Articles, pluriels & prépositions: Uitleg en voorbeelden

Articles, pluriels en prépositions zijn drie belangrijke onderdelen binnen de Franse grammatica. Articles zijn lidwoorden, pluriels zijn meervoudsvormen en prépositions zijn voorzetsels. In dit artikel leggen we deze onderwerpen aan de hand van voorbeelden aan je uit.

Wat zijn de Articles (Lidwoorden)?

Articles zijn de Franse lidwoorden. Een lidwoord geeft in het Frans aan of een woord mannelijk of vrouwelijk is en of het in het enkelvoud of het meervoud staat. Er zijn bepaalde lidwoorden (article défini) en onbepaalde lidwoorden (article indéfini). Daarnaast kent het Frans ook nog een delend lidwoord (article partitif). 

Bepaalde lidwoorden/article défini

Bepaalde lidwoorden zijn in het Nederlands de of het. In het Frans gebruik je le, la, l’ of les, afhankelijk van het zelfstandig naamwoord waar het op slaat.

Type zelfstandig naamwoordArticle définiVoorbeeld
Mannelijk enkelvoudLeLe livre. 
Vrouwelijk enkelvoudLaLa fille.
Mannelijk of vrouwelijk enkelvoud beginnend met een klinker of stomme hL’L’école.
Mannelijk of vrouwelijk meervoudLesLes chiens

Onbepaald lidwoord/article indéfini

In het Nederlands gebruiken we een als onbepaald lidwoord. In het Frans gebruik je un of une, afhankelijk van het zelfstandige naamwoord dat volgt.

Type zelfstandig naamwoordArticle indéfiniVoorbeeld
Mannelijk enkelvoudUnUn livre. 
Vrouwelijk enkelvoudUneUne fille.
Mannelijk of vrouwelijk meervoudDesDes pommes. (Let op: des vertaal je niet in het Nederlands. De vertaling is hier dus appels.)

Delend lidwoord/article partitif

In tegenstelling tot in het Nederlands heeft in het Frans elk zelfstandig naamwoord een lidwoord. Als je in het Nederlands geen lidwoord gebruikt, kies je in het Frans voor het article partitif, oftewel het delend lidwoord. 

Type zelfstandig naamwoordArticle partitifVoorbeeldzin met vertaling
Mannelijk enkelvoudDuJe mange du riz. → Ik eet wat rijst.
Vrouwelijk enkelvoudDe laElle écoute de la musique. → Zij luistert naar muziek.
Mannelijk of vrouwelijk enkelvoud beginnend met een klinkerDe l’Je bois de l’eau. → Ik drink wat water. 
Mannelijk of vrouwelijk meervoudDesElle a des pommes. → Zij heeft (een aantal) appels.

Bij het gebruik van het delend lidwoord zijn er een paar uitzonderingen.

  • Na een ontkenning of hoeveelheid wordt het delend lidwoord de of d’.
  • Na aimer, adorer, détester en haïr gebruik je altijd le, la of les. 

De combinatie van een lidwoord met à of de

Het woord ‘à’ betekent in het Frans van, naar of in. Combineer je dat woord met een bepaald lidwoord? Dan ontstaat er in sommige gevallen een samentrekking. 

  • à + le = au
  • à + la = à la
  • à + l’ = à l’
  • à + les = aux

Iets soortgelijks gebeurt er met het Franse woord ‘de’, dat in het Nederlands van betekent. 

  • de + le = du
  • de + la = de la
  • de + l’ = de l’
  • de + les = des

Wat zijn Pluriels (Meervouden)?

Noms pluriels is in het Frans de meervoudsvorm van zelfstandige naamwoorden. Het maken van die meervoudsvorm is in veel gevallen heel eenvoudig. Wel zijn er een aantal regels die je moet kennen. En onthoud: in het Frans verandert ook het lidwoord mee als een zelfstandig naamwoord in het meervoud wordt gezet.

  • Bij de meeste zelfstandige naamwoorden zet je in het meervoud een -s achter het zelfstandig naamwoord.
    • Le chat → Les chats
    • La table → Les tables
  • Woorden die eindigen op -ou, -eu, -eau krijgen in het meervoud meestal een -x in plaats van een -s.
    • Le cadeau → Les cadeaux
    • Uitzondering: sommige woorden die op -al eindigen, krijgen -aux in plaats van een -s. Leer die uitzonderingen uit je hoofd.
      • Le cheval → Les chevaux
  • Zelfstandige naamwoorden die al op een -s of -x eindigen, veranderen niet als je ze in het meervoud zet.
    • La noix → Les noix
    • Le fils → Les fils
  • Sommige zelfstandige naamwoorden staan in het Frans altijd in het meervoud.
    • Les vacances

Wat zijn Prépositions (Voorzetsels)?

Prépositions zijn voorzetsels. Net als in het Nederlands zeggen de Franse prépositions iets over een plaats, tijd of richting. Ze kunnen gecombineerd worden met een werkwoord, een zelfstandig naamwoord, een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord.

Een aantal belangrijke prépositions om te kennen zijn:

  • Voor (van plaats) = devant
  • Achter = derrière
  • In = dans
  • Tussen = entre
  • Naast = à coté de
  • Dichtbij = près de
  • Bij = chez
  • Links van = à gauche de
  • Rechts van = à droite de 

Daarnaast is het goed om te onthouden dat bepaalde uitdrukkingen een vaste combinatie met een voorzetsel hebben. Zo is het altijd en vacances (op vakantie) en à pied (te voet). Leer dat soort combinaties uit je hoofd.

Oefenen met meer voorbeelden

Lidwoorden, meervouden en voorzetsels zijn in het Frans onmisbaar om goede zinnen te vormen. Daarom is het fijn om veel met deze grammatica-onderdelen te oefenen. We geven je een paar voorbeelden waar je mee kunt oefenen. 

  1. [De] enfants jouent [in de] jardin.
  2. Je vais [naar] école avec [wat] amis.
  3. Il y a [wat] livres [op de] table.
  4. Elle mange [een] pomme et [wat] bananes.
  5. Zet in het meervoud: la fleur 

Antwoorden:

  1. Les enfants jouent dans le jardin.
  2. Je vais à l’école avec des amis.
  3. Il y a des livres sur la table.
  4. Elle mange une pomme et des bananes.
  5. Les fleurs.

Wil je nog meer oefenen met articles, pluriels en prépositions? Op Toets-mij.nl vind je uitgebreide oefentoetsen waarmee je deze grammatica-onderdelen kunt oefenen. Zo krijg je ze allemaal voor je volgende toets onder de knie.

Klik hier voor oefentoetsen over dit onderwerp. Wil je andere onderwerpen oefenen? Hier vind je alle oefentoetsen over Grammatica Frans.