Onregelmatige werkwoorden: Uitleg en voorbeelden
In het Frans zijn er veel onregelmatige werkwoorden. Dat zijn werkwoorden die niet volgens de standaardregels worden vervoegd. Daarom moet je ze uit je hoofd leren. We zetten de belangrijkste onregelmatige werkwoorden voor je op een rijtje.
Wat zijn de belangrijkste onregelmatige werkwoorden in het Frans?
In het Frans zijn er veel onregelmatige werkwoorden. Sommige werkwoorden zul je niet vaak tegenkomen, maar andere werkwoorden zijn wel erg belangrijk om te kennen. De drie belangrijkste onregelmatige werkwoorden in het Frans zijn:
| Frans | Nederlands |
| Être | Zijn |
| Avoir | Hebben |
| Aller | Gaan |
Een paar voorbeeldzinnen met deze onregelmatige werkwoorden zijn:
| Frans | Nederlands |
| Je suis heureux aujourd’hui. [Être] | Ik ben vandaag blij. |
| Ils ont un chien noir. [Avoir] | Zij hebben een zwarte hond. |
| Nous allons à la plage demain. [Aller] | Wij gaan morgen naar het strand. |
Andere veelgebruikte onregelmatige werkwoorden
Naast être, avoir en aller zijn er nog veel meer onregelmatige werkwoorden die in het Frans veel gebruikt worden. Hieronder sommen we er een aantal voor je op, zodat je weet welke onregelmatige werkwoorden je sowieso moet leren.
| Frans | Nederlands |
| Faire | Doen/maken |
| Vouloir | Willen |
| Pouvoir | Kunnen |
| Voir | Zien |
| Boire | Drinken |
| Devoir | Moeten |
| Savoir | Weten |
| Prendre | Nemen |
| Comprendre | Begrijpen |
| Apprendre | Leren |
| Lire | Lezen |
| Dire | Zeggen |
| Écrire | Schrijven |
| Partir | Vertrekken |
| Sortir | Uitgaan/naar buiten gaan |
| Venir | Komen |
Een paar voorbeeldzinnen met enkele van deze onregelmatige werkwoorden zijn:
| Frans | Nederlands |
| Elle lit un livre chaque soir. [Lire] | Zij leest elke avond een boek. |
| Nous apprenons le français à l’école. [Apprendre] | Wij leren Frans op school. |
| Tu fais tes devoirs tous les jours. [Faire] | Jij maakt je huiswerk elke dag. |
Wat is de regel voor onregelmatige werkwoorden in het Frans?
Onregelmatige werkwoorden in het Frans volgen geen standaardregel. Daarom is er maar één ‘regel’ voor deze werkwoorden: je moet ze uit je hoofd leren. Ze volgen vaak hun eigen patroon en gebruiken niet de standaardstam of -uitgangen. Let daarom bij de onregelmatige werkwoorden altijd extra goed op en besteed veel aandacht aan het leren van deze werkwoorden.
Oefenen met meer voorbeelden
Een goede manier om de onregelmatige werkwoorden te oefenen, is door voorbeeldzinnen te gebruiken. We geven je hieronder een aantal zinnen die jij met de juiste vorm van een onregelmatig werkwoord moet aanvullen. Om je te helpen, zetten we erbij om welke werkwoordstijd het gaat.
- Je [aller] au cinéma ce soir. (Tegenwoordige tijd)
- Ils [avoir manger] une pizza hier soir. (Voltooid tegenwoordige tijd)
- Nous [vouloir apprendre] le français. (Tegenwoordige tijd)
Antwoorden
- Je vais au cinéma ce soir.
- Ils ont mangé une pizza hier soir.
- Nous voulons apprendre le français.
Wil je nog meer oefenen met onregelmatige werkwoorden? Op Toets-mij.nl vind je uitgebreide oefentoetsen. Daarmee oefen je met veelgebruikte onregelmatige werkwoorden in de verschillende werkwoordstijden. Zo ontdek je welke werkwoorden je al kent en waar je nog even meer moet oefenen.