Haben en sein in het Duits: vervoeging, rijtjes en gebruik
Op deze pagina leer je haben en sein vervoegen in de tegenwoordige tijd, de verleden tijd en de voltooide tijd. Je krijgt de complete rijtjes van beide werkwoorden plus werden, de regel waarmee je kiest tussen haben en sein als hulpwerkwoord, de vaste uitdrukkingen waarin haben iets anders betekent dan in het Nederlands en een oefenschema om de rijtjes vast te zetten.
Inhoudsopgave
Samenvatting
Haben en sein zijn de twee belangrijkste werkwoorden van het Duits. Je gebruikt ze als gewoon werkwoord (ich habe ein Fahrrad, ich bin müde) en als hulpwerkwoord om de voltooide tijd te maken (ich habe gespielt, ich bin gefahren). Beide zijn onregelmatig, dus de vormen moet je uit je hoofd kennen. In de verleden tijd gebruik je altijd ich hatte en ich war, ook in spreektaal. Werden hoort bij dit rijtje omdat je het nodig hebt voor de toekomende tijd en de passieve vorm.
Waarom juist deze twee werkwoorden
Haben en sein komen in bijna elke Duitse zin voor. Dat komt doordat ze twee taken hebben. Als zelfstandig werkwoord betekenen ze hebben en zijn. Als hulpwerkwoord gebruik je ze om de voltooide tijd te bouwen, en zonder die twee kun je dus niet over het verleden praten.
Ze zijn allebei onregelmatig, en dat is precies de reden dat ze in vrijwel elke methode als eerste rijtje worden aangeboden. Er valt niets af te leiden: je kent ze of je kent ze niet. Het goede nieuws is dat het maar twee korte rijtjes zijn.
Haben vervoegen
Haben betekent hebben. Let op de derde persoon: de b verdwijnt bij du en bij er, sie, es.
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd | Voltooide tijd |
| ich | habe | hatte | habe gehabt |
| du | hast | hattest | hast gehabt |
| er, sie, es | hat | hatte | hat gehabt |
| wir | haben | hatten | haben gehabt |
| ihr | habt | hattet | habt gehabt |
| sie en Sie | haben | hatten | haben gehabt |
De voltooide tijd ich habe gehabt bestaat wel, maar je gebruikt hem bijna nooit. Voor het verleden zeg je ich hatte, ook in een gesprek. Dat is een van de weinige plekken waar het Duits de eenvoudige verleden tijd verkiest boven de voltooide.
Sein vervoegen
Sein betekent zijn en is het meest onregelmatige werkwoord van het Duits. Geen van de vormen lijkt op de infinitief, dus dit rijtje moet echt uit je hoofd.
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd | Voltooide tijd |
| ich | bin | war | bin gewesen |
| du | bist | warst | bist gewesen |
| er, sie, es | ist | war | ist gewesen |
| wir | sind | waren | sind gewesen |
| ihr | seid | wart | seid gewesen |
| sie en Sie | sind | waren | sind gewesen |
Twee valkuilen. De vorm bij ihr is seid met een d, en dat is iets anders dan het voegwoord seit met een t dat sinds betekent. En bij wir en sie is de vorm sind, niet seien.
Net als bij haben gebruik je voor het verleden ich war en niet ich bin gewesen. Ich war krank klinkt normaal, ich bin krank gewesen klinkt formeel en ouderwets.
De twee rijtjes die je moet kunnen opzeggen
ich habe, du hast, er hat, wir haben, ihr habt, sie haben
ich bin, du bist, er ist, wir sind, ihr seid, sie sind
Zeg ze in deze vaste volgorde hardop op tot je er niet meer over hoeft na te denken. Alles wat je verder over de Duitse verleden tijd leert, bouwt hierop verder.
Werden erbij: het derde rijtje
Werden betekent worden en hoort bij haben en sein, omdat je het nodig hebt voor de toekomende tijd en voor de passieve vorm. Het is even onregelmatig als de andere twee.
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd | Voltooide tijd |
| ich | werde | wurde | bin geworden |
| du | wirst | wurdest | bist geworden |
| er, sie, es | wird | wurde | ist geworden |
| wir | werden | wurden | sind geworden |
| ihr | werdet | wurdet | seid geworden |
| sie en Sie | werden | wurden | sind geworden |
Je gebruikt werden op drie manieren. Als gewoon werkwoord: Sie wird Ärztin. Voor de toekomende tijd: Ich werde morgen kommen. En voor de passieve vorm: Das Haus wird gebaut. Let op dat werden zelf de voltooide tijd met sein maakt: ich bin geworden.
