Voorzetsels in het Duits: vaste naamval en keuzevoorzetsels

ToetsMij
6m leestijd
Laatst gewijzigd 7 sep 2026

Op deze pagina leer je welke Duitse voorzetsels altijd de 4e naamval krijgen, welke altijd de 3e, welke de 2e, en hoe je bij de negen keuzevoorzetsels kiest tussen de 3e en de 4e naamval. Je krijgt de complete rijtjes met ezelsbruggetjes, de 7-2-regel, een beslisschema voor wo en wohin en een overzicht van de samentrekkingen zoals im, ins en zur.

Samenvatting

Een Duits voorzetsel bepaalt de naamval van het woord dat erachter staat, en dat gaat voor op alles wat je verder over naamvallen weet. Vier voorzetsels krijgen altijd de 4e naamval (durch, für, gegen, ohne, um), zeven krijgen altijd de 3e naamval (aus, bei, mit, nach, seit, von, zu) en negen zijn keuzevoorzetsels: bij een richting de 4e naamval, bij een plaats de 3e. Dat laatste heet de 7-2-regel. Wie de rijtjes uit het hoofd kent, heeft op een grammaticatoets de helft van de vragen al binnen.

Waarom voorzetsels de naamval bepalen

In het Duits hoort bij elk voorzetsel een vaste naamval. Staat er een voorzetsel voor een woordgroep, dan hoef je niet meer te kijken naar de functie in de zin: het voorzetsel beslist. Dat maakt voorzetsels tot de snelste manier om naamvallen goed te krijgen, want je hoeft alleen rijtjes te kennen.

Vergelijk twee zinnen met hetzelfde werkwoord. In Ich gehe mit dem Freund staat dem omdat mit de 3e naamval vraagt. In Ich gehe ohne den Freund staat den omdat ohne de 4e naamval vraagt. Het werkwoord gehen doet er niets aan toe.

De vuistregel

Staat er een voorzetsel? Dan bepaalt het voorzetsel de naamval.

Pas als er geen voorzetsel staat, ga je kijken naar het werkwoord en naar de functie van het woord in de zin.

Voorzetsels met altijd de 4e naamval

Dit is het kortste rijtje en daarom het rijtje om als eerste te leren.

VoorzetselBetekenisVoorbeeld
durchdoorWir gehen durch den Park.
fürvoorDas Geschenk ist für meinen Bruder.
gegentegenEr spielt gegen die Mannschaft.
ohnezonderIch komme ohne meinen Hund.
umom, rondSie sitzen um den Tisch.
bistotWir bleiben bis nächsten Montag.
entlanglangsWir laufen den Fluss entlang.

De eerste vijf vormen samen het ezelsbruggetje DOGFU: durch, ohne, gegen, für, um. Sommige methodes gebruiken de zin durch für gegen ohne um als rijtje op melodie. Welke variant je kiest maakt niet uit, zolang je hem in een paar seconden kunt opzeggen.

Let op entlang: dat woord staat meestal achter het zelfstandig naamwoord, niet ervoor, en toch krijgt het de 4e naamval.

Voorzetsels met altijd de 3e naamval

Dit rijtje is langer, maar het komt in gewone zinnen het vaakst voor. Vooral mit, nach, bei en zu gebruik je constant.

VoorzetselBetekenisVoorbeeld
ausuitSie kommt aus der Schweiz.
beibijIch wohne bei meinen Eltern.
mitmetWir fahren mit dem Bus.
nachnaar, naNach dem Essen gehen wir raus.
seitsindsIch lerne Deutsch seit einem Jahr.
vonvanDas ist ein Foto von meiner Oma.
zunaarEr geht zu dem Arzt.
gegenübertegenoverDie Schule liegt dem Park gegenüber.
außerbehalveAlle kommen außer meinem Bruder.

De eerste zeven vormen het klassieke ezelsbruggetje aus bei mit nach seit von zu. Veel leerlingen leren dat op de melodie van een liedje, omdat de klank van het rijtje makkelijker blijft hangen dan de losse woorden.

Let op: nach en zu betekenen beide naar

Voor een richting gebruik je nach bij landen en steden zonder lidwoord: nach Berlin, nach Deutschland. Je gebruikt zu bij personen en gebouwen: zum Arzt, zur Schule. Bij landen met een lidwoord gebruik je in met de 4e naamval: in die Schweiz, in die Niederlande.

