Wat is tijdvak 4: Steden en staten? 

Het tijdvak steden en staten is het vierde tijdvak van de geschiedenis. Wat zijn de kenmerkende aspecten van dit tijdvak en welke weetjes moet je kennen? We zetten het op een rijtje.

Steden en staten: weetjes en kenmerkende aspecten

Het tijdvak steden en staten begint in het jaar 1000 en eindigt in 1500. Het gaat om het tweede deel van de middeleeuwen. Kenmerkende aspecten van deze tijd zijn de opkomst en zelfstandigheid van steden, de strijd tussen kerk en staat en het begin van de staatsvorming.

De opkomst van handel en het ontstaan van steden

Waar steden in het vorige tijdvak nagenoeg verdwenen waren, kwamen ze in tijdvak vier juist weer tot leven. De landbouwtechnieken verbeterden en er ontstonden voedseloverschotten. Hierdoor konden mensen zich weer met handel en ambacht bezighouden. Hierdoor veranderde de landbouwsamenleving na het jaar 1000 in Europa langzaam weer in een landbouwstedelijke samenleving.

De opkomst van stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden

Door de groei van de steden ontstond er na verloop van tijd een nieuwe groep, bestaande uit kooplieden en ambachtsmannen. Deze groep wordt de stedelijke burgerij genoemd. De stedelijke burgerij wilde graag meer vrijheid om hun beroep uit te oefenen. Ook wilden ze meer te zeggen hebben over het bestuur van de steden. In deze tijd kregen veel steden daarom stadsrechten en werden ze steeds zelfstandiger.

Ontstaan van staatsvorming en centralisatie

Terwijl de steden zelfstandiger werden, wilden juist ook koningen hun macht vergroten. Dit deden zij door een centrale regering te creëren. Het rijk werd vanuit één centraal punt bestuurd, waardoor lokale edelen minder te zeggen kregen. Grote rijken, zoals Frankrijk en Engeland, kregen hierdoor meer macht. Ook ontstond hierdoor een standenmaatschappij. De koning stond bovenaan, met daaronder de geestelijken. Daaronder stonden de edelen en pas daaronder de ‘normale’ burgers.

Strijd tussen kerk en staat

Het christelijke geloof was in de middeleeuwen erg belangrijk. Zo werden er kruistochten georganiseerd om het geloof steeds verder te verspreiden. Ook had de kerk  in de middeleeuwen erg veel macht. Bisschoppen hadden niet alleen een religieuze taak, maar ook een politieke taak. Zo bestuurden zij delen van het land, konden legers aanvoeren en hadden veel geld en invloed. Daarom wilden koningen zelf graag hun bisschoppen mogen aanstellen. Daar was de paus het niet mee eens. De strijd tussen Paus Gregorius VII en keizer Hendrik IV is hier een goed voorbeeld van.

 

Wat is de tijd van Steden en staten? Tijdlijn, periodes en jaartallen

De tijd van steden en staten speelt zich af tussen de jaartallen 1000 en 1500. In die periode gebeurde er veel in de wereld. De opkomst van steden, de machtsstrijd tussen de staat en de kerk en het begin van de staatsvorming is erg belangrijk. We hebben een aantal belangrijke gebeurtenissen voor je op een tijdlijn geplaatst.

  • Rond het jaar 1000 verbeteren de landbouwtechnieken, waardoor er meer voedseloverschotten ontstaan.
  • Tussen 1000 en 1200 ontstaan er weer steden. Door de overschotten kunnen mensen zich richten op handel en andere ambachten.
  • Vanaf 1049 probeerde de kerk steeds meer macht in handen te krijgen. Dit leidde in de jaren daarna tot een strijd tussen kerk en staat.
  • In 1075 begon de strijd tussen paus Gregorius VII en keizer Hendrik IV. Deze investituurstrijd eindigt pas in 1122.
  • Tussen 1076 en 1192 werden er drie belangrijke kruistochten georganiseerd.
  • Vanaf 1200 groeit de stedelijke burgerij. Ook krijgen steeds meer steden stadsrechten en groeit de zelfstandigheid van de steden.
  • In de 14e eeuw neemt de centralisatie binnen staten steeds verder toe.
  • Tussen 1347 en 1351 overlijden veel mensen aan de pest. Dit heeft grote gevolgen voor de economie en samenleving.
  • Tussen 1400 en 1500 worden koninkrijken zoals Engeland en Frankrijk steeds sterker. Dit is de echte opkomst van de staatsvorming.

Wat gebeurde er in de tijd van steden en staten?

In het tijdvak steden en staten gebeurt er erg veel. De opkomst van steden, na een periode met nagenoeg geen steden, is erg belangrijk. Die steden krijgen in de eeuwen daarna ook steeds meer zelfstandigheid. De opkomst van de stedelijke burgerij draagt hieraan bij. Daarnaast woedt er in deze tijd een strijd tussen kerk en staat. Er is op dat moment nog geen scheiding tussen kerk en staat, wat tot problemen leidt. Bovendien willen koningen hun macht steeds meer centraliseren. Dit zorgt uiteindelijk voor de vorming van sterke staten met een centraal bestuur.

Tijdvak 4: Steden en staten leren en oefenen

Ben jij aan het leren voor een toets over het vierde tijdvak? Dan is het belangrijk dat je de kenmerkende aspecten van deze tijd kent. We zetten ze nog even voor je onder elkaar:

  • De strijd tussen kerk en staat.
  • De opkomst van handel en het ontstaan van steden.
  • De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden.
  • Het begin van staatsvorming en centralisatie.

Wil je weten of je alle belangrijke gebeurtenissen uit deze periode al kent en of je de kennis voldoende kunt toepassen? Maak dan onze oefentoetsen. Die toetsen bestaan uit vragen die veel lijken op die van de echte toets. Zo ontdek je meteen of je dit tijdvak al voldoende beheerst of dat je nog even verder moet oefenen.

Klik hier voor onze geschiedenistoetsen!