Omtrek cirkel berekenen
Op deze pagina leer je hoe je de omtrek berekent vanuit de straal én vanuit de diameter, hoe je terugrekent als je de omtrek al weet, hoe je de omtrek van een halve cirkel bepaalt, en welke fouten je op een wiskundetoets moet vermijden, met voorbeelden en oefenopgaven inclusief uitwerkingen voor vmbo, havo en vwo.
Inhoudsopgave
Samenvatting
De omtrek van een cirkel bereken je met de formule O = 2 × π × r, waarbij r de straal is en π (pi) ongeveer gelijk aan 3,14. Of korter, als je de diameter kent: O = π × d. De omtrek is de lengte van de buitenrand, denk aan het hek rond een rond grasveld of de rand van een pizza. De uitkomst geef je in gewone lengte-eenheden (cm, m, km), niet in vierkante eenheden.

Formules omtrek cirkel
Welke formule je gebruikt, hangt af van wat je gegeven hebt: de straal, de diameter of de omtrek zelf. Hieronder staan de drie versies die je nodig hebt op vmbo, havo en vwo:
1. Omtrek berekenen vanuit de straal
O = 2 × π × r
2. Omtrek berekenen vanuit de diameter
O = π × d
3. Diameter of straal terugrekenen vanuit de omtrek
d = O ÷ π en r = O ÷ (2 × π)
In deze formules staat O voor omtrek, r voor de straal, d voor de diameter. Formule 2 volgt direct uit formule 1: omdat d = 2 × r, zijn O = 2 × π × r en O = π × d wiskundig hetzelfde. Welke je gebruikt, hangt gewoon af van wat je in de opgave gegeven hebt.
Belangrijke begrippen
Voordat je gaat rekenen is het belangrijk dat je deze begrippen kent. Verwar ze niet, want daar gaat het op een toets vaak mis.
- Middelpunt (M): het exacte midden van de cirkel. Vanuit hier meet je de straal.
- Straal (r): de afstand van het middelpunt tot de rand. Ook wel radius genoemd.
- Diameter (d): de afstand dwars door de cirkel via het middelpunt. Altijd twee keer zo lang als de straal: d = 2 × r.
- Pi (π): een wiskundige constante die ongeveer gelijk is aan 3,14159… Op een toets gebruik je meestal de π-toets op je rekenmachine, of je rondt af op 3,14. Pi is de verhouding tussen omtrek en diameter, en die verhouding is bij elke cirkel hetzelfde, hoe groot of klein ook.
- Omtrek (O): de lengte van de rand van de cirkel, in lengte-eenheden (cm, m, km). Niet te verwarren met oppervlakte: dat is het binnengebied (in cm² of m²).
Voorbeeldberekeningen
Hieronder zie je drie uitgewerkte voorbeelden, één voor elke formule. Schrijf bij wiskunde altijd je tussenstappen op, want daar krijg je punten voor, ook als je eindantwoord nét niet klopt.
Voorbeeld 1: Omtrek vanuit de straal
Bereken de omtrek van een cirkel met een straal van 7 cm. Rond af op één decimaal.

Stap 1: Vul de formule in: O = 2 × π × r = 2 × π × 7.
Stap 2: Bereken: 2 × 7 = 14.
Stap 3: Vermenigvuldig met π: 14 × π ≈ 14 × 3,14159 ≈ 44,0.
Antwoord: de omtrek is 44,0 cm. Vergeet de eenheid (cm) niet!
Voorbeeld 2: Omtrek vanuit de diameter
Een ronde tafel heeft een diameter van 1,2 meter. Bereken de omtrek van de tafel. Rond af op twee decimalen.

Stap 1: Gebruik de formule met diameter: O = π × d = π × 1,2.
Stap 2: Reken uit: 1,2 × π ≈ 1,2 × 3,14159 ≈ 3,77.
Antwoord: de omtrek is 3,77 meter.
Tip: had je formule O = 2πr willen gebruiken? Reken dan eerst de straal uit: r = 1,2 ÷ 2 = 0,6. Dan O = 2 × π × 0,6 = 1,2π ≈ 3,77 m. Zelfde uitkomst.
Voorbeeld 3: Diameter terugrekenen vanuit omtrek
Een fontein op een plein heeft een omtrek van 18,85 meter. Wat is de diameter van de fontein? Rond af op één decimaal.

