Voorzetsels in het Duits: vaste naamval en keuzevoorzetsels
Op deze pagina leer je welke Duitse voorzetsels altijd de 4e naamval krijgen, welke altijd de 3e, welke de 2e, en hoe je bij de negen keuzevoorzetsels kiest tussen de 3e en de 4e naamval. Je krijgt de complete rijtjes met ezelsbruggetjes, de 7-2-regel, een beslisschema voor wo en wohin en een overzicht van de samentrekkingen zoals im, ins en zur.
Inhoudsopgave
Samenvatting
Een Duits voorzetsel bepaalt de naamval van het woord dat erachter staat, en dat gaat voor op alles wat je verder over naamvallen weet. Vier voorzetsels krijgen altijd de 4e naamval (durch, für, gegen, ohne, um), zeven krijgen altijd de 3e naamval (aus, bei, mit, nach, seit, von, zu) en negen zijn keuzevoorzetsels: bij een richting de 4e naamval, bij een plaats de 3e. Dat laatste heet de 7-2-regel. Wie de rijtjes uit het hoofd kent, heeft op een grammaticatoets de helft van de vragen al binnen.
Waarom voorzetsels de naamval bepalen
In het Duits hoort bij elk voorzetsel een vaste naamval. Staat er een voorzetsel voor een woordgroep, dan hoef je niet meer te kijken naar de functie in de zin: het voorzetsel beslist. Dat maakt voorzetsels tot de snelste manier om naamvallen goed te krijgen, want je hoeft alleen rijtjes te kennen.
Vergelijk twee zinnen met hetzelfde werkwoord. In Ich gehe mit dem Freund staat dem omdat mit de 3e naamval vraagt. In Ich gehe ohne den Freund staat den omdat ohne de 4e naamval vraagt. Het werkwoord gehen doet er niets aan toe.
De vuistregel
Staat er een voorzetsel? Dan bepaalt het voorzetsel de naamval.
Pas als er geen voorzetsel staat, ga je kijken naar het werkwoord en naar de functie van het woord in de zin.
Voorzetsels met altijd de 4e naamval
Dit is het kortste rijtje en daarom het rijtje om als eerste te leren.
| Voorzetsel | Betekenis | Voorbeeld |
| durch | door | Wir gehen durch den Park. |
| für | voor | Das Geschenk ist für meinen Bruder. |
| gegen | tegen | Er spielt gegen die Mannschaft. |
| ohne | zonder | Ich komme ohne meinen Hund. |
| um | om, rond | Sie sitzen um den Tisch. |
| bis | tot | Wir bleiben bis nächsten Montag. |
| entlang | langs | Wir laufen den Fluss entlang. |
De eerste vijf vormen samen het ezelsbruggetje DOGFU: durch, ohne, gegen, für, um. Sommige methodes gebruiken de zin durch für gegen ohne um als rijtje op melodie. Welke variant je kiest maakt niet uit, zolang je hem in een paar seconden kunt opzeggen.
Let op entlang: dat woord staat meestal achter het zelfstandig naamwoord, niet ervoor, en toch krijgt het de 4e naamval.
Voorzetsels met altijd de 3e naamval
Dit rijtje is langer, maar het komt in gewone zinnen het vaakst voor. Vooral mit, nach, bei en zu gebruik je constant.
| Voorzetsel | Betekenis | Voorbeeld |
| aus | uit | Sie kommt aus der Schweiz. |
| bei | bij | Ich wohne bei meinen Eltern. |
| mit | met | Wir fahren mit dem Bus. |
| nach | naar, na | Nach dem Essen gehen wir raus. |
| seit | sinds | Ich lerne Deutsch seit einem Jahr. |
| von | van | Das ist ein Foto von meiner Oma. |
| zu | naar | Er geht zu dem Arzt. |
| gegenüber | tegenover | Die Schule liegt dem Park gegenüber. |
| außer | behalve | Alle kommen außer meinem Bruder. |
De eerste zeven vormen het klassieke ezelsbruggetje aus bei mit nach seit von zu. Veel leerlingen leren dat op de melodie van een liedje, omdat de klank van het rijtje makkelijker blijft hangen dan de losse woorden.
Let op: nach en zu betekenen beide naar
Voor een richting gebruik je nach bij landen en steden zonder lidwoord: nach Berlin, nach Deutschland. Je gebruikt zu bij personen en gebouwen: zum Arzt, zur Schule. Bij landen met een lidwoord gebruik je in met de 4e naamval: in die Schweiz, in die Niederlande.
