Duitse werkwoorden vervoegen: zwak, sterk, onregelmatig en het voltooid deelwoord
Op deze pagina leer je hoe je Duitse werkwoorden vervoegt in de tegenwoordige tijd, de onvoltooid verleden tijd en de voltooide tijd. Je krijgt de uitgangen van zwakke werkwoorden, de klinkerwisselingen van sterke werkwoorden, een rijtjesoverzicht van de belangrijkste onregelmatige werkwoorden en de regel waarmee je kiest tussen haben en sein als hulpwerkwoord.
Inhoudsopgave
Samenvatting
Duitse werkwoorden vallen in drie groepen. Zwakke werkwoorden zijn regelmatig: ze houden hun stam en krijgen te in de verleden tijd en ge plus t als voltooid deelwoord. Sterke werkwoorden veranderen van klinker: singen wordt sang en gesungen. Onregelmatige of gemengde werkwoorden combineren beide: ze veranderen van klinker maar krijgen wel de zwakke uitgangen, zoals bringen, brachte, gebracht. Van elk werkwoord leer je drie vormen: de infinitief, de vorm van de verleden tijd en het voltooid deelwoord. Dat heten de rijtjes en die zijn de kern van de toetsstof.
De stam: waar je altijd begint
Elke vervoeging begint bij de stam. Die vind je door en van de infinitief af te halen. Spielen wordt spiel, machen wordt mach, wohnen wordt wohn. Bij een paar werkwoorden haal je alleen de n weg, zoals bij sammeln dat sammel wordt.
Achter die stam zet je de uitgang die bij de persoon hoort. In de tegenwoordige tijd zijn dat zes uitgangen die voor bijna alle werkwoorden gelden.
| Persoon | Uitgang | spielen | wohnen | machen |
| ich | e | spiele | wohne | mache |
| du | st | spielst | wohnst | machst |
| er, sie, es | t | spielt | wohnt | macht |
| wir | en | spielen | wohnen | machen |
| ihr | t | spielt | wohnt | macht |
| sie en Sie | en | spielen | wohnen | machen |
Let op twee spellingzaken. Eindigt de stam op t, d of een combinatie als tn, dan komt er een extra e tussen: du arbeitest, er arbeitet. Eindigt de stam op s, ß, z of x, dan valt bij du de s weg: du heißt, du sitzt.
Zwakke werkwoorden: de regelmatige groep
Zwakke werkwoorden zijn het makkelijkst, want de stam blijft hetzelfde in alle tijden. Je hoeft alleen de uitgangen te kennen.
| Tijd | Wat je doet | spielen | arbeiten |
| Tegenwoordige tijd | stam plus persoonsuitgang | ich spiele, du spielst | ich arbeite, du arbeitest |
| Onvoltooid verleden tijd | stam plus te plus uitgang | ich spielte, du spieltest | ich arbeitete, du arbeitetest |
| Voltooid deelwoord | ge plus stam plus t | gespielt | gearbeitet |
| Voltooide tijd | haben plus voltooid deelwoord | ich habe gespielt | ich habe gearbeitet |
De verleden tijd van een zwak werkwoord
In de onvoltooid verleden tijd, in het Duits het Präteritum of Imperfekt, zet je te tussen de stam en de uitgang. De uitgangen zijn iets anders dan in de tegenwoordige tijd, want ich en er krijgen geen uitgang meer.
| Persoon | spielen | wohnen | kaufen |
| ich | spielte | wohnte | kaufte |
| du | spieltest | wohntest | kauftest |
| er, sie, es | spielte | wohnte | kaufte |
| wir | spielten | wohnten | kauften |
| ihr | spieltet | wohntet | kauftet |
| sie en Sie | spielten | wohnten | kauften |
Dat ich en er dezelfde vorm hebben, is geen fout: dat geldt in de verleden tijd voor alle werkwoorden, ook de sterke.
