Randstad is een bijzonder geval. Het is geen agglomeratie, want de vier grote steden zijn niet aan elkaar gebouwd, en er is geen dominant centrum. Het is een stedelijk netwerk: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht vullen elkaar aan en het Groene Hart ligt er middenin. Dat wordt ook wel een polycentrische structuur genoemd, in tegenstelling tot de monocentrische structuur van Parijs of Londen.
De vier fasen van verstedelijking

| Fase | Wat er gebeurt | Waar de bevolking groeit | Waar de bevolking daalt |
| Urbanisatie | trek van platteland naar stad | de stad en vooral het centrum | het platteland |
| Suburbanisatie | trek van de stad naar de randgemeenten | de rand van de stad en de randgemeenten | het stadscentrum |
| Desurbanisatie | trek van de agglomeratie naar kleinere kernen verder weg | kleinere steden en dorpen op afstand | de hele agglomeratie |
| Re-urbanisatie | terugkeer naar het opgeknapte stadscentrum | het stadscentrum | soms de suburbane zone |
Urbanisatie
Urbanisatie is de toename van het aandeel van de bevolking dat in steden woont. In Nederland vond dat vooral plaats in de negentiende en begin twintigste eeuw, toen de industrie werk in de steden bood en de landbouw door mechanisatie minder mensen nodig had.
Rond 2007 gebeurde er iets belangrijks op wereldschaal: voor het eerst woonde meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. Inmiddels ligt dat aandeel boven de vijftig procent en het blijft stijgen, vooral in Afrika en Azië.

Suburbanisatie
Suburbanisatie is de trek uit de stad naar de aangrenzende gemeenten, terwijl mensen wel op de stad blijven gericht voor werk en voorzieningen. In Nederland begon dit in de jaren zestig en zeventig en het is de reden dat de bevolking van Amsterdam en Rotterdam in die periode daalde terwijl de regio groeide.
| Oorzaak van suburbanisatie | Uitleg |
| Ruimte en woningkwaliteit | Buiten de stad kun je voor hetzelfde geld groter en met een tuin wonen. |
| Toename van autobezit | Woon-werkafstand werd minder belangrijk toen bijna elk gezin een auto had. |
| Woningnood in de stad | Er waren simpelweg te weinig geschikte gezinswoningen in de stad. |
| Overheidsbeleid | Groeikernen zoals Almere, Purmerend en Zoetermeer werden bewust aangewezen en gebouwd. |
| Leefomgeving | Minder overlast, minder criminaliteit, meer groen en scholen met een ander leerlingenbestand. |
Suburbanisatie is selectief, en dat is een belangrijk punt. Vooral gezinnen met kinderen en een middeninkomen vertrokken. Achter bleven ouderen, eenpersoonshuishoudens en mensen met lage inkomens. Daardoor veranderde de bevolkingssamenstelling van de oude wijken sterk en kwamen voorzieningen en woningkwaliteit daar onder druk.
Desurbanisatie
Bij desurbanisatie trekken mensen niet naar de randgemeente maar naar kleinere kernen verder weg, soms tot ver buiten het stadsgewest. Mogelijk gemaakt door snelwegen, betere treinverbindingen en, recenter, door thuiswerken. In Nederland zie je dit in de groei van dorpen in Gelderland, Overijssel en Friesland.
Re-urbanisatie
Sinds de jaren negentig groeien de centra van Nederlandse steden weer. Dat komt door stadsvernieuwing, door de aantrekkelijkheid van de stad voor jongeren, studenten en tweeverdieners zonder kinderen, en door de omvorming van oude haven- en industriegebieden tot woonwijken, zoals het Oostelijk Havengebied in Amsterdam en Katendrecht in Rotterdam.
Aan re-urbanisatie hangt een discussie vast: gentrificatie. Als een wijk opknapt, stijgen de huren en woningprijzen, en dan kunnen de oorspronkelijke bewoners er niet meer blijven. Er is dus een spanning tussen het opknappen van een wijk en het verdringen van de mensen voor wie dat opknappen bedoeld leek.
De vier fasen in een zin
Urbanisatie: naar de stad. Suburbanisatie: naar de rand. Desurbanisatie: verder weg. Re-urbanisatie: terug naar het centrum.