Stap 1: Gebruik de omgekeerde formule: d = O ÷ π.
Stap 2: Vul in: d = 18,85 ÷ π ≈ 18,85 ÷ 3,14159 ≈ 6,0.
Antwoord: de diameter van de fontein is 6,0 meter. (En de straal is dus 3,0 meter.)
Omtrek halve cirkel
Bij een halve cirkel is de omtrek niet gewoon de helft van de hele omtrek. Er komt namelijk ook nog een rechte zijde bij (de diameter waar je 'm doormidden snijdt). De formule is daarom:
Omtrek halve cirkel
O halve cirkel = ½ × π × d + d of O = π × r + 2r
Voorbeeld: een halve cirkel met een diameter van 10 cm heeft als omtrek: ½ × π × 10 + 10 = 5π + 10 ≈ 15,71 + 10 ≈ 25,7 cm. Vergeet die rechte zijde niet, anders krijg je alleen de gebogen rand en mis je de helft van het antwoord.
Veelgemaakte fouten
Op toetsen gaat het bij omtrek cirkel vaak op dezelfde plekken mis. Fouten maken is niet erg, want als je weet waar de valkuilen zitten, voorkom je ze de volgende keer. Let op deze klassiekers:
- Diameter en straal verwisselen. O = 2 × π × r werkt met de straal. Heb je de diameter, gebruik dan O = π × d, of deel de diameter eerst door 2.
- Het kwadraat erbij zetten. Bij omtrek is de formule O = 2πr (zonder kwadraat). Bij oppervlakte is het A = πr² (mét kwadraat). Schrijf je per ongeluk r², dan reken je oppervlakte uit.
- Verkeerde eenheid. Omtrek is een lengte: cm, m, km. Schrijf je cm², dan reken je met oppervlakte.
- Bij halve cirkel de rechte zijde vergeten. De omtrek is de helft van de boog plus de diameter. Mis je die +d, dan klopt je antwoord niet.
- Te vroeg afronden. Reken met π op de rekenmachine en rond pas op het einde af. Gebruik je 3,14 te vroeg, dan kan je antwoord een paar mm afwijken: genoeg om een toetspunt te missen.
Oefenopgaven met uitwerkingen
Vier opgaven, oplopend in moeilijkheid. Probeer ze eerst zelf en check daarna pas de uitwerking. Schrijf altijd je tussenstappen op.
Opgave 1: Basis
Bereken de omtrek van een cirkel met een straal van 9 cm. Rond af op één decimaal.

Uitwerking: O = 2 × π × 9 = 18π ≈ 56,5. Antwoord: 56,5 cm.
Opgave 2: Vanuit de diameter
Een rond bord heeft een diameter van 28 cm. Wat is de omtrek? Rond af op een heel getal.

Uitwerking: O = π × 28 ≈ 87,96. Antwoord: 88 cm (afgerond op een heel getal).
Opgave 3: Wiel-rondjes (toepassing)
Een fietswiel heeft een diameter van 65 cm. Hoe vaak moet het wiel rondraaien om een afstand van 1,7 km af te leggen? Rond af op een heel getal.

Uitwerking: Stap 1: Omtrek wiel: O = π × 65 ≈ 204,2 cm. Stap 2: Eenheden gelijk maken: 1,7 km = 170.000 cm. Stap 3: Aantal rondjes: 170.000 ÷ 204,2 ≈ 832,5. Antwoord: ongeveer 832 keer (of 833, afhankelijk van afronding).
Opgave 4: Halve cirkel
Een tuinpad heeft de vorm van een halve cirkel met een diameter van 4 meter. Hoeveel meter rand heb je nodig om het hele pad te begrenzen? Rond af op één decimaal.

