Passé Composé: Uitleg en voorbeelden

De passé composé noemen we in het Nederlands de voltooid tegenwoordige tijd. In dit artikel vertellen we je wat de passé composé is, wanneer je het gebruikt en hoe je regelmatige werkwoorden in de passé composé zet.

Wat is de Passé Composé in het Frans?

In het Nederlands kennen we de passé composé als de voltooid tegenwoordige tijd. Het gaat om zinnen zoals ‘ik heb gelopen’ of ‘wij hebben gegeten’. Je gebruikt de passé composé om aan te geven dat iets in het verleden is afgerond. Een paar voorbeelden zijn:

NederlandsFrans
Ik heb gelopen.J’ai marché. 
Jij hebt een appel gegeten.Tu as mangé une pomme.
Wij hebben ons huiswerk afgemaakt.Nous avons fini nos devoirs.

Welke tijd is de Passé Composé?

De passé composé noemen we in het Nederlands de voltooid tegenwoordige tijd. Het is dus een tegenwoordige tijd, waarmee je aangeeft dat iets al is afgerond.. In tegenstelling tot le présent, waarmee je aangeeft dat iets nu gebeurt, gebruik je de passé composé dus voor gebeurtenissen die al afgerond zijn. 

Wanneer gebruik je de Passé Composé?

Er zijn verschillende situaties waarin je de passé composé in het Frans gebruikt. Zo gebruik je deze tijd om aan te geven dat iets in het verleden gebeurd is. Ook gebruik je de passé composé om te vertellen wat er op een bepaald moment gebeurd is en kun je deze tijd gebruiken om opeenvolgende acties in het verleden op te sommen. Om dit duidelijker te maken, geven we je een paar voorbeelden. 

NederlandsFransReden voor de passé composé
Ik heb een banaan gegeten.J’ai mangé une banane.Handeling die in het verleden gebeurd is.
Zij hebben gisteren gespeeld.Elles ont joué hier.Iets dat op een bepaald moment gebeurd is.
Wij (mannelijk) zijn naar school gegaan en hebben gelezen.Nous sommes allés à l’école et avons lu.Meerdere opeenvolgende acties. 

Hoe vorm je de Passé Composé?

Net als in het Nederlands heb je voor het vormen van de passé composé in het Frans een hulpwerkwoord nodig. In het Frans gebruik je een vervoeging van avoir of être gecombineerd met het voltooid deelwoord van het hoofdwerkwoord. Hoe je het voltooid deelwoord van het werkwoord maakt, ligt aan het gebruikte werkwoord.

  • Bij regelmatige werkwoorden die op -er eindigen, haal je -er van het hele werkwoord af en voeg je -é toe. Bijvoorbeeld parler → parlé.
  • Bij regelmatige werkwoorden die op -ir eindigen, haal je -ir van het hele werkwoord af en voeg je -i toe. Bijvoorbeeld: finir → fini.
  • Bij regelmatige werkwoorden die op -re eindigen, haal je -re van het hele werkwoord af en voeg je -u toe. Bijvoorbeeld perdre → perdu.
  • Let op: er zijn in het Frans ook veel onregelmatige werkwoorden die je anders moet vervoegen. 

Avoir of être?

Om te weten of je avoir of être gebruikt, kun je er in de basis vanuit gaan dat als je in het Nederlands ‘hebben’ gebruikt, je in het Frans een vervoeging van ‘avoir’ gebruikt. Gebruik je in het Nederlands ‘zijn’? Dan kies je voor een vervoeging van ‘être’. Être wordt meestal gebruikt bij werkwoorden die een beweging aangeven. Er zijn wel een aantal uitzonderingen op deze regel, dus leer die goed uit je hoofd. 

Ook is het belangrijk om te weten dat er bij vervoegingen met être een uitgang achter het voltooid deelwoord kan komen te staan. Dat is afhankelijk van of het onderwerp mannelijk of vrouwelijk en enkelvoud of meervoud is.

  • Mannelijk enkelvoud: geen uitgang.
  • Mannelijk meervoud: een extra -s.
  • Vrouwelijk enkelvoud: een extra -e.
  • Vrouwelijk meervoud: een extra -es.

Oefenen met meer voorbeelden

De passé composé vormen kunnen in het Frans behoorlijk lastig zijn. Er zijn veel uitzonderingen en je moet niet alleen op de vervoeging van het hulpwerkwoord, maar ook nog op de vervoeging van het hoofdwerkwoord letten. Daarom is veel oefenen de beste manier om de passé composé onder de knie te krijgen. Beginnen met oefenen kan met onderstaande oefeningen.

  1. Ik ben gebleven [rester].
  2. Wij hebben gelopen [marcher].
  3. Zij heeft geluisterd [écouter].

Antwoorden

  1. Je suis resté(e). (Afhankelijk van mannelijk of vrouwelijk).
  2. Nous avons marché.
  3. Elle a écouté.

Wil je met nog meer voorbeelden oefenen? Dan zijn de oefentoetsen Frans op Toets-mij.nl ideaal. Daar oefen je met vragen die op jouw echte toetsvragen lijken. Zo ontdek je heel gemakkelijk wat je al goed kent en waar je nog even mee moet oefenen. 

Klik hier voor oefentoetsen over dit onderwerp. Wil je andere onderwerpen oefenen? Hier vind je alle oefentoetsen over Grammatica Frans.