Natuurlijke selectie en evolutie: zo veranderen soorten

ToetsMij
6m leestijd
Laatst gewijzigd 25 sep 2026

Op plaatjes over evolutie, zoals hieronder, zie je vaak een simpele lijn van aap naar mens. Maar veranderen soorten echt op zo’n rechte lijn? Helaas is evolutie in werkelijkheid niet zo eenvoudig. Je moet daarvoor kijken naar erfelijkheid, variatie, mutaties en natuurlijke selectie. Bij ToetsMij leggen we die onderwerpen stap voor stap aan je uit, met eenvoudige definities en handige voorbeelden!

Variatie: individuen van dezelfde soort verschillen van elkaar

/media/KDs-en-begrippen/Biologie/5.1.1-Natuurlijke-selectie-en-evolutie-ToetsMij.png

Alle mensen behoren tot dezelfde soort: Homo sapiens. Toch is ieder mens verschillend. Kijk maar eens om je heen in de klas. Alleen al in het haar van de andere leerlingen zie je allerlei verschillen: het kan bijvoorbeeld krullend of steil zijn, en zwart, blond, bruin of rood. Zulke onderlinge verschillen binnen één soort heten variatie.

Niet elk verschil wordt doorgegeven aan nakomelingen. Alleen erfelijke variatie gaat via het erfelijk materiaal naar de volgende generatie. Iemand die gespierd is doordat hij veel traint, geeft die gespierdheid niet door aan zijn kinderen.

Nieuwe erfelijke variatie ontstaat door mutaties. Een mutatie is een verandering in het erfelijk materiaal. Die kan spontaan optreden of door invloeden van buitenaf, zoals bepaalde straling en stoffen. Zo’n verandering gebeurt willekeurig en niet omdat het organisme hem nodig heeft. De meeste mutaties zijn voor het organisme neutraal – ze maken eigenlijk geen verschil – of negatief. Sommige mutaties pakken positief uit.

Natuurlijke selectie

Natuurlijke selectie bij berkenspanner
De berkenspanner onderging natuurlijke selectie door vervuiling: de berk waar hij op schuilde kleurde zwart door roet, dus kwamen er meer zwarte berkenspanners.

Lang niet ieder pasgeboren dier en lang niet elke kiemplant blijft lang genoeg leven om volwassen te worden. Dat kan allerlei redenen hebben: te weinig voedsel, te weinig ruimte, roofdieren, ziektes... Welke individuen het redden, hangt deels af van hun eigenschappen.

Als een erfelijke eigenschap goed past bij de omgeving, dan heeft de drager ervan een grotere overlevingskans en krijgt hij gemiddeld meer nakomelingen. Daardoor wordt die erfelijke eigenschap gemiddeld vaker doorgegeven aan de volgende generatie dan ongunstige eigenschappen. Dat proces heet natuurlijke selectie.

De Engelse uitdrukking survival of the fittest heeft hier betrekking op. Maar let op: veel leerlingen lezen deze uitdrukking verkeerd. Het woord fittest heeft niets te maken met het Nederlandse woord ‘fit’; het gaat niet om de sterkste of de snelste. Het komt van het Engelse to fit – passen. Survival of the fittest gaat er dus om dat het best passende organisme overleeft. Zoals de donkere berkenspanner in het vervuilde Engeland uit het voorbeeld hieronder: die was het beste aangepast aan zijn omgeving en had dus een hogere overlevingskans.

Voorbeeld: de berkenspanner en de laag roet

De berkenspanner is een nachtvlinder die overdag stil op boomschors zit. Er bestaat een lichte en een donkere vorm. Op schone, lichte schors valt de donkere vorm op en valt hij sneller ten prooi aan vogels. Maar tijdens de Industriële Revolutie was de lucht in Engeland zo vies dat berkenschors zwart kleurde van het roet van de fabrieken. En tegen die zwarte schors viel de donkere berkenspanner juist minder op. Daardoor werd de donkere vorm talrijker. Tegenwoordig, nu de lucht schoner is, is de lichte berkenspanner weer in het voordeel, en komt die ook meer voor.

Evolutie: populaties veranderen na veel generaties

Evolutie na generaties
Dit is natuurlijk wat overdreven weergegeven, maar zo zie je hoe evolutie doorwerkt in generaties: een verandering waarbij telkens iets meer kevers rood worden, zorgt er na een aantal generaties voor dat er relatief veel meer rode kevers zijn dan gele.

