Gezondheid: voeding, leefstijl en ziektes voorkomen
Wat hebben een vaccinatie, een houdbaarheidsdatum en een waarschuwing op een pakje sigaretten met elkaar te maken? Ze hebben alle drie betrekking op gezondheid en ziekte. De kans dat je ziek wordt hangt af van je voeding, je leefstijl, je omgeving en de ziekteverwekkers die je tegenkomt. Bij ToetsMij leggen we die onderwerpen stap voor stap aan je uit, met eenvoudige definities en handige voorbeelden!
Inhoudsopgave
De factoren die samen je gezondheid bepalen

Gezond zijn is meer dan niet ziek zijn. Het gaat om een lichaam dat goed werkt en om je goed voelen. Er zijn tal van factoren die daarvoor belangrijk zijn.
Een deel daarvan bepaal je zelf: je leefstijl. Denk bijvoorbeeld aan wat je eet, hoeveel je beweegt, hoeveel je slaapt en of je rookt of drinkt. Maar er zijn ook dingen waar je weinig of zelfs geen invloed op hebt. Eén daarvan is je leefomgeving: de luchtkwaliteit op straat, lawaai om je heen, ziekteverwekkers die rondgaan. Andere factoren die je niet zelf kunt bepalen zijn je leeftijd en erfelijke aanleg voor ziektes.
Al deze factoren samen bepalen je gezondheid. Factoren die de kans op ziekte verhogen, noemen biologen ook wel risicofactoren. Belangrijk om te weten is dat risicofactoren geen garantie zijn op ziekte; het gaat altijd om een kans. Iemand met erfelijke aanleg voor een ziekte hoeft die ziekte niet te krijgen; iemand zonder die aanleg kan ook ziek worden.
Wat kun je leren van een verpakking?

Je voedingsstoffen haal je uit voedingsmiddelen, zoals brood, broccoli of bananen. Geen enkel voedingsmiddel bevat in z’n eentje alles wat je nodig hebt. Een evenwichtig voedingspatroon betekent dat je genoeg verschillende dingen eet om alle voedingsstoffen binnen te krijgen, zoals koolhydraten en vetten als brandstof, eiwitten als bouwstof en vitaminen, mineralen en water. Ook voedingsvezels zijn belangrijk voor een gezond voedingspatroon.
In de supermarkt zitten de meeste voedingsmiddelen in een verpakking. Daarop staat wat erin zit. Bijna altijd staat er een ingrediëntenlijst op, die gesorteerd is in volgorde van hoeveelheid, van veel naar weinig. Ook is er vaak een voedingswaardetabel. Die geeft per honderd gram de energie in kilojoule (kJ) en kilocalorieën (kcal) en daarnaast de hoeveelheden van de belangrijkste voedingsstoffen. Op veel producten staat ook een Nutri-Score, een letter van A tot E die aangeeft hoe een product zich verhoudt tot vergelijkbare producten.
Verder staan er meestal additieven op, hulpstoffen die de fabrikant heeft toegevoegd. Voorbeelden van additieven zijn kleurstoffen, conserveermiddelen, zoetstoffen en smaakversterkers. In Europa goedgekeurde additieven hebben een E-nummer. Aroma’s zorgen voor geur of smaak en staan als aroma in de ingrediëntenlijst.
Te weinig of te eenzijdig eten heeft gevolgen. Bij ondervoeding krijg je onvoldoende energie en voedingsstoffen binnen. Bij verborgen honger eet je genoeg, maar mis je bepaalde vitaminen of mineralen. Te veel eten is ook niet goed; overgewicht telt als risicofactor, vooral voor hart- en vaatziekten en voor suikerziekte type 2.
Hoe je met conserveren voedsel langer kunt bewaren

Voedsel kan bederven door bacteriën en schimmels die erin groeien. Sommige micro-organismen in voedsel kunnen je ziek maken. Als de micro-organismen zelf de oorzaak van de ziekte zijn, dan heb je een voedselinfectie. Zijn giftige stoffen die bacteriën of schimmels hebben gemaakt de oorzaak, dan heb je een voedselvergiftiging. Salmonellabacteriën in rauw vlees of rauwe eieren zijn een bekend voorbeeld van bacteriën die een voedselinfectie kunnen veroorzaken.