De negen keuzevoorzetsels en de 7-2-regel
Negen voorzetsels kunnen zowel de 3e als de 4e naamval krijgen. Ze heten keuzevoorzetsels of in het Duits Wechselpräpositionen. Welke naamval het wordt, hangt af van de vraag die je kunt stellen.
| Voorzetsel | Betekenis | Met 4e naamval (richting) | Met 3e naamval (plaats) |
| an | aan, bij | Ich gehe an die Tafel. | Ich stehe an der Tafel. |
| auf | op | Er legt das Buch auf den Tisch. | Das Buch liegt auf dem Tisch. |
| hinter | achter | Sie geht hinter das Haus. | Sie wartet hinter dem Haus. |
| in | in | Wir gehen in die Schule. | Wir sind in der Schule. |
| neben | naast | Setz dich neben mich. | Er sitzt neben mir. |
| über | over, boven | Er hängt das Bild über das Sofa. | Das Bild hängt über dem Sofa. |
| unter | onder | Die Katze läuft unter den Stuhl. | Die Katze schläft unter dem Stuhl. |
| vor | voor | Ich stelle das Fahrrad vor die Tür. | Das Fahrrad steht vor der Tür. |
| zwischen | tussen | Er setzt sich zwischen die Kinder. | Er sitzt zwischen den Kindern. |
De naam 7-2-regel komt van het aantal voorzetsels dat je in totaal moet kennen: zeven met altijd de 3e naamval en twee mogelijkheden bij de keuzevoorzetsels. Sommige methodes noemen het de 4-3-regel, omdat je bij elk keuzevoorzetsel kiest tussen de 4e en de 3e naamval. Het gaat om dezelfde regel.
Wo of wohin: het beslisschema
De keuze tussen de 3e en de 4e naamval maak je met een van deze twee vragen. Stel de vraag altijd bij het werkwoord, niet bij het voorzetsel.
| Vraag | Betekenis | Naamval | Typische werkwoorden |
| wohin | waarheen | 4e naamval | gehen, fahren, legen, stellen, setzen, hängen (iets ophangen), sich setzen |
| wo | waar | 3e naamval | sein, bleiben, liegen, stehen, sitzen, hängen (ergens hangen), wohnen, warten |
Kijk naar het verschil tussen deze twee zinnen. In Ich hänge das Bild an die Wand is er beweging: het schilderij gaat naar de muur toe, dus 4e naamval. In Das Bild hängt an der Wand is er geen beweging: het hangt er al, dus 3e naamval.
Een valkuil is dat leerlingen naar het voorzetsel kijken in plaats van naar het werkwoord. In Ich laufe in dem Park is er wel beweging, maar die beweging blijft binnen de plek. Je loopt rondjes in het park en gaat er niet naar toe. Daarom is het de 3e naamval. In Ich laufe in den Park ga je het park binnen en is het de 4e naamval. Beweging alleen is dus niet genoeg: de vraag is of de beweging de grens over gaat.
Vier werkwoordparen om te leren
legen en liegen, stellen en stehen, setzen en sitzen, hängen en hängen
Het eerste werkwoord van elk paar is een handeling met richting en krijgt de 4e naamval. Het tweede beschrijft een toestand en krijgt de 3e naamval. Als je deze vier paren kent, heb je de meeste toetsvragen over keuzevoorzetsels al opgelost.
Voorzetsels met de 2e naamval
Deze groep komt minder vaak voor, maar op havo en vwo wordt hij wel getoetst. Ze zijn vooral formeel en je ziet ze veel in schriftelijke teksten.
| Voorzetsel | Betekenis | Voorbeeld |
| während | tijdens | Während des Unterrichts ist es still. |
| wegen | vanwege | Wegen des Wetters bleiben wir zu Hause. |
| trotz | ondanks | Trotz der Kälte spielen sie draußen. |
| statt | in plaats van | Statt eines Films lesen wir ein Buch. |
| innerhalb | binnen | Innerhalb einer Woche ist es fertig. |
| außerhalb | buiten | Außerhalb der Stadt ist es ruhig. |
In spreektaal hoor je deze voorzetsels vaak met de 3e naamval, bijvoorbeeld wegen dem Wetter. Op school wordt de 2e naamval gerekend als het correcte antwoord.
