Het systeem aarde in de aardrijkskunde: hoe de aarde werkt

Als we het binnen het vak aardrijkskunde over het systeem aarde hebben, hebben we het in feite over hoe de aarde werkt. De hele aarde werkt namelijk als systeem samen. Binnen deze kern leer je in de onderbouw meer over de opbouw van de aarde, de natuurlijke processen en het klimaat. Je ontdekt meer over de samenhang tussen aarde en natuur, maar ook over het klimaat en de aarde. In deze tekst geven we je uitleg over alle belangrijke onderwerpen binnen deze kern, zodat jij je goed kunt voorbereiden op je volgende aardrijkskundetoets.

De aarde in het zonnestelsel

De aarde is deel van het zonnestelsel. Het zonnestelsel is een groep planeten die allemaal om dezelfde zon draaien. De aarde staat op de derde plaats in het zonnestelsel, geteld vanaf de zon.  De aarde staat na Mercurius en Venus en voor Mars.

Zon → Mercurius → Venus → Aarde → Mars → Jupiter → Saturnus → Uranus → Neptunus

De aarde maakt twee belangrijke verschillende bewegingen. Die bewegingen merk je dagelijks.

Draaiing van de aarde om haar eigen asOmwenteling van de aarde om de zon
  • Eén draai duurt 24 uur;
  • Zorgt voor het verschil tussen dag en nacht;
  • Als we naar de zon toegedraaid staan, is het dag;
  • Staan we van de zon weg, dan is het nacht;
  • Daarom is er een verschil tussen dag en nacht aan de verschillende kanten van de aarde.
  • Duurt ongeveer 365 dagen, oftewel één jaar;
  • Zorgt in combinatie met de schuine stand van de aarde voor de verschillende seizoenen;
  • Zon hoog aan de hemel = warmer (zomer);
  • Zon laag aan de hemel = kouder (winter).

Samengevat: 
De draaiing van de aarde om haar eigen as zorgt voor het verschil tussen dag en nacht. De omwenteling van de aarde om de zon zorgt voor de verschillende seizoenen.

Endogene en exogene processen

De aarde verandert constant door natuurlijke processen. Daarbij is er een verschil tussen endogene processen en exogene processen. 

Endogene processenExogene processen
Krachten van binnenuit de aarde, zoals aardbevingen en vulkanisme.Krachten van buitenaf, zoals wind, temperatuurverschillen en water. Die zorgen voor erosie en verwering van het aardoppervlak.

De combinatie van endogene en exogene processen vormt en verandert het aardoppervlak. Zo kunnen endogene processen ervoor zorgen dat er nieuwe gebergten ontstaan, terwijl exogene processen juist delen van het aardoppervlak afbreken. De krachten van binnenuit en de krachten van buitenaf dragen zo op hun eigen manier bij aan de vorming van de aarde. 

Het aardoppervlak staat nooit stil en verandert constant. Welke endogene en exogene processen actief zijn, verschilt per regio. Zo zijn er gebieden waar vaak aardbevingen zijn, maar ook gebieden waar ijs of smeltwater juist veel invloed heeft. De verschillende combinaties van processen maken dat elk landschap uniek is.

Kortom: 
Endogene processen (van binnenuit) en exogene processen (van buitenaf) dragen samen bij aan de vorming van de aarde. Elke regio heeft eigen processen, waardoor elk landschap uniek is.

Plaattektoniek, vulkanen en aardbevingen

De korst van onze aarde bestaat uit verschillende aardplaten. Die platen drijven langzaam op de hete, vloeibare laag daaronder. Dat betekent dat de platen nooit helemaal stil liggen. Het bewegen van de platen wordt ook wel plaattektoniek genoemd. Deze bewegingen voel je in het dagelijks leven niet, maar ze kunnen wel erg grote gevolgen hebben.

De beweging van de aardplaten noemen we binnen het vak aardrijkskunde plaattektoniek. De bewegende platen kunnen verschillende bewegingen maken:

  • Ze kunnen langs elkaar schuiven;
  • Ze kunnen uit elkaar bewegen;
  • Ze kunnen tegen elkaar botsen.