Om dit soort problemen te voorkomen, kun je voedsel conserveren. Dat zorgt ervoor dat je de groei van micro-organismen afremt of ze doodt. Koelen en invriezen vertragen de groei, maar doden de micro-organismen niet. Drogen, zouten en suikeren onttrekken het water dat ze nodig hebben om te groeien. Verhitten kan veel micro-organismen doden. Bij pasteuriseren wordt een product kort verhit; bij melk bijvoorbeeld is dat tot zo’n 72 graden. Daardoor gaan de meeste micro-organismen dood, terwijl smaak en vitaminen redelijk behouden blijven. Bij steriliseren gebruik je een hogere temperatuur en soms ook een langere duur. Dat zorgt ervoor dat vrijwel alle micro-organismen worden gedood. Gesteriliseerd voedsel blijft daardoor veel langer houdbaar. Een nadeel is dat smaak en voedingsstoffen verloren kunnen gaan.
Voorbeeld: twee andere pakken melk
Verse melk uit het koelschap in de supermarkt is gepasteuriseerd. Omdat pasteurisatie niet alle micro-organismen kan doden, moet je die melk gekoeld bewaren: een algemene manier van conserveren die voor heel veel voedingsmiddelen werkt. In veel supermarkten is ook gesteriliseerde melk te koop, die vaak wordt verkocht als houdbare melk. Die staat niet in de koeling; een ongeopend pak kan maanden buiten de koelkast staan. Maar zodra je dat pak opent, moet je het ook in de koelkast bewaren om het langer goed te houden.
Op een verpakking staat vaak een houdbaarheidsdatum. Er zijn twee varianten. Ten minste houdbaar tot, afgekort THT, gaat over kwaliteit. Na die datum is een ongeopend product vaak nog goed; kijk, ruik en proef en volg het bewaaradvies. Te gebruiken tot, afgekort TGT, gaat over veiligheid. Gebruik het product vóór of op die datum en niet erna. Let op: die datum geldt alleen als je het product nog niet hebt geopend. Bij een TGT-datum staat er vaak ook nog een advies voor een geopende verpakking, bijvoorbeeld dat je het afgesloten moet bewaren en binnen 24 uur moet consumeren.
Besmetting en ziekte voorkomen

Veel ziektes worden veroorzaakt door ziekteverwekkers, zoals bacteriën, virussen en schimmels. Als ziekteverwekkers je lichaam binnendringen en zich daar vermenigvuldigen, heet dat een infectie. Griep en verkoudheid zijn voorbeelden van ziektes die veroorzaakt worden door virussen. Blaasontsteking, tetanus en de ziekte van Lyme komen dan weer van bacteriën. Voetschimmel, de naam zegt het al, wordt veroorzaakt door een schimmel.
Een belangrijke manier om ziektes te voorkomen is om ervoor te zorgen dat ziekteverwekkers zich niet verspreiden en je niet besmet raakt. Daar kun je zelf veel aan doen door te letten op hygiëne: schoon werken, zodat ziekteverwekkers weinig kans krijgen. Veel van de nodige maatregelen neem je waarschijnlijk al, misschien zelfs zonder erbij na te denken. Denk aan je handen wassen na de wc en voor het eten, wondjes goed schoonhouden en hoesten in je elleboog.
Ook je lichaam zelf helpt tegen ziekteverwekkers. Sommige witte bloedcellen maken antistoffen tegen ziekteverwekkers. Als je lichaam eenmaal in contact is gekomen met een bepaalde ziekteverwekker, dan maakt het geheugencellen aan. Die kunnen de ziekteverwekker een volgende keer herkennen, zodat je afweersysteem sneller kan reageren. Je lichaam hoeft dan namelijk niet eerst te gaan bedenken hoe het de ziekteverwekker moet opruimen. Dat scheelt kostbare tijd, want hoe langer dat duurt, hoe langer de ziekteverwekker zich kan vermenigvuldigen en hoe zieker jij wordt. De opgebouwde bescherming door dat geheugen heet immuniteit.
Een vaccinatie maakt ook gebruik van dat geheugen. Een vaccin kan een verzwakte of dode ziekteverwekker bevatten, of alleen een stukje ervan. Je wordt daardoor niet echt ziek, maar je maakt wel geheugencellen aan. Als je daarna met de echte ziekteverwekker in contact komt, staat je lichaam daar al klaar voor: het herkent de ziekteverwekker. Je wordt dan vaak niet of veel minder ziek. Door vaccinaties komen diverse ernstige ziektes amper meer in Nederland voor, zoals polio (kinderverlamming) en difterie. De pokken zijn dankzij vaccinaties zelfs over de hele wereld verdwenen.
Check dit!
Vaccineren doe je niet alleen voor jezelf. Bij besmettelijke ziekten die van mens tot mens gaan, geldt vaak: hoe meer mensen er zijn ingeënt, hoe kleiner de kans is dat de ziekte zich verspreidt. Op die manier is de bevolking als geheel beter beschermd, ook mensen die niet gevaccineerd kunnen worden. Daarom is het belangrijk dat zo veel mogelijk mensen hun vaccinaties halen.