Samentrekkingen: im, ins, am, zur en de rest
Sommige voorzetsels smelten in het Duits samen met het lidwoord. Dat is niet optioneel: je hoort ze bijna altijd samengetrokken en op een toets wordt de samengetrokken vorm verwacht.
| Voorzetsel plus lidwoord | Wordt | Naamval | Voorbeeld |
| in dem | im | 3e | Ich bin im Garten. |
| in das | ins | 4e | Ich gehe ins Kino. |
| an dem | am | 3e | Wir sitzen am Tisch. |
| an das | ans | 4e | Wir fahren ans Meer. |
| zu dem | zum | 3e | Er geht zum Arzt. |
| zu der | zur | 3e | Sie geht zur Schule. |
| von dem | vom | 3e | Das kommt vom Lehrer. |
| bei dem | beim | 3e | Ich war beim Zahnarzt. |
| auf das | aufs | 4e | Er legt es aufs Bett. |
| für das | fürs | 4e | Das ist fürs Museum. |
Het paar im en ins is het handigst om te kennen, want daaraan zie je direct de 7-2-regel in actie. Im betekent dat je er al bent en ins betekent dat je erheen gaat.
Vaste combinaties die je uit je hoofd moet kennen
Een aantal uitdrukkingen volgt de regels niet logisch of gebruikt een ander voorzetsel dan het Nederlands. Leer deze als losse eenheden.
| Duits | Nederlands |
| mit dem Bus, mit dem Zug, mit dem Fahrrad | met de bus, de trein, de fiets |
| zu Hause | thuis, dus waar je bent |
| nach Hause | naar huis, dus de richting |
| zu Fuß | te voet |
| auf dem Land | op het platteland |
| am Wochenende | in het weekend |
| in den Ferien | in de vakantie |
| vor zwei Wochen | twee weken geleden |
| seit drei Jahren | al drie jaar |
| Angst vor etwas haben | angst voor iets hebben |
| warten auf etwas | wachten op iets, met de 4e naamval |
| denken an etwas | denken aan iets, met de 4e naamval |
Het paar zu Hause en nach Hause is een klassieke toetsvraag. Het volgt precies de wo en wohin-logica: zu Hause is waar, nach Hause is waarheen.
Fouten die je makkelijk kunt voorkomen
| Fout | Correct | Waarom |
| für meinem Bruder | für meinen Bruder | Für vraagt altijd de 4e naamval. |
| mit den Bus | mit dem Bus | Mit vraagt altijd de 3e naamval. |
| Ich gehe in der Schule. | Ich gehe in die Schule. | Gehen is een richting, dus 4e naamval. |
| Ich bin in die Schule. | Ich bin in der Schule. | Sein is een plaats, dus 3e naamval. |
| Ich fahre nach die Schweiz. | Ich fahre in die Schweiz. | Landen met een lidwoord krijgen in plus 4e naamval, niet nach. |
| zu Hause gehen | nach Hause gehen | Bij een richting hoort nach Hause. |
Bijna alle fouten in deze lijst zijn terug te brengen tot twee dingen: een rijtje dat nog niet vastzit, of de wo en wohin-vraag die niet is gesteld. Loop bij het nakijken van een toets eerst alle voorzetsels langs en check ze op die twee punten.
Veelgestelde vragen
Welke Duitse voorzetsels krijgen altijd de 4e naamval?
Durch, für, gegen, ohne, um, bis en entlang krijgen altijd de 4e naamval. De eerste vijf leer je vaak met het ezelsbruggetje DOGFU: durch, ohne, gegen, für, um.
Welke Duitse voorzetsels krijgen altijd de 3e naamval?
Aus, bei, mit, nach, seit, von en zu krijgen altijd de 3e naamval. Ook gegenüber en außer horen in deze groep. Het rijtje aus bei mit nach seit von zu is het bekendste ezelsbruggetje van het Duits.
Wat is de 7-2-regel?
De 7-2-regel verwijst naar de zeven voorzetsels die altijd de 3e naamval krijgen en de twee keuzes die je hebt bij de negen keuzevoorzetsels: 4e naamval bij een richting en 3e naamval bij een plaats.
Wanneer gebruik ik in die en wanneer in der?
