Goede tijden, slechte tijden in de economie: uitleg en oefenen
In de economie is geen dag hetzelfde. Soms gaat het heel goed, en een andere keer zit het juist tegen: goede tijden, slechte tijden. Dat verschijnsel noemen we conjunctuur. Wat moet je daarover weten? Bij toetsen economie komen er vaak drie onderwerpen terug: werkloosheid, wisselkoers en conjuncturele verschijnselen. Bij ToetsMij leggen we die onderwerpen stap voor stap aan je uit, met eenvoudige definities en handige voorbeelden.
Inhoudsopgave
Welke werkloosheid beweegt mee met de economie, en welke niet?

Werkloosheid houdt in dat je wel wilt werken, maar geen baan kunt vinden. Er zijn twee belangrijke soorten werkloosheid in de economie: structurele werkloosheid en conjuncturele werkloosheid. Deze twee begrippen leggen we je nu uit.
We beginnen met structurele werkloosheid. Structureel betekent: langdurig, of blijvend. Structurele werkloosheid ontstaat door veranderingen in de economie die niet met goede of slechte tijden te maken hebben. Daardoor kunnen sommige banen voor langere tijd verdwijnen, of zelfs voor altijd.
Voorbeeld: structurele werkloosheid
Vroeger waren er nog geen zelfscankassa’s in de supermarkt, en moest je dus al je boodschappen afrekenen bij een kassamedewerker. Tegenwoordig zijn er in heel veel supermarkten zelfscankassa’s. Gevolg: er zijn blijvend minder banen voor kassamedewerkers. Zo kan structurele werkloosheid ontstaan.
Dan nu de conjuncturele werkloosheid. Dat komt door goede tijden, slechte tijden in de economie. Deze vorm van werkloosheid is niet blijvend, maar juist tijdelijk, want conjuncturele werkloosheid beweegt mee met de economie. Gaat het goed met de economie? Dan is de werkloosheid lager. Gaat het slecht met de economie? Dan is de werkloosheid hoger.
Waarom dat eigenlijk zo is, leggen we uit aan de hand van het volgende voorbeeld.
Voorbeeld: conjuncturele werkloosheid
We blijven nog even in de supermarkt. Als het goed gaat met de economie, hebben klanten vaak meer te besteden. En klanten die meer te besteden hebben, kopen meer boodschappen, zodat de schappen sneller leegraken. De supermarkt heeft dan meer vakkenvullers nodig om de lege schappen aan te vullen. Het gevolg: de werkloosheid daalt, want de supermarkt kan meer mensen een baan geven.
Andersom werkt het precies hetzelfde. Als het slecht gaat met de economie, kopen klanten minder, waardoor de supermarkt minder vakkenvullers nodig heeft en de werkloosheid stijgt.
Gaat het juist érg goed met de economie, dan kan zelfs het omgekeerde gebeuren: er zijn dan meer banen dan mensen die werk zoeken. Dat noemen we een krappe arbeidsmarkt. Werk wordt namelijk net zo goed verhandeld als elk ander product, en hoe zo’n markt werkt lees je in ons artikel over de markt.
ToetsMij ToetsTip
Wat moet je nou echt weten over werkloosheid in de economie?
- Werkloosheid: je wilt werken, maar je hebt geen baan.
- Structurele werkloosheid: werkloosheid door veranderingen in de economie die niet door de conjunctuur ontstaan.
- Conjuncturele werkloosheid: werkloosheid die meebeweegt met de economie. In goede tijden daalt de werkloosheid, in slechte tijden stijgt de werkloosheid.
Waardoor stijgt of daalt een wisselkoers, en wat merk je daarvan?

Valuta is een ander woord voor munteenheid. En daar hebben wisselkoersen alles mee te maken. Het begrip ‘wisselkoers’ komt van het woord ‘omwisselen’: je wisselt de ene valuta om tegen de andere. Met behulp van de wisselkoers kun je berekenen wat dat kost.
Voorbeeld: wat is een wisselkoers in de economie?