Uitwerking: Halve cirkel: gebogen deel = ½ × π × d = ½ × π × 4 = 2π ≈ 6,28 m. Rechte zijde (diameter) = 4 m. Totaal: 6,28 + 4 = 10,28. Antwoord: 10,3 meter rand. (Veelgemaakte fout: de rechte zijde vergeten.)
Verschil omtrek en oppervlakte cirkel
Op toetsen worden omtrek en oppervlakte van een cirkel vaak door elkaar gehaald. Dit zijn twee verschillende dingen, en je gebruikt twee verschillende formules:
| Wat | Omtrek | Oppervlakte |
| Wat het is | De lengte van de rand van de cirkel. | Het binnengebied van de cirkel. |
| Formule | O = 2 × π × r of O = π × d | A = π × r² |
| Eenheid | Lengte: cm, m, km | Vierkante eenheden: cm², m², km² |
| Voorbeeld | Hoeveel hek heb je nodig om een rond grasveld? | Hoeveel m² gras ligt er in dat veld? |
Dit artikel is geschreven door
Deel deze pagina met je vrienden
Dit zeggen leerlingen en ouders
Toetsmij: de steun in de rug die elk kind verdient
Als ouder wil je maar één ding: dat je kinderen gezien worden, uitgedaagd worden en het vertrouwen krijgen dat ze méér kunnen dan ze zelf soms denken. Voor ons is Toetsmij daarin een gamechanger geweest.
Onze oudste dochter begon ooit op mavo-kader. Een lieve, slimme meid, maar soms onzeker en zoekend naar structuur. Dankzij de toetsen van Toetsmij.....helder, betrouwbaar, precies op niveau en altijd met ruimte om te groeien kreeg ze stap voor stap het vertrouwen dat ze het wél kon.
En hoe.
Ze stroomde door naar de havo, haalde haar diploma en volgt nu op eigen kracht de lerarenopleiding. Dat is niet alleen haar verdienste, maar ook het resultaat van materialen die haar serieus namen en haar lieten zien waar ze stond en waar ze naartoe kon.
Ook onze jongste dochter profiteert nu van Toetsmij. Ze doet op school al een aantal vakken op hoger niveau, en juist daar is Toetsmij een uitkomst. De toetsen sluiten perfect aan, dagen uit zonder te overweldigen en geven precies de feedback die ze nodig heeft om verder te groeien.
Het voelt alsof er iemand meedenkt, iemand die begrijpt dat elk kind anders leert en dat kwaliteit het verschil maakt.
Wat Toetsmij voor ons bijzonder maakt:
- Super betrouwbaar, e weet dat de toetsen kloppen, aansluiten en eerlijk meten.
- Meedenkend, het voelt alsof er altijd iemand achter de schermen staat die begrijpt wat leerlingen nodig hebben.
- Topkwaliteit geen rommel, geen gokwerk, maar echt professioneel materiaal waar scholen jaloers op zouden zijn.
Voor ons is Toetsmij niet zomaar een hulpmiddel. Het is een partner in de ontwikkeling van onze kinderen. Een stille kracht die hen helpt groeien, bloeien en boven zichzelf uitstijgen.
En als trotse ouder kan ik maar één ding zeggen:
Dankjewel, Toetsmij. Jullie maken écht het verschil.
Hele fijne en goede ondersteuning bij…
Hele fijne en goede ondersteuning bij de voorbereiding van de middelbare school toetsen. Havo/vwo brugjaren gebruik gemaakt van Toetsmij. Realistische toetsen. Vraag en antwoorden zijn top. Cijfers zijn omhoog gegaan maar ook het begrip van de stof en hoe een toets is opgebouwd. Goede snelle communicatie met de organisatie. Kortom een aanrader!!!
Eindelijk goede punten!
Mijn dochter heeft vorig jaar haar examen vmbo-GT niet gehaald! Dit jaar was dus extra stress! We zijn gewend en zo liep het nu ook weer dat ze het net op het randje vaak net red. Maarja we wilden geen herhaling van vorig jaar! In de laatste maanden hebben we toen toch gekozen voor toetsmij. Sceptisch maar toch wel te proberen. En nu is ze gewoon geslaagd met hoge punten!!!!!
Ik denk dat dat o.a komt omdat ze geen lezer is en daardoor niets bijblijft. Toetsmij is doen. Ik zeg aanrader!!!!
Zoek in meer dan 10.000 toetsen
Echte toetsvragen, precies aansluitend op jouw lesmethode en leerjaar. Voor klas 1 t/m 6 van vmbo-t t/m gymnasium.