De cel: onderdelen van een plantencel en een dierlijke cel

ToetsMij
5m leestijd
Laatst gewijzigd 22 sep 2026

Als je onder de microscoop kijkt naar menselijke cellen, bijvoorbeeld cellen uit je wangslijmvlies, zie je rondjes met elk een donkere stip. Heel anders is het als je naar een dun plakje van een ui kijkt: dat zijn strakke vakjes met dikke randen. Hoe kan dat zo verschillend zijn? Biologen kijken daarvoor naar de bouw van de cel, de functie van elk onderdeel en het verschil tussen plantaardige en dierlijke cellen. Bij ToetsMij leggen we die onderwerpen stap voor stap aan je uit, met eenvoudige definities en handige voorbeelden!

Wat is een cel?

Onderdelen van een plantencel en een dierlijke cel
De onderdelen van een plantencel en van een dierlijke cel.

Een cel is de kleinste eenheid die zelf de kenmerken van leven vertoont. Sommige organismen bestaan uit één cel, de meeste uit heel veel. Een pantoffeldiertje in slootwater is één zo’n losse cel, die met trilharen door het water beweegt, voedsel opneemt en zich deelt. Hoe zit dat bij de mens? Jij bent meercellig; je bestaat uit tientallen biljoenen lichaamscellen. De meeste cellen zijn zo klein dat je ze met het blote oog niet kunt zien.

In een cel gebeurt alles wat leven nodig heeft. Hij neemt stoffen op, zet die om en geeft afvalstoffen af. Veel cellen kunnen bovendien groeien en zich delen. Ga je nog kleiner, dan lukt dat niet meer; de onderdelen binnen de cel redden het niet in hun eentje. Daarom noemen we de cel ook wel de kleinste levende bouwsteen.

Cellen zijn heel verschillend. Een zenuwcel is langgerekt, een rode bloedcel plat en rond, en een menselijke eicel is met ongeveer een tiende millimeter net met het blote oog te zien. En het kan nog veel groter: de eicel van een kip (de dooier van een ei) is ook maar één cel. Ondanks die verschillen herken je bij veel dierlijke en plantaardige cellen dezelfde basisonderdelen: het celmembraan, het cytoplasma en de organellen, de celkern en de mitochondriën. Die onderdelen bespreken we hieronder.

De buitenkant van de cel: celmembraan

Om elke cel zit een celmembraan, een dun vliesje dat de cel begrenst. Dat membraan houdt de inhoud bij elkaar. Ook reguleert het wat er in- en uitgaat. Voedingsstoffen en zuurstof gaan naar binnen, afvalstoffen gaan eruit. Raakt het membraan beschadigd, dan kan de inhoud weglopen en gaat de cel dood.

Het cytoplasma en de organellen

Binnen het membraan zit het cytoplasma, ook wel celplasma genoemd. Dit is een waterige vloeistof die de cel vult. Het cytoplasma staat niet stil; er worden voortdurend stoffen doorheen verplaatst. Erin liggen de organellen. Het woord organel betekent letterlijk klein orgaan, en die vergelijking klopt aardig: net zoals een orgaan een taak heeft in het lichaam, heeft een organel een taak in de cel. Ribosomen bijvoorbeeld maken eiwitten, de bouwstoffen waarmee de cel zichzelf opbouwt en herstelt.

De celkern bewaart het DNA

In de meeste dierlijke en plantaardige cellen ligt een celkern. Daarin zit het DNA, dat de erfelijke informatie van het organisme bevat. Dat DNA is opgerold tot chromosomen. De kern bepaalt wat de cel doet, want de erfelijke informatie vertelt hoe de cel is opgebouwd en welke stoffen de cel maakt. Cellen die zich delen, geven een volledige kopie van het DNA door aan beide nieuwe cellen. In de meeste lichaamscellen van één organisme zit daardoor hetzelfde DNA. Alleen gebruiken die cellen niet altijd hetzelfde stukje uit al die erfelijke informatie; daardoor doen bijvoorbeeld een spiercel en een zenuwcel ander werk.

Mitochondriën leveren de energie

Mitochondriën zijn organellen die energie produceren uit voedingsstoffen. Die energie gebruikt de cel voor alles wat hij doet: stoffen maken, transporteren, bewegen en delen. Cellen die veel werk doen, bevatten er meer dan cellen die weinig doen. Een spiercel is een typisch voorbeeld van zo’n werkpaard, en die zit dan ook vol mitochondriën.

Wat een plantaardige cel extra heeft ten opzichte van dierlijke cellen

Celwand in een plantencel en een dierlijke cel
Een plantencel heeft ten opzichte van een dierlijke cel niet alleen een celmembraan, maar ook nog een dikke celwand.