De fasen vervangen elkaar niet volledig. In Nederland lopen re-urbanisatie en suburbanisatie nu tegelijk, alleen voor verschillende groepen mensen.
Push- en pullfactoren
Achter elke migratie zitten twee soorten redenen. Pushfactoren duwen mensen weg van hun huidige plek, pullfactoren trekken ze naar een nieuwe plek. Bij een examenvraag over migratie levert het punten op om ze allebei te benoemen.
| Pushfactoren van het platteland | Pullfactoren van de stad | |
| Werk | weinig werk, mechanisatie in de landbouw, kleine bedrijfsomvang | meer en beter betaald werk in industrie en diensten |
| Voorzieningen | sluitende scholen, winkels en zorg | onderwijs, ziekenhuizen, winkels, cultuur |
| Sociaal | weinig anonimiteit, weinig keuze in partners en vrienden | vrijheid, anonimiteit, ontmoetingsmogelijkheden |
| Fysiek | droogte, bodemuitputting, overstromingen, conflict | veiligheid en betere infrastructuur |
Bij verstedelijking in lagelonenlanden zijn de pushfactoren meestal sterker dan de pullfactoren. Mensen komen niet naar de stad omdat er banen zijn, maar omdat er op het platteland geen bestaan meer mogelijk is. Dat verschil verklaart waarom veel steden daar sneller groeien dan de werkgelegenheid en de infrastructuur bijhouden.
De ruimtelijke opbouw van een stad
Een westerse stad heeft een herkenbare opbouw in ringen, die de bouwgeschiedenis weerspiegelt. Van binnen naar buiten wordt de bebouwing over het algemeen ruimer en jonger.

| Zone | Bouwperiode | Kenmerken | Functie nu |
| Historische kern | voor 1850 | smalle straten, kleine panden, hoge dichtheid | winkels, horeca, toerisme, duurdere woningen |
| Centraal zakendistrict | vaak deels vernieuwd | kantoren, hoogbouw, weinig inwoners | werk, winkels, vervoersknooppunt |
| Negentiende-eeuwse gordel | 1850 tot 1900 | dichte etagebouw voor arbeiders, weinig groen | vaak stadsvernieuwing en gentrificatie |
| Vooroorlogse wijken | 1900 tot 1940 | ruimere opzet, portiekwoningen, meer groen | gemengd wonen |
| Naoorlogse wijken | 1945 tot 1975 | hoogbouw in stroken, veel groen tussen de blokken | sociale huur, kwetsbaar bij verval |
| Suburbane rand | 1975 tot nu | laagbouw met tuin, autogericht | gezinswoningen |
Deze opbouw verklaart veel stedelijke problemen. Juist de negentiende-eeuwse gordel en de naoorlogse wijken hebben verouderde woningen, en het zijn dan ook deze zones waar stadsvernieuwing zich op richt. In de naoorlogse wijken ging het bovendien vaak om hoogbouw met veel sociale huur, waardoor bewoners met lage inkomens zich er concentreerden.
Segregatie
Segregatie is de ruimtelijke scheiding van bevolkingsgroepen binnen een stad. Die kan naar inkomen, etniciteit of leeftijd zijn. Segregatie ontstaat deels door keuze en deels doordat er geen keuze is: waar de goedkope woningen staan, wonen de mensen met de laagste inkomens.
Segregatie wordt problematisch als er een concentratie van achterstanden ontstaat: lage inkomens, werkloosheid, slechte woningen en scholen met veel leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, allemaal in dezelfde wijk. Beleid richt zich daarom op menging: sloop van eenzijdige woningvoorraad en nieuwbouw in verschillende prijsklassen.
Verstedelijking in lagelonenlanden
De verstedelijking in Afrika, Azië en Latijns-Amerika verloopt anders dan in Europa, en dat verschil is een centraal examenonderwerp.