Dit soort bewegingen zijn vooral langs de breuklijnen tussen twee of meer platen voelbaar. Op die plekken kunnen er aardbevingen ontstaan, maar ook vulkanisme, gebergten en diepzeetroggen. Vulkanen ontstaan vaak bij plaatranden, waar magma uit de kern van de aarde gemakkelijker naar boven kan komen. Plaattektoniek heeft hierdoor vooral veel invloed op de gebieden langs breuklijnen en plaatranden.

Onthoud: 
Plaattektoniek gaat over de bewegende aardplaten op onze planeet. Door de bewegingen van deze platen kunnen er onder andere aardbevingen en vulkanen ontstaan. Dit is vooral langs de plaatranden en breuklijnen zichtbaar en voelbaar.

Reliëf en landschapsvorming

Het landschap op aarde is niet overal plat. Over de hele wereld vind je veel verschillende soorten reliëf. In het vak aardrijkskunde in de onderbouw van het voortgezet onderwijs bedoelen we met reliëf de verschillen tussen hoge en lage gebieden. Op sommige plekken zijn deze hoogteverschillen duidelijk aanwezig, terwijl er ook regio’s zonder grote hoogteverschillen zijn. We hebben het dan over:

  • Gebergten;
  • Heuvels;
  • Dalen;
  • Vlaktes.

Sommige landen, zoals Nederland, hebben weinig hoogteverschillen. Andere landen, zoals Zwitserland, hebben juist veel reliëf. Deze verschillen ontstaan door endogene en exogene processen. Bergen ontstaan door het botsen van aardplaten (endogeen proces), terwijl rivieren bergen afslijten (exogeen proces). Ook vlaktes ontstaan door dit soort processen. Rivieren laten zand en klei achter, waardoor het landschap ontstaat.

Als je kijkt naar de landschapsvorming van een gebied, kun je veel leren over de geschiedenis van dat gebied. Landschappen veranderen voortdurend. Als je weet welke processen hiervoor verantwoordelijk zijn, kun je hier veel van leren.

Kortom: 
Endogene en exogene processen bepalen het reliëf van een landschap. Er zijn landen met veel hoogteverschillen, maar ook landen met weinig reliëf. Bovendien veranderen landschappen voortdurend.

Klimaat en klimaatverandering

Als we het binnen het vak aardrijkskunde over het klimaat hebben, is het allereerst belangrijk dat je weet dat dit iets anders is dan het weer.

  • Het klimaat in een gebied is het gemiddelde weer in die regio, gemeten over een lange periode.

Het gaat dus niet om het weer van één dag, één week of zelfs één maand, maar vaak over het gemiddelde weer van zo’n dertig jaar. 

Op de aarde onderscheiden we verschillende klimaatgebieden, zoals:

  • Tropische gebieden;
  • Gematigde klimaten;
  • Koude klimaten.

Het klimaat van een regio wordt door verschillende klimaatfactoren beïnvloed. Onder andere de volgende factoren zijn van invloed:

  • De breedteligging;
  • De afstand tot de zee;
  • De hoogteverschillen in het gebied.

Hoe dichter een gebied bij de evenaar ligt, hoe warmer het er over het algemeen is. 

Bovendien zorgt klimaatverandering ervoor dat de klimaten op aarde veranderen. De temperatuur op aarde stijgt en extremer weer komt vaker voor. Onder andere door de uitstoot van broeikasgassen versterkt de mens deze klimaatverandering.

Onthoud: 
Het klimaat is iets anders dan het weer. Het klimaat van een regio wordt beïnvloed door verschillende klimaatfactoren. Bovendien zorgt klimaatverandering ervoor dat de verschillende klimaten op aarde veranderen.

Oefenen met systeem aarde in aardrijkskunde

De aarde is een systeem waarin verschillende natuurlijke processen elkaar versterken. Binnen het vak aardrijkskunde in het voortgezet onderwijs komt dit onderwerp in toetsen in de onderbouw zeker aan bod. Je kunt vragen krijgen over de aarde in het zonnestelsel, endogene en exogene processen, plaattektoniek, landschapsvorming en het klimaat. Wil je op je eigen niveau met deze onderwerpen oefenen? Maak dan de oefentoetsen op Toets-mij.nl. Daarmee ontdek je welke onderwerpen je al beheerst en waar je nog iets meer over moet leren.