Een plantencel bevat alle basisonderdelen die we net hebben beschreven. Daarnaast heeft een plantencel nog drie eigen onderdelen. Om het celmembraan heen zit een celwand van cellulose, een stevige stof die de cel zijn vaste hoekige vorm geeft. Onder de microscoop zie je die celwand als een dikke rand. Cellulose is trouwens ook de stof waar papier en katoen grotendeels uit bestaan.

Check dit!

De celwand in een plantencel zit er niet in plaats van een celmembraan. Ze zitten er allebei, met de celwand aan de buitenkant en het membraan daar direct tegenaan. De celwand geeft stevigheid en laat water en opgeloste stoffen gemakkelijk door. Het membraan bepaalt wat er werkelijk de cel in- en uitgaat.

Binnenin de plantencel ligt één grote vacuole, een blaasje vol vocht waarin de plant water en andere stoffen opslaat. De vacuole zorgt net als de celwand voor stevigheid. In de groene delen van de plant zitten daarnaast bladgroenkorrels, waarin de plant met licht zijn eigen voedingsstoffen maakt. Bladgroenkorrels en mitochondriën doen trouwens niet hetzelfde werk. In de bladgroenkorrels maakt de plant voedingsstoffen; in de mitochondriën komt daar energie uit vrij.

Voorbeeld: slappe sla weer stevig maken (de werking van vacuolen)

Voorgesneden sla uit de supermarkt is vaak nogal slap. Koks weten echter dat je die blaadjes zo weer kunt oppeppen. Leg ze een halfuurtje in koud water, en de sla is weer lekker knapperig. Bij een kamerplant die na een warme dag een beetje slap hangt, kun je hetzelfde zien: geef hem wat water, en hij staat na een tijdje weer recht overeind. Hoe kan dat? Vacuolen zijn eigenlijk een soort kleine ballonnetjes. Geef je een plant water, dan pompen al die ballonnetjes zich op. Ze duwen allemaal tegen elkaar, en daardoor krijgt de plant stevigheid.

Een dierlijke cel heeft geen celwand, geen vacuole en geen bladgroenkorrels. Schimmelcellen lijken in sommige opzichten op plantencellen en in andere opzichten op dierlijke cellen. Ze hebben wel een celwand, maar geen bladgroenkorrels. De meeste bacteriën hebben ook een celwand, maar geen celkern. Organismen die cellen hebben zonder celkern heten prokaryoten; organismen met cellen die wel een celkern bevatten, heten eukaryoten.

OnderdeelDierlijke celPlantencel
CelmembraanJaJa
CytoplasmaJaJa
CelkernJaJa
MitochondriënJaJa
CelwandNeeJa
Grote vacuoleNeeJa
BladgroenkorrelsNeeAlleen in groene delen

Van één cel tot een weefsel en een heel organisme

Nieuwe cellen ontstaan altijd uit bestaande cellen. Bij gewone celdeling (mitose) ontstaan twee dochtercellen met in principe dezelfde erfelijke informatie. Een meercellig organisme groeit doordat cellen zich delen en doordat cellen groter worden. Bij een eencellig organisme groeit het individu doordat de ene cel groter wordt; deling levert daar nieuwe individuen op. Tijdens de groei van een meercellig organisme krijgen cellen bovendien verschillende vormen en taken. Een spiercel kan samentrekken, een zenuwcel geeft signalen door en een wortelcel neemt water op. Cellen met dezelfde taak liggen bij elkaar en vormen samen een weefsel.

Van cel naar weefsel
Zo groeit een dier. Eerst is er maar één cel: de bevruchte eicel. Die deelt zich in tweeën, en daarna delen de nieuwe cellen zich telkens opnieuw. Doordat cellen zich delen en groter worden, groeit het organisme. Ondertussen krijgen de cellen een eigen vorm en taak: ze specialiseren zich. Zo ontstaan bijvoorbeeld spier- en zenuwcellen. Cellen met dezelfde taak liggen bij elkaar en vormen samen een weefsel. Spiercellen vormen bijvoorbeeld samen spierweefsel.

ToetsMij ToetsTip

Wat moet je nou echt weten over cellen in de biologie?

  • Cel: de kleinste eenheid die zelf de kenmerken van leven vertoont.
  • Elk onderdeel heeft een eigen functie. Het membraan begrenst, de kern regelt, de mitochondriën leveren energie en het cytoplasma vult de rest.
  • Een plantencel herken je onder andere aan de celwand en de grote vacuole. Cellen uit groene delen van een plant hebben daarnaast bladgroenkorrels.