Leefstijl, hart- en vaatziekten en kanker

Je leefstijl verandert de kans op bepaalde ziektes. Roken is daarvan het duidelijkste voorbeeld. Tabaksrook bevat nicotine, een schadelijke stof die zorgt dat je verslaafd raakt. Daarnaast bevat rook nog tal van andere schadelijke stoffen, zoals teer, dat in je longen achterblijft en kanker kan veroorzaken. Als je zelf niet rookt maar wel in de rook van anderen zit, adem je die stoffen ook in. Dat heet meeroken.
Alcohol beïnvloedt je hersenen en vertraagt je reacties. Veel drinken in korte tijd (bingedrinking) kan leiden tot een alcoholvergiftiging. Bij jongeren zijn de effecten groter, doordat de hersenen nog in ontwikkeling zijn. Alcohol kan ook kanker veroorzaken.
Een tumor ontstaat wanneer cellen zich ongecontroleerd blijven delen. Een tumor kan goedaardig of kwaadaardig zijn. Een goedaardige tumor is geen kanker, maar een kwaadaardige wel. Een kwaadaardige tumor kan het omliggende weefsel ingroeien en zich uitzaaien naar andere delen van het lichaam. Er zijn diverse risicofactoren voor kanker: naast roken en alcohol ook bijvoorbeeld te veel in de zon zitten zonder bescherming. Er zijn ook allerlei oorzaken waar je niets aan kunt doen, zoals erfelijke factoren en leeftijd.
Net als kanker zijn er verschillende risicofactoren die de kans op hart- en vaatziekten verhogen. Een veel voorkomend probleem is dat zich in de wand van slagaders langzaam een laagje vet en kalk af kan zetten. Daardoor wordt het vat nauwer en stugger. Dat heet slagaderverkalking; veel mensen noemen het trouwens aderverkalking. Als zo’n vernauwd vat helemaal verstopt raakt door een bloedprop, dan krijgt het weefsel erachter geen zuurstof meer. Een heel ernstig voorbeeld is als dat in de kransslagaders gebeurt, want dan is er sprake van een hartinfarct. Roken, weinig bewegen en overgewicht verhogen de kans op hart- en vaatziekten, en voldoende bewegen verlaagt deze.
Instinker: ook als je gezond leeft, kun je kanker krijgen, of een hart- en vaatziekte. Risicofactoren verhogen wel de kans, maar het is nooit zeker. Er zijn niet-rokers die longkanker krijgen en rokers die er nooit last van krijgen. Hoe meer risicofactoren, hoe hoger de kans. Omdat het een kans is, kun je dit soort ziektes nooit helemaal uitsluiten.
Waarom is het zo moeilijk om te stoppen met een verslaving?
Verslaving betekent dat iemand moeilijk kan stoppen met een middel, ook als dat nadelige gevolgen heeft. Waarom dat zo moeilijk is, kan een lichamelijke of een geestelijke oorzaak hebben, en soms allebei. Lichamelijke afhankelijkheid zorgt ervoor dat het lichaam bij stoppen reageert met ontwenningsverschijnselen. Geestelijke afhankelijkheid betekent dat je aan het middel blijft denken. Je hebt er steeds trek in, en je hebt een sterke drang om het opnieuw te gebruiken.
Nicotine, alcohol en cannabis kunnen alle drie tot verslaving leiden. Cannabis bevat THC, waardoor je stoned of high wordt, en CBD, dat niet zo’n effect heeft. Hoe jonger je met deze middelen begint, hoe groter de kans dat je een verslaving ontwikkelt.
Stoppen met een verslaving is niet zomaar een kwestie van wilskracht. Er treden veranderingen in je lichaam en hersenen op die het erg moeilijk kunnen maken om te stoppen met een verslavend middel. Hulp van anderen maakt het vaak gemakkelijker om te stoppen dan wanneer je het in je eentje probeert.
Wat je moet doen bij ongelukken en blessures
Je hoort vaak: voorkomen is beter dan genezen. Maar niet alles is te voorkomen. Een ongelukje is zo gebeurd, of je nu thuis bent, op school of op het sportveld. Het is handig om bij enkele veel voorkomende problemen te weten wat je moet doen:
- Bij een brandwond helpt direct koelen: houd de plek minstens tien minuten onder lauw, zacht stromend water.
- Bij blaren, een open brandwond of een brandwond door elektriciteit of chemicaliën waarschuw je een arts.
- Bij een bloedende wond druk je er iets schoons op tot het bloeden stopt.
- Bij een blessure bij het sporten stop je met de activiteit als doorgaan pijn doet.