Haben en sein als hulpwerkwoord
Bij de voltooide tijd moet je kiezen welk hulpwerkwoord je gebruikt. Dat is niet vrij: elk werkwoord hoort bij een van de twee.
| Kies | Bij welke werkwoorden | Voorbeeld |
| sein | beweging van de ene plek naar de andere | Ich bin nach Hause gegangen. |
| sein | verandering van toestand | Er ist aufgewacht. Die Blume ist gewachsen. |
| sein | sein, werden en bleiben zelf | Wir sind im Kino gewesen. |
| haben | alle overige werkwoorden, ook alle werkwoorden met een lijdend voorwerp | Ich habe das Buch gelesen. |
De veelgemaakte fout is dat leerlingen sein kiezen bij elke vorm van beweging. Maar beweging alleen is niet genoeg: het moet een verplaatsing van A naar B zijn. Ich habe eine Stunde getanzt gebruikt haben, want je bent niet ergens naartoe gedanst.
| Zelfde werkwoord, ander hulpwerkwoord | Betekenis |
| Ich habe geschwommen. | Ik heb gezwommen, als bezigheid. |
| Ich bin zur Insel geschwommen. | Ik ben naar het eiland gezwommen, dus een verplaatsing. |
| Ich habe das Auto gefahren. | Ik heb de auto gereden, met een lijdend voorwerp. |
| Ich bin nach Berlin gefahren. | Ik ben naar Berlijn gereden, dus een verplaatsing. |
Vaste uitdrukkingen met haben
Het Duits gebruikt haben in een aantal uitdrukkingen waar het Nederlands een ander werkwoord kiest. Deze combinaties leer je als geheel.
| Duits | Nederlands |
| Hunger haben | honger hebben |
| Durst haben | dorst hebben |
| Angst haben | angst hebben, bang zijn |
| Recht haben | gelijk hebben |
| Zeit haben | tijd hebben |
| Lust haben | zin hebben |
| Glück haben | geluk hebben, boffen |
| Geburtstag haben | verjaardag hebben |
| Kopfschmerzen haben | hoofdpijn hebben |
| gern haben | aardig vinden |
Let op Recht haben en Angst haben: in het Nederlands zeg je bij het tweede vaak bang zijn met het werkwoord zijn, maar het Duits gebruikt haben. En let op dat het zelfstandig naamwoord in deze uitdrukkingen geen lidwoord krijgt: Ich habe Hunger, niet Ich habe einen Hunger.
Vaste uitdrukkingen met sein
| Duits | Nederlands |
| Es ist mir kalt of Mir ist kalt | ik heb het koud |
| Wie alt bist du? | hoe oud ben je? |
| Es ist mir egal | het maakt me niet uit |
| Das ist mir zu teuer | dat is te duur voor mij |
| Ich bin müde | ik ben moe |
| Es ist schade | het is jammer |
De constructie mir ist kalt is opvallend, want het Nederlands gebruikt hier hebben en het Duits zijn. Verder staat de persoon in de 3e naamval: mir, dir, ihm.
Haben en sein in vragen en ontkenningen
In een vraag zonder vraagwoord komt het werkwoord vooraan. Bij haben en sein levert dat vormen op die je vaak in gesprekken hoort.
| Type | Met haben | Met sein |
| Vraag zonder vraagwoord | Hast du Zeit? | Bist du müde? |
| Vraag met vraagwoord | Wann hast du Geburtstag? | Wo bist du? |
| Ontkenning met kein | Ich habe kein Geld. | niet gebruikelijk |
| Ontkenning met nicht | Ich habe das Buch nicht. | Ich bin nicht müde. |
Bij haben plus een zelfstandig naamwoord gebruik je voor de ontkenning kein en niet nicht: Ich habe kein Geld, niet Ich habe nicht Geld. Bij sein plus een bijvoeglijk naamwoord gebruik je altijd nicht.
Zo zet je de rijtjes vast
- Zeg beide rijtjes hardop op in de vaste volgorde ich, du, er, wir, ihr, sie. De klank van het rijtje helpt meer dan het beeld van de tabel.
- Leer per rijtje maar een tijd tegelijk. Eerst de tegenwoordige tijd van haben en sein, daarna hatte en war, dan pas de rest.
- Maak van elke vorm een korte zin over jezelf: Ich habe einen Hund. Ich bin fünfzehn. Ich hatte gestern keine Zeit. Zo koppel je de vorm aan betekenis.
- Test jezelf omgekeerd: kijk naar hattest en zeg welke persoon daarbij hoort. Dat is wat je op een toets ook moet doen.
- Combineer de rijtjes met de keuze van het hulpwerkwoord. Zeg niet gehen, ging, gegangen maar gehen, ging, ist gegangen.
Veelgestelde vragen
Hoe vervoeg je haben in het Duits?
In de tegenwoordige tijd is het ich habe, du hast, er hat, wir haben, ihr habt, sie haben. In de verleden tijd is het ich hatte, du hattest, er hatte, wir hatten, ihr hattet, sie hatten. Let op dat de b wegvalt bij du hast en er hat.
Hoe vervoeg je sein in het Duits?
In de tegenwoordige tijd is het ich bin, du bist, er ist, wir sind, ihr seid, sie sind. In de verleden tijd is het ich war, du warst, er war, wir waren, ihr wart, sie waren. Sein is het meest onregelmatige werkwoord van het Duits, dus deze vormen moet je uit je hoofd kennen.
