Conditionnel présent: Uitleg en voorbeelden
De conditionnel présent is de Franse werkwoordstijd die gebruikt wordt om beleefd iets te vragen of om een wens uit te drukken. Ook als iets afhankelijk is van voorwaarden gebruik je de conditionnel présent. We geven je uitleg en voorbeelden van deze Franse werkwoordstijd.
Wat is de Conditionnel présent in Frans?
De conditionnel présent is de werkwoordstijd waarmee je in het Frans beleefde vragen stelt of wensen uitdrukt. Ook kun je de tijd gebruiken om aan te geven dat iets afhankelijk is van bepaalde voorwaarden. In het Nederlands gebruiken we in dat geval vaak zinnen met ‘zou’ of ‘zou graag’. Een paar voorbeelden van zinnen in de conditionnel présent vind je hieronder.
| Nederlands | Frans |
| Ik zou naar Frankrijk reizen. | Je voyagerais en France. |
| Ik zou meer sporten als ik tijd had | Je ferais plus de sport si j’avais le temps. |
| We zouden eerder moeten vertrekken. | Il faudrait partir plus tôt. |
Welke tijd is de Conditionnel présent?
Officieel heet de conditionnel présent in het Nederlands de onvoltooid verleden toekomende tijd. Die tijd maak je in het Nederlands met een vorm van zou + het hele werkwoord. Het gaat over het algemeen over iets dat je in de toekomst zou willen doen. Het staat dus nog niet vast dat het gaat gebeuren en vaak is het een wens of is het afhankelijk van bepaalde voorwaarden of het lukt.
Wanneer gebruik je de Conditionnel présent?
Je gebruikt de conditionnel présent in verschillende situaties.
- Om een wens uit te drukken.
- Om iets beleefd te vragen.
- Om een voorstel te doen of een advies te geven.
- Om een voorwaarde aan te geven.
Om dit duidelijker te maken, vind je hieronder per situatie een voorbeeld.
| Nederlands | Frans | Reden voor de conditionnel présent |
| Ik zou graag een koffie willen. | J’aimerais un café. | Een wens. |
| Zou u mij kunnen helpen? | Pourriez-vous m’aider | Een beleefde vraag. |
| Je zou meer moeten studeren. | Tu devrais étudier plus | Een advies. |
| Ik zou komen als ik meer tijd had. | Je viendrais si j’avais le temps. | Een voorwaarde. |
Hoe vorm je de Conditionnel présent?
Je vormt de conditionnel présent door de juiste uitgangen achter het hele werkwoord te plaatsen. Je gebruikt de uitgangen die je ook bij de imparfait gebruikt. Dit betekent:
| Persoon | Uitgang | Voorbeeld (werkwoord parler) |
| Ik | -ais | je parlerais |
| Jij | -ais | tu parlerais |
| Zij/hij | -ait | elle/il parlerait |
| Wij | -ions | nous parlerions |
| Jullie/u | -iez | vous parleriez |
| Zij (meervoud) | -aient | elles/ils parleraient |
In het voorbeeld hierboven gaat het om een regelmatig werkwoord dat eindigt op -er. Een regelmatig werkwoord dat eindigt op -ir vervoeg je in de conditionnel présent op precies dezelfde manier. Bij een regelmatig werkwoord dat op -re eindigt, haal je de -e weg voordat je de uitgang toevoegt. Bijvoorbeeld: perdre → perdr→ je perdrais.
Ook zijn er bepaalde werkwoorden die in de conditionnel présent onregelmatig vervoegd worden. Die zul je uit je hoofd moeten leren. Klein voordeeltje: de onregelmatige vormen zijn hetzelfde als bij de futur simple, alleen dan met andere uitgangen.
Oefenen met meer voorbeelden
De enige manier om de conditionnel présent goed onder de knie te krijgen, is door er veel mee te oefenen. We geven je hieronder een paar voorbeelden om mee te oefenen.
- Nous [regarder] un film ce soir.
- Nous [étudier] plus si nous avions moins de distractions.
- Je [travailler] plus si j’avais plus de temps.
Antwoorden
- Nous regarderions un film ce soir.
- Nous étudierions plus si nous avions moins de distractions.
- Je travaillerais plus si j’avais plus de temps.
Wil je nog verder oefenen met de conditionnel présent of een andere Franse werkwoordstijd? Dan zijn de oefentoetsen op Toets-mij.nl precies wat je zoekt. Daar oefen je met duidelijke voorbeelden, zodat je de werkwoordstijden goed onder de knie krijgt!
Klik hier voor oefentoetsen over dit onderwerp. Wil je andere onderwerpen oefenen? Hier vind je alle oefentoetsen over Grammatica Frans.