Futur Simple & Futur proche: Uitleg en voorbeelden

In het Frans kennen ze twee belangrijke tijden om iets over de toekomst aan te geven: de futur simple en de futur proche. Wanneer gebruik je welke tijd en hoe vorm je de futur simple en de futur proche? We leggen het in deze tekst uit.

Wat is de Futur Simple in Frans?

De futur simple heet in het Nederlands de onvoltooid toekomende tijd. Je gebruikt deze tijd om aan te geven dat je iets in de toekomst zal gaan doen. Een paar voorbeelden zijn:

NederlandsFrans
Ik zal vanavond mijn huiswerk maken.Je ferai mes devoirs ce soir.
Jullie zullen binnenkort naar het concert gaan.Vous irez bientôt au concert.
Het zal dit weekend mooi weer zijn.Il fera beau à la fin de la semaine.

Wanneer gebruik je de Futur Simple?

Je gebruikt de futur simple in verschillende situaties. We zetten ze voor je op een rijtje:

  • Om een actie of gebeurtenis in de toekomst aan te geven.
  • Om een voorspelling of belofte te doen.
  • Om een voorwaardelijke situatie aan te geven (als x, dan x).
NederlandsFransReden voor de futur simple
Morgen vertrek ik naar Parijs.Demain, je partirai pour Paris.Een gebeurtenis in de toekomst.
Ik beloof je dat ik dit examen zal halen.Je te promets que je réussirai cet examen.Een belofte.
Als je studeert, zul je slagen.Si tu étudies, tu réussiras.Een voorwaardelijke situatie.

Hoe vorm je de Futur Simple?

Hoe je de futur simple vormt, ligt aan het werkwoord dat je wilt vervoegen. Bij een onregelmatig werkwoord, zoals être, zul je de vervoeging uit je hoofd moeten leren. Bij regelmatige werkwoorden kun je onderstaande stappen volgen.

Regelmatige werkwoorden die eindigen op -er en -ir

  1. Neem de infinitief van het werkwoord → Bijvoorbeeld parler of finir
  2. Voeg de juiste uitgang toe.

Regelmatige werkwoorden die eindigen op -re

  1. Neem het infinitief van het werkwoord → Bijvoorbeeld lire
  2. Haal de -e van het infinitief af en voeg de juiste uitgang toe.

De uitgangen om toe te voegen zijn bij alle regelmatige werkwoorden hetzelfde.

-ai, -as, -a, -ons, -ez, -ont

PersoonUitgangVoorbeeld (werkwoorden parler, finir, lire)
Ik-aije parlerai, finirai, lirai
Jij-astu parleras, finiras, liras
Zij/hij-aelle/il parlera, finira, lira
Wij-onsnous parlerons, finirons, lirons
Jullie/u-ezvous parlerez, finirez, lirez
Zij (meervoud)-ontelles/ils parleront, finiront, liront

Wat is de Futur proche in Frans?

De futur proche is ook een vorm van de toekomende tijd. In het Nederlands noemen we deze tijd de onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd. Het is een tijd waarin je aangeeft dat iets binnenkort gebeurt. Je legt hierbij de nadruk op dat iets echt binnenkort gebeurt. 

NederlandsFrans
Ik ga vanavond mijn huiswerk maken.Je vais faire mes devoirs ce soir.
Jullie gaan binnenkort naar een concert.Vous allez assister bientôt au concert.
Het gaat dit weekend mooi weer zijn.Il va faire beau à la fin de la semaine.

Wanneer gebruik je de Futur proche?

Je gebruikt de futur proche als je wil aangeven dat iets binnenkort gebeurt. Je legt met deze tijd de nadruk op het feit dat iets snel zal gebeuren. Daarom gebruik je deze tijd voor:

  • een actie die bijna direct zal plaatsvinden.
  • een plan of intentie.
NederlandsFransReden voor de futur proche
Ik vertrek over vijf minuten naar Parijs.Je vais partir pour Paris dans cinq minutes.Een gebeurtenis die bijna direct plaatsvindt.
Zij gaat zo haar broer bellen.Elle va téléphoner à son frère bientôt.Een plan.

Hoe vorm je de Futur proche?

Om de futur proche te maken, gebruik je een hulpwerkwoord en een hoofdwerkwoord. Je maakt de futur proche in het Frans altijd met een combinatie van het vervoegde ‘aller’ en het hele hoofdwerkwoord. Je vervoegt aller dus, maar het hoofdwerkwoord blijft bij alle personen hetzelfde.

PersoonVervoeging van allerVoorbeeld (werkwoord parler)
Ikvaisje vais parler
Jijvastu vas parler
Zij/hijvaelle/il va parler
Wijallonsnous allons parler
Jullie/uallezvous allez parler
Zij (meervoud)vontelles/ils vont parler

Oefenen met meer voorbeelden

De futur simple en de futur proche zijn allebei belangrijke tijden in het Frans. Wil je oefenen met het vervoegen van deze tijden? We hebben hieronder een paar oefeningen voor je staan.

  1. Ils [aller] à l’école dans dix minutes.
  2. Demain, je [parler] à mon professeur.
  3. Je [lire] ce livre demain soir.
  4. Elle [étudier] pour l’examen ce soir.
  5. Ils [faire] une grande fête pour son anniversaire.

Antwoorden

  1. Ils vont aller à l’école dans dix minutes. (Futur proche)
  2. Demain, je parlerai à mon professeur. (Futur simple)
  3. Je lirai ce livre demain soir. (Futur simple)
  4. Elle va étudier pour l’examen ce soir. (Futur proche)
  5. Ils feront une grande fête pour son anniversaire.

Wil je nog meer oefenen met de futur simple en de futur proche? Maak dan de Franse oefentoetsen op Toets-mij.nl. Daar oefen je met vragen die veel op die van je echte toets lijken. Zo zie je snel of je deze werkwoordstijden al beheerst of dat je nog even verder moet oefenen.

Klik hier voor oefentoetsen over dit onderwerp. Wil je andere onderwerpen oefenen? Hier vind je alle oefentoetsen over Grammatica Frans.