Stel: je gaat op vakantie naar Amerika. Daar betaal je niet met euro’s, maar met dollars. In een Amerikaanse supermarkt zie je een fles cola staan voor 5 dollar. Is dat nou duur, of juist goedkoop?
Om die vraag te kunnen beantwoorden, moet je kijken naar de wisselkoers. De wisselkoers vertelt je namelijk hoeveel euro je moet wisselen voor die 5 dollar. Als je bijvoorbeeld 5 dollar voor 1 euro krijgt, is het geen dure cola: de fles kost dan 1 euro. Maar als je 2 dollar voor 1 euro krijgt, is de cola veel duurder. Dan kost een fles 2,50 euro (want: 5 dollar per fles × 0,50 euro per dollar = 2,50 euro per fles). Daarom is de wisselkoers heel belangrijk in de economie.
Hoe verandert een wisselkoers dan eigenlijk? Net als bij gewone producten in de economie: door vraag en aanbod. Als de vraag naar een valuta stijgt, stijgt de koers. Als het aanbod van een valuta stijgt, daalt de koers.
Voorbeeld: wanneer stijgt of daalt een wisselkoers, en hoe bereken je dat?
Tijdens je vakantie in Amerika besloot je om die fles cola te kopen. Veel beter dan thuis! Maar inmiddels ben je weer terug in Nederland, en je zou toch graag weer die cola willen drinken. Helaas gaat dat niet zomaar. Die cola verkopen ze namelijk alleen in Amerika, en daar moet je met dollars betalen. Voordat je de cola kunt kopen, moet je dus eerst euro’s omwisselen tegen dollars.
Wat nou als jij niet de enige bent in Nederland die Amerikaanse cola wil, maar opeens iedereen hier Amerikaanse cola wil hebben? Dan moet iedereen dus opeens euro’s omwisselen naar dollars. De vraag naar dollars stijgt. En dat zorgt ervoor dat de koers van de dollar stijgt ten opzichte van de euro. In de economie zeggen we het vaak nog korter: de wisselkoers dollar-euro stijgt. Bijvoorbeeld: eerst kreeg je maar 0,20 euro voor 1 dollar (5 dollar voor 1 euro), maar nu krijg je 0,50 euro voor 1 dollar (2 dollar voor 1 euro).
Let goed op de notatie. Wisselkoers dollar-euro moet je zo lezen: als je 1 dollar wisselt, hoeveel euro krijg je dan? In het voorbeeld krijg je meer euro’s voor 1 dollar, dus de dollar is sterker geworden ten opzichte van de euro. Anders gezegd: de dollar is meer waard. Economen hebben daar ook een woord voor: de dollar apprecieert (stijgt in waarde) en de euro deprecieert (daalt in waarde).
Instinker: we zien dat veel leerlingen bij dit voorbeeld denken dat de wisselkoers is gedaald, omdat je minder dollars krijgt per euro. Dat is net te snel gedacht. Wil je dit altijd goed doen? Gebruik dan het volgende trucje. Kijk eerst goed naar de notatie. Om welke wisselkoers gaat het precies? De eerste valuta houd je constant op 1. De tweede valuta varieert. Dus bij de wisselkoers dollar-euro is de vraag: je hebt 1 dollar, hoeveel euro krijg je daarvoor? Dat is gestegen in dit voorbeeld (van 0,20 naar 0,50 euro).
ToetsMij ToetsTip
Wat moet je nou echt weten over de wisselkoers in de economie?
- Wisselkoers: de prijs van de ene valuta, uitgedrukt in een andere valuta.
- De wisselkoers verandert door vraag en aanbod. Bij een hogere vraag is er een hogere wisselkoers, en bij een hoger aanbod is er een lagere wisselkoers.
Conjuncturele verschijnselen, wat zijn dat, en wat is het verband met internationale handel?

De economie is voortdurend in beweging, in een soort schommelbeweging: goede tijden, slechte tijden. Die schommeling noemen we de conjunctuurgolf, en alles wat door die golf meebeweegt, zijn de conjuncturele verschijnselen. Handig om te onthouden: bij een hoogconjunctuur gaat het goed met de economie, en bij een laagconjunctuur gaat het minder goed. Krimpt de economie een tijd lang, dan heet dat een recessie. En in goede tijden stijgen de prijzen juist vaak: alles wordt dan gemiddeld duurder, en dat heet inflatie, waar je meer over leest in ons artikel over ruil en geld.
