Wat is tijdvak 3: Monniken en ridders?
Het derde geschiedenistijdvak heet monniken en ridders. Wat is er in die tijd gebeurd, wat zijn wetenswaardigheden en welke jaartallen moet je kennen? We zetten het voor je op een rijtje.
Monniken en ridders: weetjes en kenmerkende aspecten
De tijd van de monniken en ridders begint in het jaar 500 en loopt tot het jaar 1000. Deze tijd wordt ook wel de vroege middeleeuwen genoemd. Het was de tijd van kastelen, edelen en horigen. Ook wordt het christendom in deze tijd steeds belangrijker en ontstaat de islam. Bovendien ontstaat het feodale stelsel.
De verspreiding van het christendom in Europa
De Rooms-Katholieke Kerk was in het Romeinse Rijk ontstaan. Onder leiding van de paus in Rome werd in de tijd van de monniken en ridders het christelijke geloof steeds verder door Europa verspreid. Hiervoor werkten monniken veelal samen met de politieke elite. De verspreiding verliep geleidelijk. Vaak bekeerden de adel zich eerst, waarna het geloof zich langzaam steeds verder met de Germaanse cultuur vermengde. Ook werden in deze tijd overal in Europa kerken gebouwd.
Het ontstaan en de verspreiding van de islam
Het christendom was niet het enige geloof dat in deze tijd terrein won. Ook de islam is in dit tijdvak opgekomen en verder verspreid. Deze godsdienst begon in de zevende eeuw in Arabië en was, net als het christendom en het jodendom, een monotheïstische godsdienst. Arabische moslims veroverden in deze tijd delen van Noord-Spanje en India. Zo ontstond er een bloeiend Arabisch rijk. Dit rijk viel rond 750 echter ook weer uiteen.
Hofstelsel en horigheid
Een ander kenmerkend aspect van dit tijdperk is de ontwikkeling van het zelfvoorzienende hofstelsel. Na de ondergang van het West-Romeinse Rijk viel de landbouwstedelijke samenleving in Europa uit elkaar. De handel stortte in en de oogsten gingen (door het verdwijnen van Romeinse techniek) achteruit. Van een landbouwstedelijke samenleving veranderde de samenleving in deze tijd weer naar een agrarische samenleving. Daarbij zochten boeren of arme stedelingen bescherming bij grootgrondbezitters. In ruil voor herendiensten (zoals het omploegen van de grond) kregen zij bescherming. Op die manier ontstond er een hofstelsel met landheren en horigen.
De verhouding tussen heer en vazal
Een van de belangrijke personen uit dit tijdvak is Karel de Grote. Hij was eerst koning en later keizer van het Frankische Rijk. Door het wegvallen van de geldeconomie en de verslechtering van wegen, werd het voor hem steeds lastiger om zijn hele rijk te besturen. Daarom bedacht hij een leenstelsel. Dit wordt ook wel het feodale stelsel genoemd. Binnen dat stelsel leent een leenheer grondgebied uit aan een leenman (vazal). Een vazal moest zorgen voor een goed bestuur, rechtspraak en een leger binnen het gebied. Ook moest een vazal bereid zijn om ten strijde te trekken voor zijn leenheer.
Wat is de tijd van monniken en ridders? Tijdlijn, periodes en jaartallen
De tijd van de monniken en ridders begint in 476 na Christus met de val van het West-Romeinse Rijk. Het tijdvak loopt ongeveer van 500 tot 1000 en wordt ook wel de vroege middeleeuwen genoemd. We zetten de belangrijkste weetjes, gebeurtenissen en jaartallen voor je op een tijdlijn.
- 476 n.Chr. Het West-Romeinse Rijk valt en de middeleeuwen beginnen in West-Europa.
- 496 n.Chr. De Frankische krijgsheer Clovis bekeert zich tot het christendom, wat de verspreiding van het geloof versnelt.
- Tussen 500 en 600 ontstaat het hofstelsel met horigen. In de zevende eeuw neemt de zelfvoorziening nog sterker toe.
- Vanaf ongeveer 600 trekken missionarissen door Europa om het christendom te verspreiden. Nederland wordt in de 8e eeuw bekeerd door Willibrord en Bonifatius.
- In de 7e eeuw ontstaat in Arabië de islam. De profeet Mohammed ontvangt in 610 zijn eerste openbaringen in Mekka. De Arabische jaartelling begint in het jaar 622 als Mohammed naar Medina vlucht.
- Tussen 632 en 750 wordt de islam in hoog tempo verspreid, onder meer door veroveringen in Noord-Spanje.
- Tussen 700 en 900 ontstaat het feodale stelsel. Karel de Grote heeft hier veel invloed op gehad.
Wat waren de belangrijkste taken van de monniken?
Monniken waren in dit tijdvak van de geschiedenis enorm belangrijk. Monniken hadden verschillende taken. Hun belangrijkste taken waren:
- Geloof verspreiden: Verschillende monniken, waaronder Willibrord en Bonifatius, trokken rond als missionaris om het christelijke geloof verder te verspreiden.
- In het klooster leven: Er waren ook monniken die in kloosters woonden en die volgens strenge regels leefden. Ook werkten zij in het klooster en/of op het bijbehorende land.
- Geschriften schrijven en bewaren: Monniken hebben een belangrijke rol gespeeld bij het bewaren en opstellen van geschriften. Zij schreven teksten (over), waardoor ze bewaard zijn gebleven.
- Onderwijs geven: Monniken gaven les in onder andere Latijn, lezen, schrijven en rekenen.
- Armen verzorgen: Monniken hielpen armen, zieken en reizigers met voedsel, medische zorg en onderdak.
Tijdsvak 3: Monniken en ridders leren en oefenen
Ben je aan het leren voor een toets over dit derde geschiedenistijdvak? Dan zetten we de belangrijkste kenmerkende aspecten van deze tijd nog even voor je op een rijtje.
- De verspreiding van het christendom in Europa.
- Het ontstaan en de verspreiding van de islam.
- Het ontstaan en de werking van het hofstelsel en horigheid.
- De verhouding tussen leenheer en vazal.
Wil je oefenen met vragen over dit tijdvak? Gebruik dan onze handige geschiedenistoetsen. Die toetsen bevatten hetzelfde soort vragen als de echte toets. Zo ontdek je heel eenvoudig of je alles al beheerst of dat je nog even verder moet leren.
Klik hier voor onze geschiedenistoetsen!