| Rijke landen | Lagelonenlanden | |
| Snelheid | over ongeveer twee eeuwen | in enkele decennia |
| Aanleiding | industrialisatie trok mensen naar de stad | vooral pushfactoren van het platteland |
| Werk | de industrie leverde banen | te weinig formele banen, dus veel informele sector |
| Huisvesting | grotendeels planmatig gebouwd | veel zelfgebouwde informele nederzettingen |
| Infrastructuur | kon meegroeien | loopt achter op de bevolkingsgroei |
| Huidige fase | suburbanisatie en re-urbanisatie | vooral nog urbanisatie |
Het belangrijkste verschil is de verhouding tussen bevolkingsgroei en werkgelegenheid. In Europa waren er banen in de fabrieken toen de mensen kwamen. In veel lagelonenlanden komen de mensen zonder dat er formeel werk voor ze is, en dan ontstaat de informele sector: straathandel, kleine reparatiebedrijfjes, afvalverwerking, vervoer. Die sector is geen randverschijnsel maar vaak de grootste werkgever van de stad.
Ook de huisvesting groeit informeel. Mensen bouwen zelf op grond die ze niet bezitten, eerst met golfplaat en later met steen als het gedoogd wordt. Zulke wijken hebben aan het begin geen riolering, drinkwater of elektriciteit, maar ze verbeteren over de jaren wel, vooral als de overheid bewoningsrechten toekent en op de nutsvoorzieningen aansluit. Dat laatste is het argument voor opwaardering in plaats van sloop.
Primaatstad
Een primaatstad is een stad die veel groter is dan de tweede stad van hetzelfde land, vaak meer dan twee keer. Bangkok, Lima, Buenos Aires en Manilla zijn voorbeelden. Zo'n stad trekt alle investeringen, alle bestuurlijke functies en alle migranten aan, waardoor de rest van het land achterblijft. Er ontstaat dan binnen het land een centrum-periferieverhouding: de primaatstad is het centrum en de rest de periferie.
Duurzame verstedelijking
Bijna zeventig procent van de wereldbevolking woont in 2050 naar verwachting in een stad. Hoe die steden groeien bepaalt daarom in hoge mate hoe duurzaam de wereld wordt.
| Uitdaging | Aanpak |
| Ruimtegebrek en aantasting van het landschap | verdichten en binnenstedelijk bouwen in plaats van uitbreiden in het groen |
| Autoafhankelijkheid en uitstoot | bouwen bij vervoersknooppunten, investeren in fiets en openbaar vervoer |
| Hittestress in de stad | meer groen en water, minder verharding, lichte dakbedekking |
| Wateroverlast door verharding | wadi's, groene daken, waterdoorlatende bestrating |
| Segregatie en ongelijkheid | gemengd bouwen, investeren in scholen en voorzieningen in kwetsbare wijken |
| Woningtekort | meer bouwen, maar ook beter benutten van bestaande woningen en gebouwen |
In Nederland speelt daarbij een specifieke afweging. Binnenstedelijk verdichten spaart het landschap en maakt openbaar vervoer rendabel, maar het is duurder en leidt tot minder groen per inwoner. Bouwen in het buitengebied is goedkoper en levert de woningen op waar veel mensen naar vragen, maar het tast het landschap aan en vergroot de autoafhankelijkheid. Dat is een klassieke vraag naar belangenafweging waarbij het antwoord altijd beide kanten moet benoemen.

Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen urbanisatie en suburbanisatie?
Urbanisatie is de trek van het platteland naar de stad, waarbij het aandeel stedelingen toeneemt en vooral het stadscentrum groeit. Suburbanisatie is de trek uit de stad naar de aangrenzende gemeenten, waarbij het centrum bevolking verliest terwijl de agglomeratie als geheel groeit.
Wat is een agglomeratie?
Een agglomeratie is een stad met de aangrenzende gemeenten die er ruimtelijk aan vastgebouwd zijn, zodat er een aaneengesloten bebouwd gebied ontstaat. Een agglomeratie is ruimtelijk begrensd; een stadsgewest is ruimer en omvat ook het gebied dat functioneel op de stad gericht is.
Is de Randstad een agglomeratie?
Nee. De vier grote steden zijn niet aan elkaar gebouwd en er is geen dominant centrum, met het Groene Hart er middenin. De Randstad is een stedelijk netwerk met een polycentrische structuur, waarin Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht elkaar aanvullen.
Wat zijn push- en pullfactoren bij verstedelijking?
Pushfactoren duwen mensen weg van het platteland: weinig werk, sluitende voorzieningen, droogte of conflict. Pullfactoren trekken mensen naar de stad: werk, onderwijs, zorg, winkels en anonimiteit. In lagelonenlanden zijn de pushfactoren meestal sterker dan de pullfactoren.