De negen keuzevoorzetsels en de 7-2-regel

Negen voorzetsels kunnen zowel de 3e als de 4e naamval krijgen. Ze heten keuzevoorzetsels of in het Duits Wechselpräpositionen. Welke naamval het wordt, hangt af van de vraag die je kunt stellen.

VoorzetselBetekenisMet 4e naamval (richting)Met 3e naamval (plaats)
anaan, bijIch gehe an die Tafel.Ich stehe an der Tafel.
aufopEr legt das Buch auf den Tisch.Das Buch liegt auf dem Tisch.
hinterachterSie geht hinter das Haus.Sie wartet hinter dem Haus.
ininWir gehen in die Schule.Wir sind in der Schule.
nebennaastSetz dich neben mich.Er sitzt neben mir.
überover, bovenEr hängt das Bild über das Sofa.Das Bild hängt über dem Sofa.
unteronderDie Katze läuft unter den Stuhl.Die Katze schläft unter dem Stuhl.
vorvoorIch stelle das Fahrrad vor die Tür.Das Fahrrad steht vor der Tür.
zwischentussenEr setzt sich zwischen die Kinder.Er sitzt zwischen den Kindern.

De naam 7-2-regel komt van het aantal voorzetsels dat je in totaal moet kennen: zeven met altijd de 3e naamval en twee mogelijkheden bij de keuzevoorzetsels. Sommige methodes noemen het de 4-3-regel, omdat je bij elk keuzevoorzetsel kiest tussen de 4e en de 3e naamval. Het gaat om dezelfde regel.

Wo of wohin: het beslisschema

De keuze tussen de 3e en de 4e naamval maak je met een van deze twee vragen. Stel de vraag altijd bij het werkwoord, niet bij het voorzetsel.

VraagBetekenisNaamvalTypische werkwoorden
wohinwaarheen4e naamvalgehen, fahren, legen, stellen, setzen, hängen (iets ophangen), sich setzen
wowaar3e naamvalsein, bleiben, liegen, stehen, sitzen, hängen (ergens hangen), wohnen, warten

Kijk naar het verschil tussen deze twee zinnen. In Ich hänge das Bild an die Wand is er beweging: het schilderij gaat naar de muur toe, dus 4e naamval. In Das Bild hängt an der Wand is er geen beweging: het hangt er al, dus 3e naamval.

Een valkuil is dat leerlingen naar het voorzetsel kijken in plaats van naar het werkwoord. In Ich laufe in dem Park is er wel beweging, maar die beweging blijft binnen de plek. Je loopt rondjes in het park en gaat er niet naar toe. Daarom is het de 3e naamval. In Ich laufe in den Park ga je het park binnen en is het de 4e naamval. Beweging alleen is dus niet genoeg: de vraag is of de beweging de grens over gaat.

Vier werkwoordparen om te leren

legen en liegen, stellen en stehen, setzen en sitzen, hängen en hängen

Het eerste werkwoord van elk paar is een handeling met richting en krijgt de 4e naamval. Het tweede beschrijft een toestand en krijgt de 3e naamval. Als je deze vier paren kent, heb je de meeste toetsvragen over keuzevoorzetsels al opgelost.

Voorzetsels met de 2e naamval

Deze groep komt minder vaak voor, maar op havo en vwo wordt hij wel getoetst. Ze zijn vooral formeel en je ziet ze veel in schriftelijke teksten.

VoorzetselBetekenisVoorbeeld
währendtijdensWährend des Unterrichts ist es still.
wegenvanwegeWegen des Wetters bleiben wir zu Hause.
trotzondanksTrotz der Kälte spielen sie draußen.
stattin plaats vanStatt eines Films lesen wir ein Buch.
innerhalbbinnenInnerhalb einer Woche ist es fertig.
außerhalbbuitenAußerhalb der Stadt ist es ruhig.

In spreektaal hoor je deze voorzetsels vaak met de 3e naamval, bijvoorbeeld wegen dem Wetter. Op school wordt de 2e naamval gerekend als het correcte antwoord.

Samentrekkingen: im, ins, am, zur en de rest

Sommige voorzetsels smelten in het Duits samen met het lidwoord. Dat is niet optioneel: je hoort ze bijna altijd samengetrokken en op een toets wordt de samengetrokken vorm verwacht.

