Diameter, straal en omtrek berekenen
Op deze pagina krijg je alle zes onderlinge conversies tussen diameter, straal en omtrek op een rijtje, een beslissingstabel die zegt welke formule je moet kiezen, voorbeelden en oefenopgaven met uitwerkingen voor vmbo, havo en vwo.
Inhoudsopgave
Samenvatting
Diameter, straal en omtrek zijn de drie centrale grootheden van een cirkel, en je kunt vanuit elke grootheid de andere twee berekenen. De diameter (d) is de afstand dwars door de cirkel; de straal (r) is de helft daarvan: r = d ÷ 2. De omtrek (O) bereken je met O = π × d of O = 2 × π × r. Heb je alleen de omtrek? Dan reken je terug: d = O ÷ π en r = O ÷ (2π).

Begrippen: middelpunt, straal, diameter en omtrek
Voordat je gaat rekenen is het belangrijk dat je de vier basisbegrippen van een cirkel kent. Op een toets gaan veel punten verloren doordat leerlingen straal en diameter verwisselen.
- Middelpunt (M): het midden van de cirkel. Alle punten op de cirkel liggen even ver van dit middelpunt.
- Straal (r): de afstand van het middelpunt tot de rand van de cirkel. Ook wel radius genoemd. r = d ÷ 2.
- Diameter (d): de afstand dwars door de cirkel, via het middelpunt. De langste lijn die binnen een cirkel past. Ook wel doorsnede of middellijn. d = 2 × r.
- Omtrek (O): de totale lengte van de rand van de cirkel. Als je een touw om de cirkel zou leggen, is dat de lengte van dat touw.
- π (pi): de verhouding tussen omtrek en diameter van elke cirkel. Altijd hetzelfde getal, ongeacht de grootte. π ≈ 3,14159… Op je rekenmachine zit een π-toets; gebruik die voor exacte antwoorden.
De drie kernformules
Tussen diameter, straal en omtrek liggen drie eenvoudige verbanden. Onthoud deze drie, en je kunt alle conversies maken.
1. Diameter en straal (verdubbelen)
d = 2 × r
2. Omtrek uit diameter
O = π × d
3. Omtrek uit straal
O = 2 × π × r
Formule 2 en 3 zijn eigenlijk dezelfde formule: in formule 3 vervang je d door 2 × r. Welke je gebruikt hangt af van wat je gegeven hebt: weet je de diameter, dan formule 2; weet je de straal, dan formule 3.
Alle 6 conversies tussen diameter, straal en omtrek
De drie kernformules samen geven zes mogelijke conversies: van elke grootheid naar de twee andere. Hieronder staan ze allemaal:
| Van | Naar | Formule | Voorbeeld |
| Diameter (d) | Straal (r) | r = d ÷ 2 | d = 10 → r = 5 |
| Straal (r) | Diameter (d) | d = 2 × r | r = 5 → d = 10 |
| Diameter (d) | Omtrek (O) | O = π × d | d = 10 → O = 31,4 |
| Straal (r) | Omtrek (O) | O = 2 × π × r | r = 5 → O = 31,4 |
| Omtrek (O) | Diameter (d) | d = O ÷ π | O = 31,4 → d = 10 |
| Omtrek (O) | Straal (r) | r = O ÷ (2π) | O = 31,4 → r = 5 |
De laatste twee (van omtrek terug naar diameter of straal) zijn waar leerlingen vaak vastlopen. Het principe: ken je de formule O = π × d, dan kun je beide kanten delen door π, en krijg je d = O ÷ π. Hetzelfde voor de straal: O = 2 × π × r, dus r = O ÷ (2π).
Welke formule gebruik je wanneer?
Het lastigst aan een cirkelopgave is kiezen: welke formule past bij wat ik weet? Deze beslissingstabel helpt je:
| Wat je weet | Wat je zoekt | Wat doe je? |
| Diameter | Straal | Delen door 2 |
| Diameter | Omtrek | Vermenigvuldigen met π |
| Straal | Diameter | Vermenigvuldigen met 2 |
| Straal | Omtrek | Vermenigvuldigen met 2 en met π |
| Omtrek | Diameter | Delen door π |
| Omtrek | Straal | Delen door π, daarna door 2 (of: delen door 2π) |
Voorbeeldberekeningen
Hieronder zie je drie uitgewerkte voorbeelden, elk met een andere startgrootheid. Schrijf bij wiskunde altijd je tussenstappen op.
Voorbeeld 1: Van diameter naar straal en omtrek
Een pizza heeft een diameter van 30 cm. Bereken de straal en de omtrek. Rond af op één decimaal.

Stap 1: Straal = d ÷ 2 = 30 ÷ 2 = 15 cm.
Stap 2: Omtrek = π × d = π × 30 ≈ 3,14 × 30 ≈ 94,2 cm.
Antwoord: de straal is 15 cm en de omtrek is 94,2 cm.
Voorbeeld 2: Van straal naar diameter en omtrek
Een fietswiel heeft een straal van 35 cm. Bereken de diameter en de omtrek. Rond af op één decimaal.