Weet je het niet, dan is hulp halen het verstandigst: vraag een docent, ouder of huisarts om hulp. Bij levensgevaar bel je 112.
ToetsMij ToetsTip
Wat moet je weten voor een toets over gezondheid in de biologie?
- Risicofactor: iets wat de kans op een ziekte vergroot. Sommige factoren heb je zelf in de hand, sommige niet.
- Conserveren zorgt ervoor dat voedsel langer goed blijft. Pasteuriseren doodt de meeste micro-organismen, steriliseren vrijwel alle. Gesteriliseerd voedsel blijft daardoor langer houdbaar.
- Hygiëne helpt om besmettingen te voorkomen.
- Bij een vaccinatie leert je afweersysteem een ziekteverwekker herkennen, zodat je later beter beschermd bent.
- Bij hart- en vaatziekten en kanker zijn er vaak meerdere risicofactoren.
Gezondheid in de biologie is een heel breed onderwerp. Het gaat hierbij om zaken zoals voeding, hygiëne, vaccinatie en leefstijl. Wil je dit goed doen op je toets, dan is het belangrijk om te oefenen. Check dus onze oefentoetsen voor biologie in de onderbouw!
Deel deze pagina met je vrienden
Dit zeggen leerlingen en ouders
Toetsmij: de steun in de rug die elk kind verdient
Als ouder wil je maar één ding: dat je kinderen gezien worden, uitgedaagd worden en het vertrouwen krijgen dat ze méér kunnen dan ze zelf soms denken. Voor ons is Toetsmij daarin een gamechanger geweest.
Onze oudste dochter begon ooit op mavo-kader. Een lieve, slimme meid, maar soms onzeker en zoekend naar structuur. Dankzij de toetsen van Toetsmij.....helder, betrouwbaar, precies op niveau en altijd met ruimte om te groeien kreeg ze stap voor stap het vertrouwen dat ze het wél kon.
En hoe.
Ze stroomde door naar de havo, haalde haar diploma en volgt nu op eigen kracht de lerarenopleiding. Dat is niet alleen haar verdienste, maar ook het resultaat van materialen die haar serieus namen en haar lieten zien waar ze stond en waar ze naartoe kon.
Ook onze jongste dochter profiteert nu van Toetsmij. Ze doet op school al een aantal vakken op hoger niveau, en juist daar is Toetsmij een uitkomst. De toetsen sluiten perfect aan, dagen uit zonder te overweldigen en geven precies de feedback die ze nodig heeft om verder te groeien.
Het voelt alsof er iemand meedenkt, iemand die begrijpt dat elk kind anders leert en dat kwaliteit het verschil maakt.
Wat Toetsmij voor ons bijzonder maakt:
- Super betrouwbaar, e weet dat de toetsen kloppen, aansluiten en eerlijk meten.
- Meedenkend, het voelt alsof er altijd iemand achter de schermen staat die begrijpt wat leerlingen nodig hebben.
- Topkwaliteit geen rommel, geen gokwerk, maar echt professioneel materiaal waar scholen jaloers op zouden zijn.
Voor ons is Toetsmij niet zomaar een hulpmiddel. Het is een partner in de ontwikkeling van onze kinderen. Een stille kracht die hen helpt groeien, bloeien en boven zichzelf uitstijgen.
En als trotse ouder kan ik maar één ding zeggen:
Dankjewel, Toetsmij. Jullie maken écht het verschil.
Hele fijne en goede ondersteuning bij…
Hele fijne en goede ondersteuning bij de voorbereiding van de middelbare school toetsen. Havo/vwo brugjaren gebruik gemaakt van Toetsmij. Realistische toetsen. Vraag en antwoorden zijn top. Cijfers zijn omhoog gegaan maar ook het begrip van de stof en hoe een toets is opgebouwd. Goede snelle communicatie met de organisatie. Kortom een aanrader!!!
Eindelijk goede punten!
Mijn dochter heeft vorig jaar haar examen vmbo-GT niet gehaald! Dit jaar was dus extra stress! We zijn gewend en zo liep het nu ook weer dat ze het net op het randje vaak net red. Maarja we wilden geen herhaling van vorig jaar! In de laatste maanden hebben we toen toch gekozen voor toetsmij. Sceptisch maar toch wel te proberen. En nu is ze gewoon geslaagd met hoge punten!!!!!
Ik denk dat dat o.a komt omdat ze geen lezer is en daardoor niets bijblijft. Toetsmij is doen. Ik zeg aanrader!!!!
Zoek in meer dan 10.000 toetsen
Echte toetsvragen, precies aansluitend op jouw lesmethode en leerjaar. Voor alle klassen en alle niveaus