Sterke werkwoorden: de klinker verandert
Sterke werkwoorden veranderen van klinker in de verleden tijd en vaak ook in het voltooid deelwoord. Het deelwoord eindigt bij deze groep op en in plaats van op t.
| Infinitief | Verleden tijd | Voltooid deelwoord | Betekenis |
| singen | sang | gesungen | zingen |
| trinken | trank | getrunken | drinken |
| finden | fand | gefunden | vinden |
| helfen | half | geholfen | helpen |
| sprechen | sprach | gesprochen | spreken |
| nehmen | nahm | genommen | nemen |
| geben | gab | gegeben | geven |
| lesen | las | gelesen | lezen |
| fahren | fuhr | gefahren | rijden |
| laufen | lief | gelaufen | lopen |
| schreiben | schrieb | geschrieben | schrijven |
| bleiben | blieb | geblieben | blijven |
| essen | aß | gegessen | eten |
| schlafen | schlief | geschlafen | slapen |
| kommen | kam | gekommen | komen |
| gehen | ging | gegangen | gaan |
| sehen | sah | gesehen | zien |
| sitzen | saß | gesessen | zitten |
Deze drie kolommen zijn wat je met een rijtje bedoelt. Je leert ze in die vaste volgorde: infinitief, verleden tijd, voltooid deelwoord. Zeg ze hardop achter elkaar op, want de klank van singen, sang, gesungen blijft beter hangen dan de losse vormen.
Klinkerwisseling in de tegenwoordige tijd
Bij een aantal sterke werkwoorden verandert de klinker al in de tegenwoordige tijd, maar alleen bij du en bij er, sie, es. De rest van de vervoeging blijft normaal.
| Wisseling | Infinitief | du | er, sie, es |
| e wordt i | sprechen | du sprichst | er spricht |
| e wordt i | geben | du gibst | er gibt |
| e wordt i | helfen | du hilfst | er hilft |
| e wordt ie | lesen | du liest | er liest |
| e wordt ie | sehen | du siehst | er sieht |
| a wordt ä | fahren | du fährst | er fährt |
| a wordt ä | schlafen | du schläfst | er schläft |
| a wordt ä | tragen | du trägst | er trägt |
| au wordt äu | laufen | du läufst | er läuft |
Dit is een van de vaste toetsonderdelen van de onderbouw. Onthoud dat de wisseling alleen bij du en bij de derde persoon enkelvoud gebeurt. Ich fahre en wir fahren blijven dus gewoon met een a.
Onregelmatige of gemengde werkwoorden
Een kleine groep werkwoorden zit tussen zwak en sterk in. Ze veranderen van klinker, zoals sterke werkwoorden, maar krijgen de zwakke uitgangen met te en een deelwoord op t. In Duitse methodes heten ze gemengde werkwoorden.
| Infinitief | Verleden tijd | Voltooid deelwoord | Betekenis |
| bringen | brachte | gebracht | brengen |
| denken | dachte | gedacht | denken |
| kennen | kannte | gekannt | kennen |
| nennen | nannte | genannt | noemen |
| rennen | rannte | gerannt | rennen |
| wissen | wusste | gewusst | weten |
Deze zes zijn er in de praktijk maar, dus dit rijtje is snel te leren. Let op wissen: in de tegenwoordige tijd is dat ich weiß, du weißt, er weiß, en dat is onregelmatig genoeg om apart te onthouden.
De voltooide tijd: haben of sein
De voltooide tijd maak je met een vervoegd hulpwerkwoord plus het voltooid deelwoord achteraan de zin. Het hulpwerkwoord is meestal haben, maar bij een bepaalde groep werkwoorden is het sein.
| Hulpwerkwoord | Wanneer | Voorbeeld |
| sein | beweging van de ene plek naar de andere | Ich bin nach Berlin gefahren. |
| sein | verandering van toestand | Er ist eingeschlafen. Sie ist gewachsen. |
| sein | de werkwoorden sein, werden en bleiben | Ich bin zu Hause geblieben. |
| haben | alle overige werkwoorden | Ich habe Fußball gespielt. |
De vuistregel is dus: gaat het van A naar B, of verandert er een toestand, dan sein. In alle andere gevallen haben. Een lastig geval is een werkwoord als schwimmen. Ich habe geschwommen betekent dat je aan het zwemmen was, en Ich bin nach der Insel geschwommen betekent dat je ergens naartoe gezwommen bent.
Let ook op de woordorde. Het vervoegde hulpwerkwoord staat op de tweede plaats in de zin, het voltooid deelwoord gaat helemaal naar achteren: Ich habe gestern mit meinem Bruder Fußball gespielt.
Wanneer valt de ge weg?
Bij werkwoorden op ieren en bij onbeklemtoonde voorvoegsels krijgt het voltooid deelwoord geen ge.