De onderdelen van een cel kom je in bijna elk biologieonderwerp weer tegen, van fotosynthese tot erfelijkheid. Wil je zeker weten dat je op je toets de functie van elk onderdeel van de cel kunt noemen en dat je een plantencel meteen van een dierlijke cel onderscheidt? Maak dan onze oefentoetsen biologie!

Wil je oefenen?

Maak nu de voorbeeldtoets biologie om te ervaren hoe ToetsMij werkt.

Toetsen ontwikkeld door 200+ vakexperts
Antwoorden, uitwerkingen en toelichtingen
Bewezen resultaat: hogere cijfers, minder stress
ToetsMij

Alle oefentoetsen op ToetsMij worden ontwikkeld door vakexperts met jarenlange ervaring in het voortgezet onderwijs. Het zijn docenten en specialisten die de lesmethodes van binnenuit kennen en dagelijks werken met de boeken en toetsen die leerlingen op school gebruiken. Zij weten als geen ander hoe een goede vraag eruitziet en op welk niveau leerlingen worden getoetst.

Deel deze pagina met je vrienden

Dit zeggen leerlingen en ouders

10

Toetsmij: de steun in de rug die elk kind verdient

Als ouder wil je maar één ding: dat je kinderen gezien worden, uitgedaagd worden en het vertrouwen krijgen dat ze méér kunnen dan ze zelf soms denken. Voor ons is Toetsmij daarin een gamechanger geweest.

Onze oudste dochter begon ooit op mavo-kader. Een lieve, slimme meid, maar soms onzeker en zoekend naar structuur. Dankzij de toetsen van Toetsmij.....helder, betrouwbaar, precies op niveau en altijd met ruimte om te groeien kreeg ze stap voor stap het vertrouwen dat ze het wél kon. 
En hoe. 
Ze stroomde door naar de havo, haalde haar diploma en volgt nu op eigen kracht de lerarenopleiding. Dat is niet alleen haar verdienste, maar ook het resultaat van materialen die haar serieus namen en haar lieten zien waar ze stond en waar ze naartoe kon.

Ook onze jongste dochter profiteert nu van Toetsmij. Ze doet op school al een aantal vakken op hoger niveau, en juist daar is Toetsmij een uitkomst. De toetsen sluiten perfect aan, dagen uit zonder te overweldigen en geven precies de feedback die ze nodig heeft om verder te groeien. 
Het voelt alsof er iemand meedenkt, iemand die begrijpt dat elk kind anders leert en dat kwaliteit het verschil maakt.

Wat Toetsmij voor ons bijzonder maakt:
- Super betrouwbaar, e weet dat de toetsen kloppen, aansluiten en eerlijk meten. 
- Meedenkend, het voelt alsof er altijd iemand achter de schermen staat die begrijpt wat leerlingen nodig hebben. 
- Topkwaliteit geen rommel, geen gokwerk, maar echt professioneel materiaal waar scholen jaloers op zouden zijn. 

Voor ons is Toetsmij niet zomaar een hulpmiddel. Het is een partner in de ontwikkeling van onze kinderen. Een stille kracht die hen helpt groeien, bloeien en boven zichzelf uitstijgen.

En als trotse ouder kan ik maar één ding zeggen: 
Dankjewel, Toetsmij. Jullie maken écht het verschil.

Marco Braspenning
10

Hele fijne en goede ondersteuning bij…

Hele fijne en goede ondersteuning bij de voorbereiding van de middelbare school toetsen. Havo/vwo brugjaren gebruik gemaakt van Toetsmij. Realistische toetsen. Vraag en antwoorden zijn top. Cijfers zijn omhoog gegaan maar ook het begrip van de stof en hoe een toets is opgebouwd. Goede snelle communicatie met de organisatie. Kortom een aanrader!!!

Mea
10

Eindelijk goede punten!

Mijn dochter heeft vorig jaar haar examen vmbo-GT niet gehaald! Dit jaar was dus extra stress! We zijn gewend en zo liep het nu ook weer dat ze het net op het randje vaak net red. Maarja we wilden geen herhaling van vorig jaar! In de laatste maanden hebben we toen toch gekozen voor toetsmij. Sceptisch maar toch wel te proberen. En nu is ze gewoon geslaagd met hoge punten!!!!!

Ik denk dat dat o.a komt omdat ze geen lezer is en daardoor niets bijblijft. Toetsmij is doen. Ik zeg aanrader!!!!

Thera Ploegmakers , Vlijmen

Zoek in meer dan 10.000 toetsen

Echte toetsvragen, precies aansluitend op jouw lesmethode en leerjaar. Voor alle klassen en alle niveaus

Ik zit in het
en doe
ik wil beter worden in