Binnen één generatie merk je vaak nauwelijks iets van natuurlijke selectie. Als die selectie doorwerkt in veel generaties, dan verandert de samenstelling van een populatie. Die verandering van erfelijke eigenschappen van populaties over generaties heet evolutie.

Bij organismen waarbij generaties elkaar snel opvolgen kunnen zulke veranderingen ook snel zichtbaar worden. Bij bacteriën kan bijvoorbeeld door mutatie een bacterie voorkomen die resistent is tegen een bepaald antibioticum. Wordt dat middel gebruikt, dan sterven veel gevoelige bacteriën. Resistente bacteriën hebben dus een voordeel. Omdat bacteriën zich snel delen, kan het aandeel resistente bacteriën in korte tijd sterk toenemen. Ook insecten kunnen snel evolueren, bijvoorbeeld in reactie op bestrijdingsmiddelen.

Goed om te weten: die snelheid is relatief. Het zegt iets over de tijd die het kost voordat een verandering zichtbaar is in een populatie, niet over hoe groot de verandering in de populatie per generatie is. In een laboratorium is het gemakkelijk om de evolutie bij bacteriën te zien, omdat je al binnen enkele dagen tientallen generaties kunt hebben. In theorie zou je hetzelfde soort onderzoek ook met bijvoorbeeld olifanten kunnen doen, alleen heb je misschien wel duizenden jaren nodig om hetzelfde aantal generaties te krijgen.

Soms raken twee groepen van dezelfde soort van elkaar gescheiden. Bij een zware storm komen bijvoorbeeld vogels van één soort terecht op twee verschillende eilanden. De omstandigheden en de selectie kunnen in beide gebieden verschillen. De groepen kunnen daardoor over lange tijd uit elkaar groeien. Als ze uiteindelijk zo verschillend zijn dat ze samen geen vruchtbare nakomelingen meer kunnen krijgen, dan zijn er twee soorten ontstaan.

Check dit!

Natuurlijke selectie gaat over veranderingen in de genetische samenstelling van een populatie over meerdere generaties. Een individu kan zijn erfelijke eigenschappen niet doelgericht aanpassen wanneer dat nodig is. In het voorbeeld van antibioticaresistente bacteriën paste een bacterie zijn erfelijk materiaal dus niet aan om beter bestand te zijn tegen het antibioticum. De resistente variant was toevallig al ontstaan door een mutatie. Door natuurlijke selectie nam het aandeel resistente bacteriën daarna over meerdere generaties toe. Uiteindelijk was de populatie daardoor gemiddeld beter bestand tegen het antibioticum.

Soorten kunnen uitsterven

Selectie werkt alleen als er iets te selecteren valt. Verandert een omgeving sneller dan een populatie zich kan aanpassen, of ontbreekt de erfelijke variatie waarmee dat zou kunnen, dan kan de populatie niet overleven. Als dat uiteindelijk voor alle populaties van een soort geldt, sterft de soort uit. Een populatie met veel erfelijke variatie loopt minder risico. De kans is namelijk groter dat er een variant tussen zit die tegen de nieuwe omstandigheden kan, zoals de resistente bacterie van hierboven.

Uitsterven is niet de uitzondering, maar juist de gebruikelijke uitkomst in de evolutie. Verreweg de meeste soorten die ooit hebben bestaan, zijn er niet meer. Denk bijvoorbeeld aan dinosauriërs en dodo’s. Die laatste soort is trouwens een voorbeeld van iets dat tegenwoordig vaak voorkomt. De mens zorgt ervoor dat er veel soorten uitsterven, onder andere door op ze te jagen, zoals met de dodo, of door hun leefgebied te veranderen.

Het kan trouwens ook dat een soort terugkomt. Niet alle soorten sterven namelijk wereldwijd uit; een soort kan ook alleen plaatselijk verdwijnen. De wolf is in Nederland een goed voorbeeld. Die verdween hier vroeger, onder andere door de jacht. Nu de omstandigheden weer gunstiger zijn, komt de wolf weer voor in Nederland.

