Wat betekent Être in het Frans?

Het Franse werkwoord ‘être’ betekent ‘zijn’. Het is een van de belangrijkste onregelmatige werkwoorden in het Frans. Daarom is het belangrijk dat je weet hoe je être in verschillende werkwoordstijden vervoegt. Dat leer je in dit artikel.

Hoe vervoeg je être?

Être is een onregelmatig werkwoord, wat betekent dat je bij dit werkwoord niet de standaardregels gebruikt om het te vervoegen. In plaats daarvan moet je de vervoegingen van être uit je hoofd leren. Hieronder vind je de vervoegingen in de meest gebruikte tijden.

Présent/Tegenwoordige tijd

PersoonVervoeging
Jesuis
Tues
Il/Elleest
Noussommes
Vousêtes
Ils/Ellessont

Passé composé/Voltooid tegenwoordige tijd

PersoonVervoeging
J’ai été
Tuas été
Il/Ellea été
Nousavons été
Vousavez été
Ils/Ellesont été

Imparfait/Onvoltooid verleden tijd

PersoonVervoeging
Jeétais
Tuétais
Il/Elleétait
Nousétions
Vousétiez
Ils/Ellesétaient

Futur simple/Toekomende tijd

PersoonVervoeging
Jeserai
Tuseras
Il/Ellesera
Nousserons
Vousserez
Ils/Ellesseront

Conditionnel présent/Voorwaardelijke wijs

PersoonVervoeging
Jeserais
Tuserais
Il/Elleserait
Nousserions
Vousseriez
Ils/Ellesseraient

Oefenen met voorbeelden

Heb je de verschillende vervoegingen van het onregelmatige werkwoord ‘être’ uit je hoofd geleerd? Oefen dan met onderstaande voorbeelden om te zien of je dit onregelmatige werkwoord inderdaad goed beheerst.

  1. Je [tegenwoordige tijd être] fatigué.
  2. Nous [voltooid tegenwoordige tijd être] à Paris l’été dernier.
  3. Ils [toekomende tijd être] heureux demain.

Antwoorden

  1. Je suis fatigué.
  2. Nous avons été à Paris l’été dernier.
  3. Ils seront heureux demain.

Wil je nog meer oefenen met het vervoegen van être in verschillende tijden? Maak dan de uitgebreide oefentoetsen op Toets-mij.nl. Daar kun je ook met het vervoegen van andere onregelmatige Franse werkwoorden oefenen. Zo krijg je ze snel onder de knie.