Waarom verloopt verstedelijking in lagelonenlanden anders?
Omdat het veel sneller gaat en omdat de bevolkingsgroei niet samenvalt met groei van formele werkgelegenheid. In Europa waren er fabrieksbanen toen de mensen kwamen; in veel lagelonenlanden komen mensen vooral door pushfactoren, waardoor de informele sector en informele nederzettingen ontstaan en de infrastructuur achterloopt.
Wat is gentrificatie?
Gentrificatie is het proces waarbij een oude stadswijk wordt opgeknapt en bewoners met hogere inkomens er komen wonen, waardoor huren en woningprijzen stijgen en de oorspronkelijke bewoners worden verdrongen. Het is de keerzijde van re-urbanisatie en stadsvernieuwing.
Deel deze pagina met je vrienden
Dit zeggen leerlingen en ouders
Toetsmij: de steun in de rug die elk kind verdient
Als ouder wil je maar één ding: dat je kinderen gezien worden, uitgedaagd worden en het vertrouwen krijgen dat ze méér kunnen dan ze zelf soms denken. Voor ons is Toetsmij daarin een gamechanger geweest.
Onze oudste dochter begon ooit op mavo-kader. Een lieve, slimme meid, maar soms onzeker en zoekend naar structuur. Dankzij de toetsen van Toetsmij.....helder, betrouwbaar, precies op niveau en altijd met ruimte om te groeien kreeg ze stap voor stap het vertrouwen dat ze het wél kon.
En hoe.
Ze stroomde door naar de havo, haalde haar diploma en volgt nu op eigen kracht de lerarenopleiding. Dat is niet alleen haar verdienste, maar ook het resultaat van materialen die haar serieus namen en haar lieten zien waar ze stond en waar ze naartoe kon.
Ook onze jongste dochter profiteert nu van Toetsmij. Ze doet op school al een aantal vakken op hoger niveau, en juist daar is Toetsmij een uitkomst. De toetsen sluiten perfect aan, dagen uit zonder te overweldigen en geven precies de feedback die ze nodig heeft om verder te groeien.
Het voelt alsof er iemand meedenkt, iemand die begrijpt dat elk kind anders leert en dat kwaliteit het verschil maakt.
Wat Toetsmij voor ons bijzonder maakt:
- Super betrouwbaar, e weet dat de toetsen kloppen, aansluiten en eerlijk meten.
- Meedenkend, het voelt alsof er altijd iemand achter de schermen staat die begrijpt wat leerlingen nodig hebben.
- Topkwaliteit geen rommel, geen gokwerk, maar echt professioneel materiaal waar scholen jaloers op zouden zijn.
Voor ons is Toetsmij niet zomaar een hulpmiddel. Het is een partner in de ontwikkeling van onze kinderen. Een stille kracht die hen helpt groeien, bloeien en boven zichzelf uitstijgen.
En als trotse ouder kan ik maar één ding zeggen:
Dankjewel, Toetsmij. Jullie maken écht het verschil.
Hele fijne en goede ondersteuning bij…
Hele fijne en goede ondersteuning bij de voorbereiding van de middelbare school toetsen. Havo/vwo brugjaren gebruik gemaakt van Toetsmij. Realistische toetsen. Vraag en antwoorden zijn top. Cijfers zijn omhoog gegaan maar ook het begrip van de stof en hoe een toets is opgebouwd. Goede snelle communicatie met de organisatie. Kortom een aanrader!!!
Eindelijk goede punten!
Mijn dochter heeft vorig jaar haar examen vmbo-GT niet gehaald! Dit jaar was dus extra stress! We zijn gewend en zo liep het nu ook weer dat ze het net op het randje vaak net red. Maarja we wilden geen herhaling van vorig jaar! In de laatste maanden hebben we toen toch gekozen voor toetsmij. Sceptisch maar toch wel te proberen. En nu is ze gewoon geslaagd met hoge punten!!!!!
Ik denk dat dat o.a komt omdat ze geen lezer is en daardoor niets bijblijft. Toetsmij is doen. Ik zeg aanrader!!!!
Zoek in meer dan 10.000 toetsen
Echte toetsvragen, precies aansluitend op jouw lesmethode en leerjaar. Voor alle klassen en alle niveaus