Studieren wordt studiert, telefonieren wordt telefoniert. En bij be, ge, er, ver, zer, ent en emp gebeurt hetzelfde: besuchen wordt besucht, verstehen wordt verstanden, erzählen wordt erzählt. Bij scheidbare werkwoorden komt ge juist in het midden: aufstehen wordt aufgestanden.
Presens of Präteritum: welke verleden tijd gebruik je?
Het Duits heeft twee manieren om over het verleden te praten, en de keuze is anders dan in het Nederlands.
| Vorm | Waar je hem gebruikt | Voorbeeld |
| Perfekt met haben of sein | in gesproken taal en in gewone gesprekken | Ich habe einen Film gesehen. |
| Präteritum | in geschreven verhalen, nieuwsberichten en boeken | Er sah einen Film und ging nach Hause. |
| Präteritum | altijd bij haben, sein, werden en de modale werkwoorden | Ich hatte Hunger. Ich war müde. Ich musste gehen. |
De laatste rij is belangrijk. Ook in spreektaal zeg je ich hatte en ich war, en niet ich habe gehabt of ich bin gewesen. Datzelfde geldt voor de modale werkwoorden: ich musste, ich konnte, ich wollte.
Scheidbare en onscheidbare werkwoorden
Veel Duitse werkwoorden hebben een voorvoegsel. Bij een scheidbaar werkwoord gaat dat voorvoegsel in de hoofdzaak naar het eind van de zin, net als in het Nederlands.
| Type | Werkwoord | In de zin | Voltooid deelwoord |
| scheidbaar | aufstehen | Ich stehe um sieben Uhr auf. | aufgestanden |
| scheidbaar | einkaufen | Wir kaufen im Supermarkt ein. | eingekauft |
| scheidbaar | fernsehen | Er sieht abends fern. | ferngesehen |
| onscheidbaar | besuchen | Ich besuche meine Oma. | besucht |
| onscheidbaar | verstehen | Ich verstehe die Frage. | verstanden |
| onscheidbaar | erzählen | Sie erzählt eine Geschichte. | erzählt |
Je hoort aan de klemtoon of een werkwoord scheidbaar is. Ligt de nadruk op het voorvoegsel, zoals in aufstehen, dan is het scheidbaar. Ligt de nadruk op de stam, zoals in besuchen, dan niet. De onscheidbare voorvoegsels zijn be, ge, er, ver, zer, ent en emp.
Hoe je de rijtjes het snelst leert
- Leer de drie vormen altijd samen en zeg ze hardop op: singen, sang, gesungen. Losse vormen zonder de rest blijven niet hangen.
- Groepeer op klinkerpatroon. Singen, trinken en finden volgen alle drie het patroon i, a, u. Als je dat patroon ziet, leer je er zes tegelijk.
- Begin met de twintig werkwoorden die je het vaakst gebruikt. Gehen, kommen, sehen, essen, trinken, fahren en lesen leveren meer op dan zeldzame werkwoorden.
- Voeg het hulpwerkwoord bij het rijtje: gehen, ging, ist gegangen. Dan leer je de keuze tussen haben en sein er automatisch bij.
- Oefen met hele zinnen, niet met kale rijtjes, want op een toets moet je de vorm in een zin plaatsen en dan komt de woordorde er ook bij.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen zwakke en sterke werkwoorden in het Duits?
Zwakke werkwoorden houden hun stam en krijgen te in de verleden tijd en ge plus t als voltooid deelwoord, zoals spielen, spielte, gespielt. Sterke werkwoorden veranderen van klinker en krijgen een deelwoord op en, zoals singen, sang, gesungen.
Hoe maak je het voltooid deelwoord in het Duits?
Bij zwakke werkwoorden zet je ge voor de stam en t erachter: gespielt. Bij sterke werkwoorden zet je ge voor de veranderde stam en en erachter: gesungen. Werkwoorden op ieren en werkwoorden met de voorvoegsels be, ge, er, ver, zer, ent en emp krijgen geen ge.
Wanneer gebruik je haben en wanneer sein in de voltooide tijd?
Je gebruikt sein bij werkwoorden die een beweging van de ene plek naar de andere aangeven, bij een verandering van toestand en bij sein, werden en bleiben. In alle andere gevallen gebruik je haben.
Bij welke werkwoorden verandert de klinker in de tegenwoordige tijd?