Stap 1: Diameter = 2 × r = 2 × 35 = 70 cm.
Stap 2: Omtrek = 2 × π × r = 2 × π × 35 ≈ 2 × 3,14 × 35 ≈ 219,9 cm.
Antwoord: de diameter is 70 cm en de omtrek is 219,9 cm.
Voorbeeld 3: Van omtrek terug naar diameter en straal
Een ronde vijver heeft een omtrek van 50 meter. Bereken de diameter en de straal. Rond af op één decimaal.

Stap 1: Diameter = O ÷ π = 50 ÷ π ≈ 50 ÷ 3,14 ≈ 15,9 m.
Stap 2: Straal = d ÷ 2 = 15,9 ÷ 2 ≈ 8,0 m. (Of direct: r = O ÷ (2π) = 50 ÷ 6,28 ≈ 8,0 m.)
Antwoord: de diameter is 15,9 m en de straal is 8,0 m.
Veelgemaakte fouten
Bij diameter, straal en omtrek gaan leerlingen vooral onderuit op verwisselingen en de richting van de berekening. Let op deze klassiekers:
- Straal en diameter verwisselen. Lees de opgave nauwkeurig: is het gegeven de straal (r, vanaf het midden) of de diameter (d, dwars door)? Een fout hier maakt je antwoord een factor 2 verkeerd.
- Bij O = 2πr de 2 vergeten. Bij de straal-formule MOET de 2 erbij. O = πr klopt niet, je krijgt dan maar de helft van de omtrek. Onthoud: omdat de straal de helft van de diameter is, moet je verdubbelen.
- Bij terugrekenen: delen vergeten. Heb je de omtrek? Vermenigvuldigen heeft geen zin, je moet juist DELEN door π. O ÷ π geeft de diameter, niet O × π.
- Te vroeg afronden bij π. Gebruik op je rekenmachine de π-toets, niet alleen '3,14'. Bij grote cirkels of meerdere stappen kan dat in de centimeters afwijken. Rond pas aan het einde af.
- Verkeerde eenheid bij omtrek. De omtrek heeft dezelfde eenheid als de straal of diameter. Diameter in cm? Omtrek ook in cm. Niet in cm² (dat is oppervlakte) of cm³ (dat is inhoud).
- Omtrek en oppervlakte door elkaar halen. Omtrek is de rand (in cm). Oppervlakte is het hele binnenvlak (in cm²). De formules zijn anders: O = π × d, maar oppervlakte = π × r². Verwar ze niet.
Oefenopgaven met uitwerkingen
Vier opgaven, oplopend in moeilijkheid. Probeer ze eerst zelf en check daarna pas de uitwerking. Schrijf altijd op wat je gegeven hebt en wat je zoekt.
Opgave 1: Van straal naar omtrek
Een ronde tafel heeft een straal van 60 cm. Bereken de omtrek. Rond af op een heel getal.

Uitwerking: O = 2 × π × r = 2 × π × 60 ≈ 2 × 3,14 × 60 = 376,8. Antwoord: de omtrek is 377 cm (of 3,77 m).
Opgave 2: Van diameter naar straal en omtrek
Een ronde frisbee heeft een diameter van 24 cm. Bereken zowel de straal als de omtrek. Rond af op één decimaal.

Uitwerking: Straal = d ÷ 2 = 24 ÷ 2 = 12 cm. Omtrek = π × d = π × 24 ≈ 3,14 × 24 = 75,4. Antwoord: straal 12 cm, omtrek 75,4 cm.
Opgave 3: Terugrekenen van omtrek naar straal
De omtrek van een ronde sportbaan is 400 meter. Bereken de straal. Rond af op één decimaal.

Uitwerking: r = O ÷ (2π) = 400 ÷ (2 × π) = 400 ÷ 6,28 ≈ 63,7. Antwoord: de straal is 63,7 m.
Opgave 4: Toepassing fietswiel
Het wiel van Romy's fiets heeft een diameter van 70 cm. Romy fietst 2,2 km naar school. Hoe vaak draait het wiel rond? Rond af op hele rotaties.