Voorzetsel plus lidwoordWordtNaamvalVoorbeeld
in demim3eIch bin im Garten.
in dasins4eIch gehe ins Kino.
an demam3eWir sitzen am Tisch.
an dasans4eWir fahren ans Meer.
zu demzum3eEr geht zum Arzt.
zu derzur3eSie geht zur Schule.
von demvom3eDas kommt vom Lehrer.
bei dembeim3eIch war beim Zahnarzt.
auf dasaufs4eEr legt es aufs Bett.
für dasfürs4eDas ist fürs Museum.

Het paar im en ins is het handigst om te kennen, want daaraan zie je direct de 7-2-regel in actie. Im betekent dat je er al bent en ins betekent dat je erheen gaat.

Vaste combinaties die je uit je hoofd moet kennen

Een aantal uitdrukkingen volgt de regels niet logisch of gebruikt een ander voorzetsel dan het Nederlands. Leer deze als losse eenheden.

DuitsNederlands
mit dem Bus, mit dem Zug, mit dem Fahrradmet de bus, de trein, de fiets
zu Hausethuis, dus waar je bent
nach Hausenaar huis, dus de richting
zu Fußte voet
auf dem Landop het platteland
am Wochenendein het weekend
in den Ferienin de vakantie
vor zwei Wochentwee weken geleden
seit drei Jahrenal drie jaar
Angst vor etwas habenangst voor iets hebben
warten auf etwaswachten op iets, met de 4e naamval
denken an etwasdenken aan iets, met de 4e naamval

Het paar zu Hause en nach Hause is een klassieke toetsvraag. Het volgt precies de wo en wohin-logica: zu Hause is waar, nach Hause is waarheen.

Fouten die je makkelijk kunt voorkomen

FoutCorrectWaarom
für meinem Bruderfür meinen BruderFür vraagt altijd de 4e naamval.
mit den Busmit dem BusMit vraagt altijd de 3e naamval.
Ich gehe in der Schule.Ich gehe in die Schule.Gehen is een richting, dus 4e naamval.
Ich bin in die Schule.Ich bin in der Schule.Sein is een plaats, dus 3e naamval.
Ich fahre nach die Schweiz.Ich fahre in die Schweiz.Landen met een lidwoord krijgen in plus 4e naamval, niet nach.
zu Hause gehennach Hause gehenBij een richting hoort nach Hause.

Bijna alle fouten in deze lijst zijn terug te brengen tot twee dingen: een rijtje dat nog niet vastzit, of de wo en wohin-vraag die niet is gesteld. Loop bij het nakijken van een toets eerst alle voorzetsels langs en check ze op die twee punten.

Veelgestelde vragen

Welke Duitse voorzetsels krijgen altijd de 4e naamval?

Durch, für, gegen, ohne, um, bis en entlang krijgen altijd de 4e naamval. De eerste vijf leer je vaak met het ezelsbruggetje DOGFU: durch, ohne, gegen, für, um.

Welke Duitse voorzetsels krijgen altijd de 3e naamval?

Aus, bei, mit, nach, seit, von en zu krijgen altijd de 3e naamval. Ook gegenüber en außer horen in deze groep. Het rijtje aus bei mit nach seit von zu is het bekendste ezelsbruggetje van het Duits.

Wat is de 7-2-regel?

De 7-2-regel verwijst naar de zeven voorzetsels die altijd de 3e naamval krijgen en de twee keuzes die je hebt bij de negen keuzevoorzetsels: 4e naamval bij een richting en 3e naamval bij een plaats.

Wanneer gebruik ik in die en wanneer in der?

In die gebruik je als er een richting is en de grens overgegaan wordt, zoals in Ich gehe in die Schule. In der gebruik je als het om een plaats gaat, zoals in Ich bin in der Schule. Stel de vraag bij het werkwoord: wohin geeft de 4e naamval, wo geeft de 3e.

Wat is het verschil tussen nach en zu?

Nach gebruik je bij landen en steden zonder lidwoord, zoals nach Berlin en nach Deutschland. Zu gebruik je bij personen en gebouwen, zoals zum Arzt en zur Schule. Bij landen met een lidwoord gebruik je in met de 4e naamval, zoals in die Schweiz.

Moet ik im en ins altijd samentrekken?

In geschreven en gesproken Duits worden im, ins, am, ans, zum, zur, vom en beim bijna altijd samengetrokken en dat is ook wat op een toets verwacht wordt. De losse vorm in dem is niet fout, maar klinkt onnatuurlijk.