In die gebruik je als er een richting is en de grens overgegaan wordt, zoals in Ich gehe in die Schule. In der gebruik je als het om een plaats gaat, zoals in Ich bin in der Schule. Stel de vraag bij het werkwoord: wohin geeft de 4e naamval, wo geeft de 3e.
Wat is het verschil tussen nach en zu?
Nach gebruik je bij landen en steden zonder lidwoord, zoals nach Berlin en nach Deutschland. Zu gebruik je bij personen en gebouwen, zoals zum Arzt en zur Schule. Bij landen met een lidwoord gebruik je in met de 4e naamval, zoals in die Schweiz.
Moet ik im en ins altijd samentrekken?
In geschreven en gesproken Duits worden im, ins, am, ans, zum, zur, vom en beim bijna altijd samengetrokken en dat is ook wat op een toets verwacht wordt. De losse vorm in dem is niet fout, maar klinkt onnatuurlijk.
Deel deze pagina met je vrienden
Dit zeggen leerlingen en ouders
Toetsmij: de steun in de rug die elk kind verdient
Als ouder wil je maar één ding: dat je kinderen gezien worden, uitgedaagd worden en het vertrouwen krijgen dat ze méér kunnen dan ze zelf soms denken. Voor ons is Toetsmij daarin een gamechanger geweest.
Onze oudste dochter begon ooit op mavo-kader. Een lieve, slimme meid, maar soms onzeker en zoekend naar structuur. Dankzij de toetsen van Toetsmij.....helder, betrouwbaar, precies op niveau en altijd met ruimte om te groeien kreeg ze stap voor stap het vertrouwen dat ze het wél kon.
En hoe.
Ze stroomde door naar de havo, haalde haar diploma en volgt nu op eigen kracht de lerarenopleiding. Dat is niet alleen haar verdienste, maar ook het resultaat van materialen die haar serieus namen en haar lieten zien waar ze stond en waar ze naartoe kon.
Ook onze jongste dochter profiteert nu van Toetsmij. Ze doet op school al een aantal vakken op hoger niveau, en juist daar is Toetsmij een uitkomst. De toetsen sluiten perfect aan, dagen uit zonder te overweldigen en geven precies de feedback die ze nodig heeft om verder te groeien.
Het voelt alsof er iemand meedenkt, iemand die begrijpt dat elk kind anders leert en dat kwaliteit het verschil maakt.
Wat Toetsmij voor ons bijzonder maakt:
- Super betrouwbaar, e weet dat de toetsen kloppen, aansluiten en eerlijk meten.
- Meedenkend, het voelt alsof er altijd iemand achter de schermen staat die begrijpt wat leerlingen nodig hebben.
- Topkwaliteit geen rommel, geen gokwerk, maar echt professioneel materiaal waar scholen jaloers op zouden zijn.
Voor ons is Toetsmij niet zomaar een hulpmiddel. Het is een partner in de ontwikkeling van onze kinderen. Een stille kracht die hen helpt groeien, bloeien en boven zichzelf uitstijgen.
En als trotse ouder kan ik maar één ding zeggen:
Dankjewel, Toetsmij. Jullie maken écht het verschil.
Hele fijne en goede ondersteuning bij…
Hele fijne en goede ondersteuning bij de voorbereiding van de middelbare school toetsen. Havo/vwo brugjaren gebruik gemaakt van Toetsmij. Realistische toetsen. Vraag en antwoorden zijn top. Cijfers zijn omhoog gegaan maar ook het begrip van de stof en hoe een toets is opgebouwd. Goede snelle communicatie met de organisatie. Kortom een aanrader!!!
Eindelijk goede punten!
Mijn dochter heeft vorig jaar haar examen vmbo-GT niet gehaald! Dit jaar was dus extra stress! We zijn gewend en zo liep het nu ook weer dat ze het net op het randje vaak net red. Maarja we wilden geen herhaling van vorig jaar! In de laatste maanden hebben we toen toch gekozen voor toetsmij. Sceptisch maar toch wel te proberen. En nu is ze gewoon geslaagd met hoge punten!!!!!
Ik denk dat dat o.a komt omdat ze geen lezer is en daardoor niets bijblijft. Toetsmij is doen. Ik zeg aanrader!!!!
Zoek in meer dan 10.000 toetsen
Echte toetsvragen, precies aansluitend op jouw lesmethode en leerjaar. Voor alle klassen en alle niveaus