Check dit!
Wil je extra uitleg over conjunctuur? In onze kennisbank BegripMij vind je alle belangrijke begrippen voor economie in de onderbouw. Snel even checken voor je toets? Dan zit je goed met de korte uitleg. Echt zeker weten? Duik dan in de uitgebreide voorbeelden. Lees hier ons artikel over conjunctuur:
Wat is het verband tussen conjunctuur en internationale handel? De conjunctuur is in elk land anders: soms is het verschil tussen landen klein, andere keren juist erg groot.
Voorbeeld: conjunctuurverschillen per land
De economie van Amerika is sterk verbonden met de economie van Nederland. Dat komt onder meer doordat we heel veel handelen met Amerika. Als er in Amerika een recessie is, kunnen Amerikanen minder Nederlandse spullen kopen. Daardoor kan het ook met onze economie minder goed gaan. Nederland kan dan in een laagconjunctuur terechtkomen, of zelfs in een recessie.
Maar dat verband is lang niet met alle landen zo sterk. Nederland handelt bijvoorbeeld heel weinig met IJsland, en dus heeft de conjunctuur van IJsland ook maar heel weinig invloed op de Nederlandse conjunctuur.
Als het ene land met het andere handelt, hebben we het over export en import. Export is: jij verkoopt iets aan het buitenland. Import is het omgekeerde: jij koopt iets uit het buitenland.
In de economie zijn we vooral benieuwd naar het verschil tussen die twee: importeer je als land meer dan je exporteert, of juist omgekeerd? Het overzicht daarvan heet de handelsbalans. Al dat verkeer met het buitenland wordt trouwens netjes bijgehouden op de betalingsbalans, het complete overzicht van het geld dat een land in- en uitgaat; de handelsbalans is daarvan het bekendste onderdeel. En die handelsbalans is interessant, omdat die iets zegt over de stand van de economie. Als een land meer exporteert dan het importeert, kan dat goed zijn voor de economie.
Voorbeeld: import, export en handelsbalans
Stel: in Nederland kopen we 100 flessen cola uit Amerika. De wisselkoers dollar-euro is 1 dollar voor 0,50 euro, en één fles kost 5 dollar. Alle Nederlanders samen betalen dus 250 euro (want: 100 flessen × 5 dollar per fles × 0,50 euro per dollar = 250 euro). Dat is de import. Tegelijkertijd exporteren we voor 500 euro aan Goudse kaas naar Amerika. Wat is dan onze handelsbalans? Dat is per saldo 250 euro (want: 500 euro export − 250 euro import = 250 euro).
Die situatie, meer export dan import, heet een handelsoverschot. Is er juist meer import dan export, dan noemen we dat een handelstekort.
Centrale banken, zoals de Europese Centrale Bank (ECB), kunnen proberen om de wisselkoers te veranderen. Door een lagere waarde van de euro is het voor andere landen aantrekkelijker om van ons te importeren. Een lagere prijs zorgt immers voor een hogere vraag: onze producten en diensten zijn goedkoper, dus willen andere landen die liever hebben. Daardoor kan onze economie groeien. Zo kun je dus, vanwege een gunstigere wisselkoers, van een laagconjunctuur naar een hoogconjunctuur gaan.
ToetsMij ToetsTip
Wat moet je nou echt weten over conjuncturele verschijnselen en internationale handel in de economie?
- Conjunctuur is de golfbeweging van de economie: goede tijden, slechte tijden.
- De effecten van die golfbeweging noemen we conjuncturele verschijnselen. Bijvoorbeeld: conjuncturele werkloosheid, die meebeweegt met de economie.
- Internationale handel kan invloed hebben op onze conjunctuur. Door een lagere waarde van onze valuta, de euro, kan onze export stijgen en kan onze economie groeien.