Bij een groep sterke werkwoorden verandert de klinker alleen bij du en bij er, sie, es. Een e wordt dan i of ie (du sprichst, er liest) en een a wordt ä (du fährst, er schläft). Bij ich, wir, ihr en sie blijft de klinker gewoon staan.
Wat zijn gemengde werkwoorden?
Gemengde of onregelmatige werkwoorden veranderen van klinker zoals sterke werkwoorden, maar krijgen de zwakke uitgangen met te en een deelwoord op t. De belangrijkste zijn bringen, denken, kennen, nennen, rennen en wissen.
Gebruik ik in spreektaal het Perfekt of het Präteritum?
In gesproken Duits gebruik je bijna altijd het Perfekt met haben of sein. Het Präteritum hoort bij geschreven verhalen. Uitzondering zijn haben, sein, werden en de modale werkwoorden: daar gebruik je ook in spreektaal het Präteritum, dus ich hatte en ich war.
Deel deze pagina met je vrienden
Dit zeggen leerlingen en ouders
Toetsmij: de steun in de rug die elk kind verdient
Als ouder wil je maar één ding: dat je kinderen gezien worden, uitgedaagd worden en het vertrouwen krijgen dat ze méér kunnen dan ze zelf soms denken. Voor ons is Toetsmij daarin een gamechanger geweest.
Onze oudste dochter begon ooit op mavo-kader. Een lieve, slimme meid, maar soms onzeker en zoekend naar structuur. Dankzij de toetsen van Toetsmij.....helder, betrouwbaar, precies op niveau en altijd met ruimte om te groeien kreeg ze stap voor stap het vertrouwen dat ze het wél kon.
En hoe.
Ze stroomde door naar de havo, haalde haar diploma en volgt nu op eigen kracht de lerarenopleiding. Dat is niet alleen haar verdienste, maar ook het resultaat van materialen die haar serieus namen en haar lieten zien waar ze stond en waar ze naartoe kon.
Ook onze jongste dochter profiteert nu van Toetsmij. Ze doet op school al een aantal vakken op hoger niveau, en juist daar is Toetsmij een uitkomst. De toetsen sluiten perfect aan, dagen uit zonder te overweldigen en geven precies de feedback die ze nodig heeft om verder te groeien.
Het voelt alsof er iemand meedenkt, iemand die begrijpt dat elk kind anders leert en dat kwaliteit het verschil maakt.
Wat Toetsmij voor ons bijzonder maakt:
- Super betrouwbaar, e weet dat de toetsen kloppen, aansluiten en eerlijk meten.
- Meedenkend, het voelt alsof er altijd iemand achter de schermen staat die begrijpt wat leerlingen nodig hebben.
- Topkwaliteit geen rommel, geen gokwerk, maar echt professioneel materiaal waar scholen jaloers op zouden zijn.
Voor ons is Toetsmij niet zomaar een hulpmiddel. Het is een partner in de ontwikkeling van onze kinderen. Een stille kracht die hen helpt groeien, bloeien en boven zichzelf uitstijgen.
En als trotse ouder kan ik maar één ding zeggen:
Dankjewel, Toetsmij. Jullie maken écht het verschil.
Hele fijne en goede ondersteuning bij…
Hele fijne en goede ondersteuning bij de voorbereiding van de middelbare school toetsen. Havo/vwo brugjaren gebruik gemaakt van Toetsmij. Realistische toetsen. Vraag en antwoorden zijn top. Cijfers zijn omhoog gegaan maar ook het begrip van de stof en hoe een toets is opgebouwd. Goede snelle communicatie met de organisatie. Kortom een aanrader!!!
Eindelijk goede punten!
Mijn dochter heeft vorig jaar haar examen vmbo-GT niet gehaald! Dit jaar was dus extra stress! We zijn gewend en zo liep het nu ook weer dat ze het net op het randje vaak net red. Maarja we wilden geen herhaling van vorig jaar! In de laatste maanden hebben we toen toch gekozen voor toetsmij. Sceptisch maar toch wel te proberen. En nu is ze gewoon geslaagd met hoge punten!!!!!
Ik denk dat dat o.a komt omdat ze geen lezer is en daardoor niets bijblijft. Toetsmij is doen. Ik zeg aanrader!!!!
Zoek in meer dan 10.000 toetsen
Echte toetsvragen, precies aansluitend op jouw lesmethode en leerjaar. Voor alle klassen en alle niveaus