Tip: natuurlijke selectie heeft drie voorwaarden. Ontbreekt er één, dan is er geen sprake van natuurlijke selectie. De drie voorwaarden zijn:

  1. Er is variatie tussen individuen;
  2. Een deel van die variatie is erfelijk;
  3. Die erfelijke verschillen zorgen voor een verschil in het aantal nakomelingen.

Fossielen en lichaamsbouw geven aanwijzingen voor evolutie

/media/KDs-en-begrippen/Biologie/5.1.4-Gemeenschappelijke-voorouder-in-de-evolutie-ToetsMij.png
Wat hebben een hond, een vleermuis en een mens met elkaar te maken? Ze delen een gemeenschappelijke voorouder. Dat kun je zien doordat de voorpoot van een hond, de vleugel van een vleermuis en de arm van een mens dezelfde botten bevatten, in dezelfde volgorde. Ergens in de evolutie hebben we een andere afslag genomen, maar deze kenmerken delen we nog steeds.

Hoe weten we eigenlijk dat soorten vroeger anders waren? Er zijn verschillende aanwijzingen waaraan je dat kunt zien. Drie van de belangrijkste op een rijtje:

  1. Fossielen. Dat zijn resten of afdrukken van organismen die in gesteente bewaard zijn gebleven. Paleontologen kunnen uit de gesteentelaag waarin een fossiel ligt afleiden hoe oud het ongeveer is, en zo ontstaat een beeld van welke soorten er in welke periode leefden. We kunnen op die manier ver terugkijken: het leven op aarde bestaat miljarden jaren en veel bekende fossielen zijn miljoenen jaren oud.
  2. Rudimentaire organen. Dat zijn lichaamsdelen die door evolutie sterk zijn verkleind of hun oorspronkelijke functie grotendeels hebben verloren. Jij hebt bijvoorbeeld een staartbeen: een botje dat heel vroeger bij onze voorouders deel was van de staart die mensen allang niet meer hebben.
  3. De bouw van soorten. De voorpoot van een hond, de vleugel van een vleermuis en de arm van een mens bevatten dezelfde botten in dezelfde volgorde. Dat wijst op een gemeenschappelijke voorouder, dus een soort waaruit deze soorten later zijn voortgekomen. Zie ook de afbeelding hierboven.

Darwin verklaarde evolutie met natuurlijke selectie

Voordat Charles Darwin ermee aan de slag ging, bestond er al langer het vermoeden dat soorten veranderen. Hij werkte natuurlijke selectie uitgebreid uit als verklaring voor hoe zulke veranderingen kunnen ontstaan.

Als jonge natuuronderzoeker reisde hij met het schip de Beagle de wereld rond en verzamelde jarenlang waarnemingen aan planten en dieren. In 1859 publiceerde hij On the Origin of Species. Daarin beschreef hij natuurlijke selectie als een mechanisme achter verandering van soorten. Het werd een belangrijk onderdeel van de evolutietheorie.

ToetsMij ToetsTip

Wat moet je nou echt weten over natuurlijke selectie?

  • Natuurlijke selectie kan alleen optreden als individuen van elkaar verschillen én een deel van die verschillen erfelijk is. Zonder erfelijke variatie kan een gunstige eigenschap niet vaker worden doorgegeven.
  • Welke eigenschappen gunstig zijn, hangt af van de omgeving. Individuen met eigenschappen die daar goed bij passen, krijgen gemiddeld meer nakomelingen en geven hun erfelijke eigenschappen daardoor vaker door.
  • Evolutie gebeurt niet doordat één organisme zichzelf aanpast. Over veel generaties verandert de verhouding tussen erfelijke varianten in een populatie.
  • Fossielen, rudimentaire organen en overeenkomsten in lichaamsbouw leveren aanwijzingen dat soorten in de loop van de tijd zijn veranderd en gemeenschappelijke voorouders hebben.

Natuurlijke selectie is een belangrijk mechanisme waardoor populaties veranderen en nieuwe soorten kunnen ontstaan. Het speelt ook een belangrijke rol in de evolutie van de mens. Maar welke factoren bepalen of natuurlijke selectie kan ontstaan, en hoe werkt dat precies? Als je dat op je toets goed uit elkaar wilt houden, is het handig om er eerst mee te oefenen. Check daarom onze oefentoetsen voor biologie!

Wil je oefenen?

Maak nu de voorbeeldtoets biologie om te ervaren hoe ToetsMij werkt.