Oefentoetsen over goede tijden, slechte tijden in de economie
Bij het vak economie in de onderbouw moet je veel weten van goede tijden, slechte tijden. De belangrijkste begrippen zijn structurele en conjuncturele werkloosheid, de krappe arbeidsmarkt, de wisselkoers met appreciatie en depreciatie, de conjunctuurgolf met hoogconjunctuur, laagconjunctuur en recessie, en de internationale handel met de handelsbalans en de betalingsbalans. Wil je dat goed begrijpen? Dan moet je er goed mee oefenen. Daarom hebben we bij ToetsMij veel oefentoetsen. Precies op jouw niveau, en precies over het onderwerp dat je wilt leren!
Deel deze pagina met je vrienden
Dit zeggen leerlingen en ouders
Toetsmij: de steun in de rug die elk kind verdient
Als ouder wil je maar één ding: dat je kinderen gezien worden, uitgedaagd worden en het vertrouwen krijgen dat ze méér kunnen dan ze zelf soms denken. Voor ons is Toetsmij daarin een gamechanger geweest.
Onze oudste dochter begon ooit op mavo-kader. Een lieve, slimme meid, maar soms onzeker en zoekend naar structuur. Dankzij de toetsen van Toetsmij.....helder, betrouwbaar, precies op niveau en altijd met ruimte om te groeien kreeg ze stap voor stap het vertrouwen dat ze het wél kon.
En hoe.
Ze stroomde door naar de havo, haalde haar diploma en volgt nu op eigen kracht de lerarenopleiding. Dat is niet alleen haar verdienste, maar ook het resultaat van materialen die haar serieus namen en haar lieten zien waar ze stond en waar ze naartoe kon.
Ook onze jongste dochter profiteert nu van Toetsmij. Ze doet op school al een aantal vakken op hoger niveau, en juist daar is Toetsmij een uitkomst. De toetsen sluiten perfect aan, dagen uit zonder te overweldigen en geven precies de feedback die ze nodig heeft om verder te groeien.
Het voelt alsof er iemand meedenkt, iemand die begrijpt dat elk kind anders leert en dat kwaliteit het verschil maakt.
Wat Toetsmij voor ons bijzonder maakt:
- Super betrouwbaar, e weet dat de toetsen kloppen, aansluiten en eerlijk meten.
- Meedenkend, het voelt alsof er altijd iemand achter de schermen staat die begrijpt wat leerlingen nodig hebben.
- Topkwaliteit geen rommel, geen gokwerk, maar echt professioneel materiaal waar scholen jaloers op zouden zijn.
Voor ons is Toetsmij niet zomaar een hulpmiddel. Het is een partner in de ontwikkeling van onze kinderen. Een stille kracht die hen helpt groeien, bloeien en boven zichzelf uitstijgen.
En als trotse ouder kan ik maar één ding zeggen:
Dankjewel, Toetsmij. Jullie maken écht het verschil.
Hele fijne en goede ondersteuning bij…
Hele fijne en goede ondersteuning bij de voorbereiding van de middelbare school toetsen. Havo/vwo brugjaren gebruik gemaakt van Toetsmij. Realistische toetsen. Vraag en antwoorden zijn top. Cijfers zijn omhoog gegaan maar ook het begrip van de stof en hoe een toets is opgebouwd. Goede snelle communicatie met de organisatie. Kortom een aanrader!!!
Eindelijk goede punten!
Mijn dochter heeft vorig jaar haar examen vmbo-GT niet gehaald! Dit jaar was dus extra stress! We zijn gewend en zo liep het nu ook weer dat ze het net op het randje vaak net red. Maarja we wilden geen herhaling van vorig jaar! In de laatste maanden hebben we toen toch gekozen voor toetsmij. Sceptisch maar toch wel te proberen. En nu is ze gewoon geslaagd met hoge punten!!!!!
Ik denk dat dat o.a komt omdat ze geen lezer is en daardoor niets bijblijft. Toetsmij is doen. Ik zeg aanrader!!!!
Zoek in meer dan 10.000 toetsen
Echte toetsvragen, precies aansluitend op jouw lesmethode en leerjaar. Voor klas 1 t/m 6 van vmbo-t t/m gymnasium.