Wil je oefenen?

Maak nu de voorbeeldtoets duits om te ervaren hoe ToetsMij werkt.

Toetsen ontwikkeld door 200+ vakexperts
Antwoorden, uitwerkingen en toelichtingen
Bewezen resultaat: hogere cijfers, minder stress
ToetsMij

Alle oefentoetsen op ToetsMij worden ontwikkeld door vakexperts met jarenlange ervaring in het voortgezet onderwijs. Het zijn docenten en specialisten die de lesmethodes van binnenuit kennen en dagelijks werken met de boeken en toetsen die leerlingen op school gebruiken. Zij weten als geen ander hoe een goede vraag eruitziet en op welk niveau leerlingen worden getoetst.

Deel deze pagina met je vrienden

Dit zeggen leerlingen en ouders

10

Toetsmij: de steun in de rug die elk kind verdient

Als ouder wil je maar één ding: dat je kinderen gezien worden, uitgedaagd worden en het vertrouwen krijgen dat ze méér kunnen dan ze zelf soms denken. Voor ons is Toetsmij daarin een gamechanger geweest.

Onze oudste dochter begon ooit op mavo-kader. Een lieve, slimme meid, maar soms onzeker en zoekend naar structuur. Dankzij de toetsen van Toetsmij.....helder, betrouwbaar, precies op niveau en altijd met ruimte om te groeien kreeg ze stap voor stap het vertrouwen dat ze het wél kon. 
En hoe. 
Ze stroomde door naar de havo, haalde haar diploma en volgt nu op eigen kracht de lerarenopleiding. Dat is niet alleen haar verdienste, maar ook het resultaat van materialen die haar serieus namen en haar lieten zien waar ze stond en waar ze naartoe kon.

Ook onze jongste dochter profiteert nu van Toetsmij. Ze doet op school al een aantal vakken op hoger niveau, en juist daar is Toetsmij een uitkomst. De toetsen sluiten perfect aan, dagen uit zonder te overweldigen en geven precies de feedback die ze nodig heeft om verder te groeien. 
Het voelt alsof er iemand meedenkt, iemand die begrijpt dat elk kind anders leert en dat kwaliteit het verschil maakt.

Wat Toetsmij voor ons bijzonder maakt:
- Super betrouwbaar, e weet dat de toetsen kloppen, aansluiten en eerlijk meten. 
- Meedenkend, het voelt alsof er altijd iemand achter de schermen staat die begrijpt wat leerlingen nodig hebben. 
- Topkwaliteit geen rommel, geen gokwerk, maar echt professioneel materiaal waar scholen jaloers op zouden zijn. 

Voor ons is Toetsmij niet zomaar een hulpmiddel. Het is een partner in de ontwikkeling van onze kinderen. Een stille kracht die hen helpt groeien, bloeien en boven zichzelf uitstijgen.

En als trotse ouder kan ik maar één ding zeggen: 
Dankjewel, Toetsmij. Jullie maken écht het verschil.

Marco Braspenning
10

Hele fijne en goede ondersteuning bij…

Hele fijne en goede ondersteuning bij de voorbereiding van de middelbare school toetsen. Havo/vwo brugjaren gebruik gemaakt van Toetsmij. Realistische toetsen. Vraag en antwoorden zijn top. Cijfers zijn omhoog gegaan maar ook het begrip van de stof en hoe een toets is opgebouwd. Goede snelle communicatie met de organisatie. Kortom een aanrader!!!

Mea
10

Eindelijk goede punten!

Mijn dochter heeft vorig jaar haar examen vmbo-GT niet gehaald! Dit jaar was dus extra stress! We zijn gewend en zo liep het nu ook weer dat ze het net op het randje vaak net red. Maarja we wilden geen herhaling van vorig jaar! In de laatste maanden hebben we toen toch gekozen voor toetsmij. Sceptisch maar toch wel te proberen. En nu is ze gewoon geslaagd met hoge punten!!!!!

Ik denk dat dat o.a komt omdat ze geen lezer is en daardoor niets bijblijft. Toetsmij is doen. Ik zeg aanrader!!!!

Thera Ploegmakers , Vlijmen

Zoek in meer dan 10.000 toetsen

Echte toetsvragen, precies aansluitend op jouw lesmethode en leerjaar. Voor alle klassen en alle niveaus

Ik zit in het
en doe
ik wil beter worden in