Toetsen ontwikkeld door 200+ vakexperts
Antwoorden, uitwerkingen en toelichtingen
Bewezen resultaat: hogere cijfers, minder stress
ToetsMij

Alle oefentoetsen op ToetsMij worden ontwikkeld door vakexperts met jarenlange ervaring in het voortgezet onderwijs. Het zijn docenten en specialisten die de lesmethodes van binnenuit kennen en dagelijks werken met de boeken en toetsen die leerlingen op school gebruiken. Zij weten als geen ander hoe een goede vraag eruitziet en op welk niveau leerlingen worden getoetst.

Deel deze pagina met je vrienden

Dit zeggen leerlingen en ouders

10

Toetsmij: de steun in de rug die elk kind verdient

Als ouder wil je maar één ding: dat je kinderen gezien worden, uitgedaagd worden en het vertrouwen krijgen dat ze méér kunnen dan ze zelf soms denken. Voor ons is Toetsmij daarin een gamechanger geweest.

Onze oudste dochter begon ooit op mavo-kader. Een lieve, slimme meid, maar soms onzeker en zoekend naar structuur. Dankzij de toetsen van Toetsmij.....helder, betrouwbaar, precies op niveau en altijd met ruimte om te groeien kreeg ze stap voor stap het vertrouwen dat ze het wél kon. 
En hoe. 
Ze stroomde door naar de havo, haalde haar diploma en volgt nu op eigen kracht de lerarenopleiding. Dat is niet alleen haar verdienste, maar ook het resultaat van materialen die haar serieus namen en haar lieten zien waar ze stond en waar ze naartoe kon.

Ook onze jongste dochter profiteert nu van Toetsmij. Ze doet op school al een aantal vakken op hoger niveau, en juist daar is Toetsmij een uitkomst. De toetsen sluiten perfect aan, dagen uit zonder te overweldigen en geven precies de feedback die ze nodig heeft om verder te groeien. 
Het voelt alsof er iemand meedenkt, iemand die begrijpt dat elk kind anders leert en dat kwaliteit het verschil maakt.

Wat Toetsmij voor ons bijzonder maakt:
- Super betrouwbaar, e weet dat de toetsen kloppen, aansluiten en eerlijk meten. 
- Meedenkend, het voelt alsof er altijd iemand achter de schermen staat die begrijpt wat leerlingen nodig hebben. 
- Topkwaliteit geen rommel, geen gokwerk, maar echt professioneel materiaal waar scholen jaloers op zouden zijn. 

Voor ons is Toetsmij niet zomaar een hulpmiddel. Het is een partner in de ontwikkeling van onze kinderen. Een stille kracht die hen helpt groeien, bloeien en boven zichzelf uitstijgen.

En als trotse ouder kan ik maar één ding zeggen: 
Dankjewel, Toetsmij. Jullie maken écht het verschil.

Marco Braspenning
10

Hele fijne en goede ondersteuning bij…

Hele fijne en goede ondersteuning bij de voorbereiding van de middelbare school toetsen. Havo/vwo brugjaren gebruik gemaakt van Toetsmij. Realistische toetsen. Vraag en antwoorden zijn top. Cijfers zijn omhoog gegaan maar ook het begrip van de stof en hoe een toets is opgebouwd. Goede snelle communicatie met de organisatie. Kortom een aanrader!!!

Mea
10

Eindelijk goede punten!

Mijn dochter heeft vorig jaar haar examen vmbo-GT niet gehaald! Dit jaar was dus extra stress! We zijn gewend en zo liep het nu ook weer dat ze het net op het randje vaak net red. Maarja we wilden geen herhaling van vorig jaar! In de laatste maanden hebben we toen toch gekozen voor toetsmij. Sceptisch maar toch wel te proberen. En nu is ze gewoon geslaagd met hoge punten!!!!!

Ik denk dat dat o.a komt omdat ze geen lezer is en daardoor niets bijblijft. Toetsmij is doen. Ik zeg aanrader!!!!

Thera Ploegmakers , Vlijmen

Zoek in meer dan 10.000 toetsen

Echte toetsvragen, precies aansluitend op jouw lesmethode en leerjaar. Voor alle klassen en alle niveaus

Ik zit in het
en doe
ik wil beter worden in