Zeg je ich hatte of ich habe gehabt?
In vrijwel alle gevallen zeg je ich hatte. Bij haben, sein, werden en de modale werkwoorden gebruikt het Duits ook in spreektaal de eenvoudige verleden tijd. Ich habe gehabt bestaat wel, maar klinkt onnatuurlijk.
Wat is het verschil tussen seid en seit?
Seid met een d is de vorm van sein bij ihr: ihr seid müde. Seit met een t is het voorzetsel dat sinds betekent en krijgt de 3e naamval: seit einem Jahr. Ze klinken hetzelfde, dus dit is een klassieke spellingsvraag op een toets.
Wanneer gebruik ik haben en wanneer sein als hulpwerkwoord?
Sein gebruik je bij een verplaatsing van de ene plek naar de andere, bij een verandering van toestand en bij sein, werden en bleiben. Haben gebruik je bij alle andere werkwoorden, en altijd als er een lijdend voorwerp in de zin staat.
Waarom is het Ich habe Hunger en niet Ich bin hungrig?
Het Duits gebruikt bij een aantal vaste uitdrukkingen haben waar het Nederlands soms zijn kiest. Ich bin hungrig bestaat wel, maar Ich habe Hunger is de gewone vorm. Datzelfde geldt voor Angst haben, Recht haben en Durst haben, en het zelfstandig naamwoord krijgt daarbij geen lidwoord.
Deel deze pagina met je vrienden
Dit zeggen leerlingen en ouders
Toetsmij: de steun in de rug die elk kind verdient
Als ouder wil je maar één ding: dat je kinderen gezien worden, uitgedaagd worden en het vertrouwen krijgen dat ze méér kunnen dan ze zelf soms denken. Voor ons is Toetsmij daarin een gamechanger geweest.
Onze oudste dochter begon ooit op mavo-kader. Een lieve, slimme meid, maar soms onzeker en zoekend naar structuur. Dankzij de toetsen van Toetsmij.....helder, betrouwbaar, precies op niveau en altijd met ruimte om te groeien kreeg ze stap voor stap het vertrouwen dat ze het wél kon.
En hoe.
Ze stroomde door naar de havo, haalde haar diploma en volgt nu op eigen kracht de lerarenopleiding. Dat is niet alleen haar verdienste, maar ook het resultaat van materialen die haar serieus namen en haar lieten zien waar ze stond en waar ze naartoe kon.
Ook onze jongste dochter profiteert nu van Toetsmij. Ze doet op school al een aantal vakken op hoger niveau, en juist daar is Toetsmij een uitkomst. De toetsen sluiten perfect aan, dagen uit zonder te overweldigen en geven precies de feedback die ze nodig heeft om verder te groeien.
Het voelt alsof er iemand meedenkt, iemand die begrijpt dat elk kind anders leert en dat kwaliteit het verschil maakt.
Wat Toetsmij voor ons bijzonder maakt:
- Super betrouwbaar, e weet dat de toetsen kloppen, aansluiten en eerlijk meten.
- Meedenkend, het voelt alsof er altijd iemand achter de schermen staat die begrijpt wat leerlingen nodig hebben.
- Topkwaliteit geen rommel, geen gokwerk, maar echt professioneel materiaal waar scholen jaloers op zouden zijn.
Voor ons is Toetsmij niet zomaar een hulpmiddel. Het is een partner in de ontwikkeling van onze kinderen. Een stille kracht die hen helpt groeien, bloeien en boven zichzelf uitstijgen.
En als trotse ouder kan ik maar één ding zeggen:
Dankjewel, Toetsmij. Jullie maken écht het verschil.
Hele fijne en goede ondersteuning bij…
Hele fijne en goede ondersteuning bij de voorbereiding van de middelbare school toetsen. Havo/vwo brugjaren gebruik gemaakt van Toetsmij. Realistische toetsen. Vraag en antwoorden zijn top. Cijfers zijn omhoog gegaan maar ook het begrip van de stof en hoe een toets is opgebouwd. Goede snelle communicatie met de organisatie. Kortom een aanrader!!!
Eindelijk goede punten!
Mijn dochter heeft vorig jaar haar examen vmbo-GT niet gehaald! Dit jaar was dus extra stress! We zijn gewend en zo liep het nu ook weer dat ze het net op het randje vaak net red. Maarja we wilden geen herhaling van vorig jaar! In de laatste maanden hebben we toen toch gekozen voor toetsmij. Sceptisch maar toch wel te proberen. En nu is ze gewoon geslaagd met hoge punten!!!!!
Ik denk dat dat o.a komt omdat ze geen lezer is en daardoor niets bijblijft. Toetsmij is doen. Ik zeg aanrader!!!!
Zoek in meer dan 10.000 toetsen
Echte toetsvragen, precies aansluitend op jouw lesmethode en leerjaar. Voor alle klassen en alle niveaus