Uitwerking: Eerst de omtrek (= afstand per rotatie): O = π × 70 ≈ 219,9 cm. Zet de fietsafstand om naar cm: 2,2 km = 220.000 cm. Aantal rotaties = 220.000 ÷ 219,9 ≈ 1.000,5. Antwoord: het wiel draait ongeveer 1.000 keer rond.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen diameter en straal?
De diameter is de afstand dwars door de cirkel, van rand tot rand via het middelpunt. De straal is de afstand van het middelpunt naar de rand, dus precies de helft van de diameter. Formule: d = 2 × r, of omgekeerd r = d ÷ 2. Pizzaranden van 30 cm? Diameter is 30, straal is 15.
Hoe bereken je de omtrek van een cirkel?
Op twee manieren, afhankelijk van wat je weet: weet je de diameter? Gebruik O = π × d. Weet je de straal? Gebruik O = 2 × π × r. Beide geven hetzelfde antwoord. Gebruik op je rekenmachine altijd de π-toets, niet '3,14', voor exactere antwoorden.
Hoe bereken je de straal als je de omtrek weet?
Met de formule r = O ÷ (2π). Dat is de omtrek delen door 2 keer pi. Voorbeeld: omtrek 50 cm, dan is r = 50 ÷ (2 × π) ≈ 50 ÷ 6,28 ≈ 7,96 cm. Je kunt ook eerst de diameter berekenen (d = O ÷ π) en dan halveren.
Wat is pi (π) precies?
Pi is de verhouding tussen de omtrek en de diameter van een cirkel. Voor ELKE cirkel is deze verhouding gelijk: ongeveer 3,14159… Dit getal heeft oneindig veel decimalen en komt nooit precies uit. Op een toets wordt vaak afgerond op 3,14 of gebruik je de π-toets op je rekenmachine.
Wat is het symbool ⌀ bij diameter?
Het symbool ⌀ (een cirkeltje met een schuine streep doorheen) staat voor diameter. Je ziet het op technische tekeningen, schroeven en kabels: ⌀ 10 mm betekent een diameter van 10 millimeter. In wiskundeboeken wordt vaker gewoon 'd' geschreven.
In welke klas leer je diameter, straal en omtrek berekenen?
De basis (diameter, straal, omtrek met formules O = π × d en O = 2 × π × r) komt op de meeste scholen in groep 7 of 8 van de basisschool of in klas 1 van vmbo, havo en vwo aan bod. Terugrekenen van omtrek naar straal of diameter komt vooral in klas 1 of 2 van de middelbare school, in combinatie met oppervlakte en pi.
Dit artikel is geschreven door
Deel deze pagina met je vrienden
Dit zeggen leerlingen en ouders
Toetsmij: de steun in de rug die elk kind verdient
Als ouder wil je maar één ding: dat je kinderen gezien worden, uitgedaagd worden en het vertrouwen krijgen dat ze méér kunnen dan ze zelf soms denken. Voor ons is Toetsmij daarin een gamechanger geweest.
Onze oudste dochter begon ooit op mavo-kader. Een lieve, slimme meid, maar soms onzeker en zoekend naar structuur. Dankzij de toetsen van Toetsmij.....helder, betrouwbaar, precies op niveau en altijd met ruimte om te groeien kreeg ze stap voor stap het vertrouwen dat ze het wél kon.
En hoe.
Ze stroomde door naar de havo, haalde haar diploma en volgt nu op eigen kracht de lerarenopleiding. Dat is niet alleen haar verdienste, maar ook het resultaat van materialen die haar serieus namen en haar lieten zien waar ze stond en waar ze naartoe kon.
Ook onze jongste dochter profiteert nu van Toetsmij. Ze doet op school al een aantal vakken op hoger niveau, en juist daar is Toetsmij een uitkomst. De toetsen sluiten perfect aan, dagen uit zonder te overweldigen en geven precies de feedback die ze nodig heeft om verder te groeien.
Het voelt alsof er iemand meedenkt, iemand die begrijpt dat elk kind anders leert en dat kwaliteit het verschil maakt.
Wat Toetsmij voor ons bijzonder maakt:
- Super betrouwbaar, e weet dat de toetsen kloppen, aansluiten en eerlijk meten.
- Meedenkend, het voelt alsof er altijd iemand achter de schermen staat die begrijpt wat leerlingen nodig hebben.
- Topkwaliteit geen rommel, geen gokwerk, maar echt professioneel materiaal waar scholen jaloers op zouden zijn.
Voor ons is Toetsmij niet zomaar een hulpmiddel. Het is een partner in de ontwikkeling van onze kinderen. Een stille kracht die hen helpt groeien, bloeien en boven zichzelf uitstijgen.
En als trotse ouder kan ik maar één ding zeggen:
Dankjewel, Toetsmij. Jullie maken écht het verschil.
Hele fijne en goede ondersteuning bij…
Hele fijne en goede ondersteuning bij de voorbereiding van de middelbare school toetsen. Havo/vwo brugjaren gebruik gemaakt van Toetsmij. Realistische toetsen. Vraag en antwoorden zijn top. Cijfers zijn omhoog gegaan maar ook het begrip van de stof en hoe een toets is opgebouwd. Goede snelle communicatie met de organisatie. Kortom een aanrader!!!
Eindelijk goede punten!
Mijn dochter heeft vorig jaar haar examen vmbo-GT niet gehaald! Dit jaar was dus extra stress! We zijn gewend en zo liep het nu ook weer dat ze het net op het randje vaak net red. Maarja we wilden geen herhaling van vorig jaar! In de laatste maanden hebben we toen toch gekozen voor toetsmij. Sceptisch maar toch wel te proberen. En nu is ze gewoon geslaagd met hoge punten!!!!!
Ik denk dat dat o.a komt omdat ze geen lezer is en daardoor niets bijblijft. Toetsmij is doen. Ik zeg aanrader!!!!
Zoek in meer dan 10.000 toetsen
Echte toetsvragen, precies aansluitend op jouw lesmethode en leerjaar. Voor klas 1 t/m 6 van vmbo-t t/m gymnasium.