De 10 tijdvakken van geschiedenis: Overzicht & Tijdlijn
De geschiedenis van Nederland kan worden opgedeeld in verschillende tijdvakken. We leggen uit wat deze tien tijdvakken zijn en geven je de kenmerkende aspecten per tijdvak.
Wat zijn de 10 tijdvakken?
Om de Nederlandse en wereldgeschiedenis beter te kunnen begrijpen, wordt de geschiedenis opgedeeld in tien verschillende tijdvakken. Elk van die periodes heeft eigen kenmerkende aspecten. We zetten alle tien de tijdvakken hieronder in chronologische volgorde voor je op een rijtje.
- Jagers en boeren (tot -3000 v.Chr)
- Grieken en Romeinen (3000 v.Chr. tot 500 na Chr.)
- Monniken en ridders (500 tot 1000)
- Steden en staten (1000 tot 1500)
- Ontdekkers en hervormers (1500 tot 1600)
- Regenten en vorsten (1600 tot 1700)
- Pruiken en revoluties (1700 tot 1800)
- Burgers en stoommachines (1800 tot 1900)
- Wereldoorlogen (1900 tot 1950)
- Televisie en computer (na 1950)
Zoals je ziet duren niet alle periodes even lang. Ook verschilt het per periode flink welke ontwikkelingen er geweest zijn.
Tijdlijn van periodes met jaartallen
Om je een duidelijk beeld te geven van de verschillende periodes, hebben we ze voor je op een tijdlijn gezet. Op deze tijdlijn zie je precies wanneer de periodes plaatsvonden.
Kenmerkende aspecten per tijdsvak
Elk tijdvak heeft zijn eigen kenmerkende aspecten. Het is belangrijk dat je deze kenmerken goed kent en dat je de verschillen tussen tijdvakken kunt herkennen en uitleggen. Daarom zetten we deze aspecten voor je op een rijtje.
Tijdvak 1: Jagers en boeren (tot -3000 v.Chr.)
- De levenswijze van jagers-verzamelaars: rondtrekken, verzamelen, jagen.
- Het ontstaan van landbouw zorgt voor een andere levenswijze, namelijk vestigen en verbouwen. Zo veranderen de jagers-verzamelaars in boeren.
- Ook ontstaan de eerste stedelijke gemeenschappen.
Tijdvak 2: Romeinen en Grieken (3000 v.Chr. tot 500 na Chr.)
- De ontwikkeling van wetenschappelijk denken in de Griekse stadstaat. Ook ontstaan er ideeën over ‘burgerschap’.
- De verspreiding van de Grieks-Romeinse cultuur in Europa.
- De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur.
- De ontwikkeling van het Christendom en Jodendom als eerste monotheïstische religies (religies met maar één god).
Tijdvak 3: Monniken en ridders (500 tot 1000)
- De verspreiding van het Christendom in Europa.
- Het ontstaan en de verspreiding van de Islam.
- Het ontstaan van de zelfvoorzienende agrarische cultuur met het hofstelsel en de horigheid.
- De verhouding tussen heer en vazal.
Tijdvak 4: Steden en staten (1000 tot 1500)
- De opkomst van meer handel en ambacht en het ontstaan van steden.
- Het begin van staatsvorming en centralisatie met meer macht voor vorsten.
- De strijd tussen kerk en staat.
- De opkomst van de stedelijke burgerij.
Tijdvak 5: Ontdekkers en hervormers (1500 - 1600)
- Tijdens de Renaissance verandert het mens- en wereldbeeld met meer belangstelling voor wetenschap, kunst en klassieke cultuur.
- Overzeese ontdekkingsreizen en expansie vanuit Europa.
- De Reformatie: een splitsing binnen het Christendom: Katholieken en Protestanten.
- De opstand en het ontstaan van een onafhankelijke Nederlandse staat.
Tijdvak 6: Regenten en vorsten (1600 - 1700)
- Het begin van een wereldeconomie en het ontstaan van handelskapitalisme.
- Het streven van vorsten naar absolute macht.
- In Nederland: burgerlijk bestuur en een stedelijke cultuur.
- De wetenschappelijke revolutie.
Tijdvak 7: Pruiken en revoluties (1700 - 1800)
- De Verlichting: een kritische en rationele denkwijze over samenleving en bestuur.
- Veel slavernij op plantages en de opkomst van de beweging die zich tegen de slavenhandel keert.
- De Franse en Bataafse revolutie: Het streven naar grondrechten en naar politieke invloed van de burgerij.
Tijdvak 8: Burgers en stoommachines (1800 - 1900)
- De industriële revolutie.
- De opkomst van emancipatiebewegingen.
- Het ontstaan van een parlementair stelsel met meer invloed voor het volk.
- De opkomst van nationalisme, liberalisme en socialisme.
- Het moderne imperialisme.
Tijdvak 9: Wereldoorlogen (1900 - 1950)
- De opkomst van totalitaire politieke systemen: nationaal-socialisme (fascisme) en communisme.
- De economische wereldcrisis.
- De Duitse bezetting en Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- De verwoesting en wederopbouw na de oorlogen.
Tijdvak 10: Televisie en computer (na 1950)
- De opkomst van verzet in koloniën en de strijd voor onafhankelijkheid.
- De Koude Oorlog: wapenwedloop en de dreiging van een atoomoorlog.
- De Europese eenwording.
- De toenemende welvaart en het ontstaan van multiculturele samenlevingen.
Tijdvakken geschiedenis leren en oefenen
In elk tijdvak van de geschiedenis is er veel gebeurd. Om de geschiedenis goed te begrijpen, moet je niet alleen de kenmerkende aspecten kennen, maar moet je deze ook kunnen verklaren en uitleggen. Het is belangrijk om de tien verschillende tijdvakken in relatie tot elkaar te begrijpen en je moet voorbeelden kunnen geven van belangrijke ontwikkelingen.
Het leren voor een geschiedenistoets is daarom veel meer dan enkel het uit je hoofd leren van alle kenmerkende aspecten. Wil je echt goed oefenen? Dan raden we je aan om onze oefentoetsen te maken. Die oefentoetsen bestaan uit dezelfde soort vragen als je echte toets. Zo ontdek je of je de stof over het tijdvak echt beheerst of dat je nog even verder moet leren. Bovendien krijg je bij elke vraag een uitgebreide uitwerking te zien, zodat je precies weet wat je nog moet leren.
Klik hier voor onze geschiedenistoetsen!